<?xml version='1.0' encoding='UTF-8'?><?xml-stylesheet href="http://www.blogger.com/styles/atom.css" type="text/css"?><feed xmlns='http://www.w3.org/2005/Atom' xmlns:openSearch='http://a9.com/-/spec/opensearchrss/1.0/' xmlns:georss='http://www.georss.org/georss' xmlns:gd='http://schemas.google.com/g/2005' xmlns:thr='http://purl.org/syndication/thread/1.0'><id>tag:blogger.com,1999:blog-2777166059782646815</id><updated>2012-02-16T04:27:59.745-08:00</updated><title type='text'>Overleven 1940 - 1945</title><subtitle type='html'></subtitle><link rel='http://schemas.google.com/g/2005#feed' type='application/atom+xml' href='http://ontsnapping19401945.blogspot.com/feeds/posts/default'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2777166059782646815/posts/default?max-results=100'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://ontsnapping19401945.blogspot.com/'/><link rel='hub' href='http://pubsubhubbub.appspot.com/'/><author><name>het leven is: als een zeilend schip dat de haven nadert. De schipper zorgt ervoor om niet aan lagerwal te verzeilen. Kantje boord zoals altijd</name><uri>http://www.blogger.com/profile/08904856895038240820</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='27' height='32' src='http://1.bp.blogspot.com/-5IOPZLoQ_7Q/TjhmNUKZx1I/AAAAAAAAAOY/MCkoPs7_KoA/s220/amerikadokkleinx.tif'/></author><generator version='7.00' uri='http://www.blogger.com'>Blogger</generator><openSearch:totalResults>1</openSearch:totalResults><openSearch:startIndex>1</openSearch:startIndex><openSearch:itemsPerPage>100</openSearch:itemsPerPage><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2777166059782646815.post-6947059053569554340</id><published>2011-09-01T15:21:00.000-07:00</published><updated>2011-09-01T15:53:45.604-07:00</updated><title type='text'>overleven 1940  1945</title><content type='html'>&lt;a href="http://4.bp.blogspot.com/-ZDz8FjyRrf4/TmAMsIyNv_I/AAAAAAAAAZA/39YyxqmMec0/s1600/ontsnapping.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 300px; height: 219px;" src="http://4.bp.blogspot.com/-ZDz8FjyRrf4/TmAMsIyNv_I/AAAAAAAAAZA/39YyxqmMec0/s400/ontsnapping.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5647527885134479346" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Ontsnapping van het boek   internet is een van degeb.22 februari 1864 in &lt;br /&gt;78 jaar.&lt;br /&gt;Ze is de grootmoeder van Janus Versteeg. + nog een flink aantal nazaten&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;achterkant van deBeste ome Dirk,&lt;br /&gt;Het is een klein berichtje d.d. 4-5-1943 uit het Dagblad van het Oosten en in de Nieuwe Apeldoornsche Courant van diezelfde dag, en misschien kende je het al. Hoe dan ook: de vondst van de lichamen van Adrianus Versteeg en Antje Scheper wordt er (kort) in vermeld.Ik had het idee dat je dit wel wilde weten.   Vriendelijke groet,   Erik Schaap   &lt;br /&gt;Alle informatie over Janus Versteeg is welkom.&lt;br /&gt;ADRIANUS VERSTEEG ,  geboren 27- april – 1916&lt;br /&gt; verdronken op 21 Maart -1943 --toen was hij 26 jaar.in Aalsmeer &lt;br /&gt;als zoon van Klaas Versteeg en Antje Biesheuvel. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Soortgelijke westlander  bouwde hij om tot zeilend vrachtscheepje.  Hij veranderde de oorspronkelijke naam * Flora *   in *  Phoenix  * &lt;br /&gt;en probeerde er mee naar de Biesbos te vluchten&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;=========================================================&lt;br /&gt;Het niet te omschrijven gebeuren.  De wreedheid van de oorlog. &lt;br /&gt;Het hier volgende omschrevene is een poging te verwoorden. Hoe je terecht komt in een oorlog.  Hoe je tracht te overleven.&lt;br /&gt;Hoe je verbaasd om kijkt, als het achter de rug lijkt te zijn. Hoe je er nooit meer vrij van komt.&lt;br /&gt;In mijn geval globaal beginnend in de crisisjaren 30 van de vorige eeuw. De mobilisatie in 1939&lt;br /&gt;De overval in 1940 door het duitse leger op ons land. De bezetting. Onderduiken. Verraad. Kampervaringen. &lt;br /&gt;Bevrijding door de Russen.&lt;br /&gt;Terugkeer.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het is een chaotische vertelling.&lt;br /&gt;Je weet niet waar te beginnen.&lt;br /&gt;Ongeveer 15 jaar na 1945. Toen die oorlog &lt;br /&gt;voor mij leek ge-eindigd te zijn &lt;br /&gt;kwamen de eindeloze nachtmerries.&lt;br /&gt;Zeg maar herhalingen van belevenissen.&lt;br /&gt;Badend in zweet wakker worden.&lt;br /&gt;Slaap-tekort nekte mij. &lt;br /&gt;Mijn lichaam raakte in het ongerede. Werken ging niet meer.&lt;br /&gt;Schrijf het op werd mij aanbevolen.&lt;br /&gt;Ik probeerde het. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Aanvankelijk met pen en inkt.&lt;br /&gt;In het begin was het velletje papier vaak natter van tranen dan van  inkt.&lt;br /&gt;Ontsnapping *Flarden *  &lt;br /&gt;auteur : D.Scheurwater &lt;br /&gt;Hij had toch al veel vissen gezien. Maar wat hij nu hoorde. &lt;br /&gt;Hij was toch al 6 jaar. In de zomer geworden. Zo groot !? &lt;br /&gt;Hij probeerde het zich voor te stellen.&lt;br /&gt;Het waren toch grote mensen. Buurman Pauw Verbeek. &lt;br /&gt;Buurman Jongkind. Buurman Visser. Pa.&lt;br /&gt;Ze zaten in de kamer te klaverjassen. Pa en de buren. &lt;br /&gt;Nou ja, Pauw was dan wel een buurman, &lt;br /&gt;maar ook de vriend van Pa.  Pa heette Klaas.&lt;br /&gt;Wat grote mensen elkaar vertellen dat moet toch waar zijn. &lt;br /&gt;Zeker omdat zij niet wisten dat hij alles gehoord had.&lt;br /&gt;Pa viste met zijn vriend. Hij had een speciale roeiboot met een visbun. &lt;br /&gt;Ze visten met fuiken. Hij had een poosje geleden ook gehoord dat de &lt;br /&gt;politie op hen lette omdat je niet zo maar mocht vissen. &lt;br /&gt;Daarom stopten ze de visstokken waar de netten aan vast zaten tot ver &lt;br /&gt;onder water. In de nacht haalden ze de fuiken boven water en namen &lt;br /&gt;de gevangen vissen mee naar het eilandje. Daar werden ze in &lt;br /&gt;een bun gestopt die helemaal onder water verdween.&lt;br /&gt;Hij sliep met zijn broer op zolder. Maar die was al bijna 14. Hij werkte al.&lt;br /&gt;De matras lag precies boven de kamer.  In de vloer vlak voor de matras &lt;br /&gt;daar zat een grote kwast in een plank. Als je er voorzichtig heen kroop &lt;br /&gt;dan kon je zonder dat ze je hoorden, luisteren. Met je oor er op kon je &lt;br /&gt;horen wat er gezegd werd. Met je oog ervoor kon je de halve kamer zien.&lt;br /&gt;Pauw Verbeek was er over begonnen. Over die vis.  &lt;br /&gt;Die zo groot was als een zeilschip. Maar dan zonder mast. Hij had met een &lt;br /&gt;pikhaak van 4 meter lang geprobeerd hem te vangen. Die was rechtovereind in &lt;br /&gt;die vis blijven zitten. Dat was dus niet gelukt. De brugwachter van de spoorbrug &lt;br /&gt;had het ook met een pikhaak geprobeerd. Met 2 overeindstaande pikhaken in &lt;br /&gt;zijn rug was de vis gewoon doorgezommen. De brugwachter van de draaibrug &lt;br /&gt;                           dacht dat er een  vrachtschip met 2 masten aankwam. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hij had de brug voor hem open gedraaid. Blauwe Dorus die vlak voorbij de draaibrug woonde had hem voorbij zien komen. En Gerrit Buis Had hem ergens op de grote poel gezien. Dus het moest wel waar zijn. Misschien kwam hij uit het Haarlemmermeer. Uit de tijd toen de dijk er nog niet was. Je weet het maar nooit. Maar nu woonde hij op de dijk die om het meer gemaakt was. Je zag niets meer van het water van toen. Het was allemaal weggepompt. Hij moest zich wel verscholen hebben in de meren die ervan overgebleven waren.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Jammer genoeg moest hij nu naar school. Dat was maar niets. Het liefst speelde hij buiten. &lt;br /&gt;Deze zomer had moeder hem leren zwemmen. In het kanaal. Direct voor de deur.Gewoon met een half lege fietsband om aan een stuk touw. Toch wel knap van haar. Zelf kon ze niet eens zwemmen.  Ze had er schrik van gekregen. Zijn nichtje Marietje van 5 jaar, was bij de stoep verdronken toen ze bij tijdelijk bij hen woonde. &lt;br /&gt;Dat was  pas 2 jaar geleden.  Nu konden ze allemaal zwemmen. Janus, Aagie, Marietje en hij, Dirk. Annie nog niet. Maar die was pas 3.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het buurtje was wel gezellig. 5 dubbele huisjes op een rij. Zijn vriendje Dick woonde 2 huizen verder. &lt;br /&gt;Aan de andere kant van opoe. Zelf woonde hij in het huis bij de lantaarnpaal. Dat was wel fijn. &lt;br /&gt;Je kon als het donker werd in de tuin een boek lezen. Zoveel licht gaf hij. &lt;br /&gt;Links van de steeg woonde opoe Kok. Die had  6 roeiboten die ze verhuurde. &lt;br /&gt;Als het veel regende kreeg je van haar een halve cent.  Maar dan moest je ze wel alle 6 leeghozen.&lt;br /&gt;                                                                                                                             &lt;br /&gt;Het geluid van motoren, van schepen die in de nacht voorbij voeren, de slaap betoverend.&lt;br /&gt;Zo was dat in mijn kinderjaren. Tussen 1924 en 1938.&lt;br /&gt;Het verlangen om te ontdekken.                                  &lt;br /&gt;Wat er nog meer was behalve hetgene, &lt;br /&gt;dat ervaren werd op de polderdijk. In de polder. &lt;br /&gt;In de sloten. Op de veldweg. &lt;br /&gt;Lopend naar school in de tijd van het kind zijn. &lt;br /&gt;Waarin elke nieuwe ervaring verbazingwekkend is&lt;br /&gt;In die tijd ontstaat wel de beeldvorming&lt;br /&gt;Het idee hoe je wereld mooi zou zijn. &lt;br /&gt;Uit dat onbewuste verlangen komen de impulsen &lt;br /&gt;die je besluitvorming beinvloeden. Stap voor stap. &lt;br /&gt;Onbewust het beoogde doel naderend&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Verdwaald in een mist van herinneringen tast ik mij een weg.&lt;br /&gt;          Waar begon het begon. &lt;br /&gt;          Ik zal moeten zoeken in mijn brein.&lt;br /&gt;         Herinneringen die ik in feite niet op kan schrijven. &lt;br /&gt;         Om dat ze nog steeds emotionèren.&lt;br /&gt;         Ook  nu, bijna 70 jaar later,  &lt;br /&gt;                &lt;br /&gt;namen van personen zijn niet altijd indentiek.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Complexe gebeurtenissen in mijn bestaan, &lt;br /&gt;noodzaakten mij om een aantal daarvan, op te schrijven. &lt;br /&gt;Het wordt tijd om het eens te larderen met wat lichtvoetiger zaken. Als dat lukt..  &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een maanlichte februari-nacht in 1945. &lt;br /&gt;Op de vlucht voor de moffen die mij willen doodschieten &lt;br /&gt;of ophangen, bivakkeer ik in een verlaten woning. "Wodka"; brult de Russische frontsoldaat. &lt;br /&gt;Gelijktijdig richt hij zijn pistool op mij. Eerst heeft hij mij er mee naar buiten gejaagd. &lt;br /&gt;Ik dacht nog, die wil geen rotzooi binnen. { Ik was al wat gewend } Die knalt mij buiten af... Wodka !...&lt;br /&gt;Maar ik heb geen wodka. Het vriest dat het kraakt. Het lijkt of ik in een panopticum figureer. &lt;br /&gt;Mijn altijd plannen makend brein geeft nooit op. Op mijn slee ligt mijn, in het niemandsland, verzamelde buit. " Wodka " : roep ik, wijzend naar mijn verzameling.  &lt;br /&gt;Hij houdt mij onder schot terwijl ik zoek. Er is geen wodka in mijn verzameling. &lt;br /&gt;Wel een fles wijn. Die laat ik hem zien. Ik moet de fles naar hem toe gooien. &lt;br /&gt;Hij vangt hem. Draait zich om. Verdwijnt in het huis.   &lt;br /&gt;Ik kan alleen maar zeggen: "Soms is het leven kantje boord " .&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;17 augustus 1945&lt;br /&gt;Einde 2de wereldoorlog. Bevrijdingsfeesten...! Overal !....  Middernacht..... Stromende regen. &lt;br /&gt;Dansmuziek schalt door de nacht maar iedereen schuilt. Wat deert mij die regen...... Niets ! &lt;br /&gt;De portieken staan vol. Het plein is leeg. &lt;br /&gt;Het lukt mij een meisje te verleiden te dansen in die hemelse stortbui. &lt;br /&gt;Dat meisje is nog steeds mijn vrouw.     :  " Geluk schuilt in onbekende hoeken ". &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het geluid van motoren, van schepen &lt;br /&gt;die in de nacht voorbij voeren, de slaap betoverend.&lt;br /&gt;Zo was dat in mijn kinderjaren. Tussen 1924 en 1938.&lt;br /&gt;Het verlangen om te ontdekken.                                  &lt;br /&gt;Wat er nog meer was behalve hetgene, &lt;br /&gt;dat ervaren werd op de polderdijk. In de polder. &lt;br /&gt;In de sloten. Op de veldweg. &lt;br /&gt;Lopend naar school in de tijd van het kind zijn. &lt;br /&gt;Waarin elke nieuwe ervaring verbazingwekkend is&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In die tijd ontstaat wel de beeldvorming&lt;br /&gt;Het idee hoe je wereld mooi zou zijn. &lt;br /&gt;Uit dat onbewuste verlangen komen de impulsen &lt;br /&gt;die je besluitvorming beinvloeden. Stap voor stap. &lt;br /&gt;Onbewust het beoogde doel naderend&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Verdwaald in een mist van herinneringen tast ik mij een weg.&lt;br /&gt;                                                &lt;br /&gt;  Waar begon het.  Ik zal moeten zoeken in mijn brein.&lt;br /&gt;  Herinneringen die ik in feite niet op kan schrijven.        &lt;br /&gt;                                                                 &lt;br /&gt;                    Mijn ouders woonden in een  huisje op de dijk die de Haarlemmermeerpolder omringt.&lt;br /&gt;Zij wisten maar moeizaam het hoofd boven water te houden. &lt;br /&gt;Om het zo eens te noemen.Het waren de crisisjaren. &lt;br /&gt;Geen werk. Armoe troef. Schraalhans keukenmeester.Daardoor verhuisden zij naar de Zaanstreek. &lt;br /&gt;Meer werk. Meer geld. Een beter leven.                                                 &lt;br /&gt;Zo stelde mijn moeder zich dat voor. Dat was niet zo vreemd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mijn broer Janus was de deur al uit. Buiten mijn ouders waren er nog 5 monden te voeden. &lt;br /&gt;Mijn oudste zus Aagje was 19 jaar. Mijn zus Marie, ik zelf Dirk, een pleegbroer Klaas, alle drie 16 jaar. &lt;br /&gt;Mijn zus Annie 11 jaar oud. &lt;br /&gt;Eindelijk zou zij wat meer armslag krijgen voor haar gezin.&lt;br /&gt;Wat meer welvaart. Daar was het haar uiteindelijk om begonnen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mijn vader ( *1894) werd in het jaar 1930  dus 36 jaar oud. &lt;br /&gt;Hij was getrouwd en  had 5 kinderen. De oudste was toen 14, de jongste 1 jaar oud.&lt;br /&gt;Hij werkte ( wisselend ) in een pottenfabriekje, bij een hei-bedrijf, bij boeren.&lt;br /&gt;Regelmatig kwam hij in de steun terecht vanwege de crisis.&lt;br /&gt;Hij werd verplicht voor de werkverschaffing ergens in Drente. &lt;br /&gt;De Nederlandse Heide Maatschappij  had grote projekten. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Daar woonden die mannen in houten keten. Het loon was ongeveer 12 gulden in de week.&lt;br /&gt;Ze mochten 1 x in de 2 weken een weekend naar huis. &lt;br /&gt;Als je in de steun liep( werkeloosheidsuitkering ) moest je 2 x per dag gaan stempelen.&lt;br /&gt;Daarvoor moest hij naar Hoofddorp. 10 km heen. 10 km terug. Op de fiets.&lt;br /&gt;De uitkering was gebaseerd op woninghuur + een sobere maaltijd. &lt;br /&gt;Dat mijn moeder moest woekeren, met de paar centen die binnen kwamen &lt;br /&gt;om aan eten te komen is te begrijpen.&lt;br /&gt;Een paar voorbeelden:&lt;br /&gt;Via het crisiscomité konden we bij de  boeren soms wat kilo`s erwten of bruine bonen krijgen.&lt;br /&gt;Een gestempeld bonnetje gaf recht op een pakje margarine. &lt;br /&gt;Af te halen bij een daarvoor aangewezen adres.&lt;br /&gt;-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;In 1941 werd ik 17 jaar.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Je bent een kind. Hebt geen idee hoe het leven in elkaar steekt. &lt;br /&gt;Je speelt. Gaat naar school. Er wordt van je verwacht dat je iets leert. &lt;br /&gt;Op een gegeven moment is het zover. Je hebt iets geleerd om verder te komen.  &lt;br /&gt;Hoe zo verder ?  &lt;br /&gt;In ieder geval zoveel verder dat je er een inkomen mee verdient.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dan blijken er crisisjaren te ontstaan. Het gaat allemaal anders. &lt;br /&gt;De mooie opleiding levert geen muntje op.&lt;br /&gt;De strijd om te overleven is begonnen. Je bent in ene, zo maar, kind af. &lt;br /&gt;Je moet aan de bak. Concessies doen. De een heeft wat meer geluk dan de ander.&lt;br /&gt;Alles wat ook maar enigszins geld oplevert wordt uitgeprobeerd. &lt;br /&gt;Je moet toch eten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat zijn dan de jonge jaren ? Toen je een kind was? &lt;br /&gt;Je ouders zorgden dat alles vanzelfsprekend leek ?&lt;br /&gt;Eten, drinken, kleding, spelen, slapen ? Of de jaren voor je 18de ? &lt;br /&gt;Natuurlijk zijn er periodes. Kleutertijd. Schooljaren. Daarna moet de een wat vroeger, &lt;br /&gt;de ander wat later iets ondernemen. Geld verdienen is de boodschap.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op een gegeven moment loopt de crisis op zijn einde. Dat is mooi zou je kunnen zeggen. &lt;br /&gt;De oorzaak er van is minder mooi. &lt;br /&gt;Oorlogsvoorbereiding van een land dat op landje pik uit is.&lt;br /&gt;De militaire industrie om het zomaar eens te betitelen, zorgt voor de opleving. &lt;br /&gt;Voor werkgelegenheid.&lt;br /&gt;--------------------------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Er waren jaren van  vrede in Europa.  &lt;br /&gt;Die kregen we na de:&lt;br /&gt;WO 1. van 28 juli .1914 tot 11 november 1918 .     20 jaar vrede &lt;br /&gt;tot de 1ste september 1939 toen Duitsland, Polen binnenviel.&lt;br /&gt;WO 2. van 1 september 1939 tot  2 september 1945.&lt;br /&gt;                                                daarna tot 2009  64 jaar vrede in Nederland&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Plotseling werd de oorlog  in Nederland werkelijkheid. &lt;br /&gt;Hoe overleef je dat allemaal. &lt;br /&gt;Wat overkomt bijvoorbeeld een jongen die in 1916 geboren is. ( Janus )&lt;br /&gt;Proberen om de rode draad te vinden, begint hier.&lt;br /&gt;Ik moet er iets bij vertellen. &lt;br /&gt;Noodzakelijkerwijze zal ik moeten inkleuren. &lt;br /&gt;Een mix van fictie en werkelijkheid. &lt;br /&gt;Het palet gebruiken. Schilderen ! Een duik maken in mijn herinnering. &lt;br /&gt;In Kaarten, Foto`s. Brieven. Conclusies . Gedachten ! &lt;br /&gt;Kortom. Het verleden herbeleven.&lt;br /&gt;Het komende invullen. Herinneringen zijn er zo velen. &lt;br /&gt;Verhalen er door ontsproten.&lt;br /&gt;Opgeslagen op een harde schijf. Lang leve De PC.&lt;br /&gt;Ontworstelen aan het brein is een andere zaak. Toch wil ik een poging wagen.&lt;br /&gt;Reeds langere tijd worstel ik met de gedachte :  " Hoe vind ik een weg. &lt;br /&gt;Een manier. Een route om  met de tijd te communiceren. Het nu. De gepasseerde. De komende. &lt;br /&gt;Gewoon een schot voor de boeg ? Opspattend water. Niets loos. Maar wel beweging brengend ".&lt;br /&gt;------------------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;Op 14 mei 1940 werd Nederland na een korte maar hevige strijd overwonnen. &lt;br /&gt;Bezet door een vijandig land. Duitsland !&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nu ik deze geschiedenis &lt;br /&gt;neerschrijf in dit jaar 2009, &lt;br /&gt;is hiermee de toon gezet. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;25 februari 1941. &lt;br /&gt;Nederland is al 9 maanden &lt;br /&gt;bezet door nazi Duitsland. &lt;br /&gt;Die dag breekt er een &lt;br /&gt;algemene staking &lt;br /&gt;( georganiseerd door &lt;br /&gt;de CPN ) in Amsterdam uit.  &lt;br /&gt;Als een inktvlek breidt  ze zich uit &lt;br /&gt;over de Zaanstreek, Kennemerland, &lt;br /&gt;het Gooi, Utrecht.  &lt;br /&gt;Nu bekend als de Februaristaking ( 25 &amp; 26 februari 1941 ) &lt;br /&gt;De misdadige manier waarop in Amsterdam de bezetter met joodse mensen omgaat is de oorzaak. &lt;br /&gt;De bezetter liet zijn ware gezicht zien. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op 22 en 23 februari 1941 werden 427 joodse mannen opgepakt en weggevoerd. &lt;br /&gt;Uit solidariteit met de joodse medeburgers en uit verontwaardiging over de &lt;br /&gt;Duitse maatregelen riepen Amsterdamse communisten op tot een staking. &lt;br /&gt;Op 25 februari werd massaal gehoor gegeven aan de oproep. &lt;br /&gt;De staking sloeg over naar andere Nederlandse steden. &lt;br /&gt;De staking werd na twee dagen door hard ingrijpen, arrestaties en dodelijke schoten &lt;br /&gt;door de bezetter gebroken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De Haarlemmermeerpolder en Amsterdam grenzen aan elkaar. &lt;br /&gt;Veel joodse mensen vluchtten hals over kop hun huizen uit.  &lt;br /&gt;In de polder ontstonden groeperingen, die onafhankelijk van elkaar &lt;br /&gt;onderduik-plaatsen zochten. Al spoedig werden het netwerken. &lt;br /&gt;Janus, je stond bekend als een durfal met lef. &lt;br /&gt;Overal stonden of liepen tijdens die staking  mensen op straat. &lt;br /&gt;Stakenden ! Sympatisanten .&lt;br /&gt;Druk pratend over de vuile manier waarop de moffen met joden omgingen. &lt;br /&gt;Op bepaalde ogenblikken moesten we rennen voor ons leven.   &lt;br /&gt;De Grüne Polizei reed in overvalwagens, met scherp schietend. &lt;br /&gt;Door te dreigen met fusillades van willekeurige gijzelaars en strenge &lt;br /&gt;strafmaatregelen, ging na een paar dagen iedereen weer aan het werk.&lt;br /&gt;Ondanks dat zijn als represaille mensen door de moffen doodgeschoten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Je woonde in Haarlemmermeer. Raakte betrokken. &lt;br /&gt;Er zijn in die dagen veel Amsterdamse joden, &lt;br /&gt;om aan razzia`s van de moffen, die hele woonwijken &lt;br /&gt;afgrendelden en uitkamden, te ontkomen, in de polder ondergedoken. &lt;br /&gt;Dat is niet eenvoudig geweest. Iedereen van joodse afkomst,  &lt;br /&gt;man of vrouw, oud of baby, werd na verloop van tijd &lt;br /&gt;gevangen genomen en met onbekende bestemming weggevoerd. &lt;br /&gt;Voor diegenen die het gelukt was omte vluchten en een &lt;br /&gt;onderduik-adres te vinden haalden Janus en ik, kleding, linnengoed, &lt;br /&gt;geld en sieraden uit hun woningen aan de Haarlemmer Houttuinen &lt;br /&gt;in Amsterdam. Al hun bezit hadden ze immers &lt;br /&gt;op de vlucht moeten achterlaten &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Jij leerde de adressen uit je hoofd. &lt;br /&gt;Je reed, direct na dat een &lt;br /&gt;Duitse patrouille gepasseerd was, &lt;br /&gt;zo`n straat in. Daarover kreeg je&lt;br /&gt;een seintje van iemand die op de&lt;br /&gt;fiets de buurt verkende. &lt;br /&gt;De verkenner stopte daarna &lt;br /&gt;even op het Haarlemmerplein. &lt;br /&gt;Je startte dan de T- Ford.  &lt;br /&gt;Reed naar een stuk of wat  &lt;br /&gt;adressen. We keerden &lt;br /&gt;kasten en laden leeg.                                                                            &lt;br /&gt;Als we vonden waarom &lt;br /&gt;gevraagd was,deden we dat&lt;br /&gt;in een sloop, een doos of &lt;br /&gt;een koffer. Wat ook maar &lt;br /&gt;geschikt leek.Dan reden we &lt;br /&gt;naar de polder. Naar de &lt;br /&gt;contactpersoon. Hoe het &lt;br /&gt;verder op zijn bestemming &lt;br /&gt;kwam weet ik niet. Wel dat&lt;br /&gt;op een dag,toen we nog &lt;br /&gt;maar net een schuur achter &lt;br /&gt;een huis aan de Sloterweg &lt;br /&gt;inkwamen er direct daarop &lt;br /&gt;een auto van de Grüne &lt;br /&gt;Polizei voor het huis stopte.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ze waren met 4 man. &lt;br /&gt;Twee van hen namen een positie in waardoor niemand van het erf kon. De andere 2 kwamen de schuur in. &lt;br /&gt;We moesten tegen de wand gaan staan. Een stond met getrokken revolver en hield ons onder schot. &lt;br /&gt;De andere dwong de contaktman om de schuur ondersteboven te halen. Ik weet nog hoe ik schrok toen hij  plotseling vanonder een stapel brandhout een flitspuit tevoorschijn haalde. Er mee naar het dak richtte en riep :&lt;br /&gt;" Niemand de deur uit hier is de flitspuit ". Gelukkig snapten de moffen het niet, maar het was &lt;br /&gt;de naam van een geheime zender die zich meldde met de slogan:" Niemand de deur uit hier is de flitspuit “. &lt;br /&gt;Die zender gaf nieuws over de geallieerden en boodschappen voor de verzetsbeweging. &lt;br /&gt;We hadden gelukkig niets bij ons. De T-Ford werd telkens ergens anders neergezet.&lt;br /&gt;De moffen zijn toen zij niets konden vinden zonder verder trammalant vertrokken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Duitsland bezette inmiddels, Nederland, België, Luxemburg,  Frankrijk, Polen, &lt;br /&gt;Noorwegen,Denemarken, Tsjechië , Joegoslavië, Griekenland, &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Er moet ook geld verdiend worden. Ik wilde varen ! &lt;br /&gt;Na die vreemde dagen in februari 1941 zwierf ik wat rond. &lt;br /&gt;Terug naar de fabriek wilde ik niet. Op het arbeidsbureau hing een affice, met de mededeling dat er een opleiding als binnenschipper was. Om in aanmerking te komen moest je jonger dan 18 jaar zijn. &lt;br /&gt;Ik gaf mij er voor op. In Maart `41 kwam ik terecht in Hattem. &lt;br /&gt;Aan de rivier de IJssel stond een groot herenhuis. Het was ingericht als internaat. &lt;br /&gt;We woonden er met zo` n 30 jongens, kregen les in, zeilen, koken, spitsen en knopen, aardappelen schillen &lt;br /&gt;en nog wat dingen. Ik haalde er mijn binnenvaartdiploma.&lt;br /&gt;Eind December 1941 ging ik naar een schip.  Zeg maar ; als matroosje vlug en net.&lt;br /&gt;-----------------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zo`n bezetting door een vijandig land brengt veel te weeg. Wat ik schrijven  wil is het destilaat, de droesem &lt;br /&gt;van wat tot ver buiten dat woelige reikte. Wat overbleef. Sommige herinneringen zijn het herhalen waard. &lt;br /&gt;Anderen absoluut niet. Ze kunnen je een loer draaien. Dan komen er beelden die je belasten&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Gejaagd&lt;br /&gt;ik ken geen rust  - nog tijd  -  nog keer - ik voel de dreiging   -  telkens weer&lt;br /&gt;ik ken geen plaats - nog huis  -  nog halt - waar de onrust   -  mij niet overvalt&lt;br /&gt;is het de aard  - of het  -  mijzelf - waar ik ook zoek  -  of in mij delf&lt;br /&gt;vind ik de sporen  -  van de strijd  - *gejaagd * te zijn  -  raak ik nooit kwijt&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het ontstaan van dit gedicht zou ik willen verklaren aan de hand van een tekst die met een gloeiend ijzer &lt;br /&gt;in een stukje triplex was gebrand.  Ik kocht het, lang geleden, voor een kwartje, op het Waterlooplein.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;              Er onder stond met kleine letters en cijfers, Jesaja 16:3. Een drieduizen jaar oude tekst.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat ik aan wil kaarten lijkt voltooid verleden tijd. De wereldbrand die ons overspoelde, &lt;br /&gt;zorgde, naast dood, pijn en verdriet voor een enorme chaos in menselijke relaties. &lt;br /&gt;De een  hield het  op de vijandelijke bezetter die ons land in 1940 overwon, de ander verzette zich. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hele families, groepen, raakten gescheiden in voor, tegen en kat uit de boom kijkers.&lt;br /&gt;De bezetter kondigde een * Nieuwe Orde * aan en trachtte de macht totaal te maken. &lt;br /&gt;Door het dreigende gevaar huis en haard te moeten verlaten, zonder daar in vrijheid &lt;br /&gt;zelf over te kunnen beslissen,  trachtte menigeen zich te verbergen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Onderduiken was een gezegde dat een nieuw begrip opleverde. Onderduiker ! &lt;br /&gt;Zoveel mannen, jongens, die zich moesten verbergen voor de vijand die heer en meester leek te zijn. &lt;br /&gt;Immers, weigeren te buigen voor die macht betekende gevangenneming en daar tewerkgesteld te worden  &lt;br /&gt;waar het die vijand geviel. Dat was inmiddels bijna geheel Europa. Er ontstonden tegen de bezetter gerichtte ondergrondse organisaties, netwerken van verzet. Zij gebruikten ieder middel om aan de benodigde gelden, persoonsbewijzen, ausweisen, levensmiddelenbonnen, voor de onderduikers te komen.  &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Daarnaast, de bereidheid om te verbergen, met alle gevaren van dien, was groot. &lt;br /&gt;De bezetter en zijn handlangers die ondermeer door grootscheepse razzia`s op mensen jaagde, &lt;br /&gt;kamden met wisselend succes hele dorpen, wijken, die werden afgegrendeld uit.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dit brengt mij op het tweede gedeelte van de tekst  * en meldt de omzwervende niet . &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Diegenen  die aan een razzia wisten te ontsnappen en naar een adres opzoek waren om onder te duiken,  liepen groot gevaar, verraden te worden. Aangebracht bij de bezetter. Gevangene te worden in,  bijvoorbeeld, &lt;br /&gt;het koncentratiekamp Amersfoort. Door de nazi`s Polizeiliches Durchganglager Amersfoort genoemd. &lt;br /&gt;Nu dat was het nauurlijk ook.  Een Durchganglager . Om van daaruit als gevangene getransporteerd te worden &lt;br /&gt;naar een van de vele kampen in Duitsland  of door hen bezette gebieden. Om daar onder bewaking van de Gestapo of SS onder de slechtst denkbare omstandigheden zware arbeid te verrichten.  Slecht gevoed, slecht gekleed, &lt;br /&gt;werd  ruwe en verfijnde martelingen, die door de misdadige leiding met genoegen werd toegepast,  hun deel.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En nu is het dan 2010.  Meer dan 60 jaar later. We kunnen wat verder van huis een afschuwelijke oorlog volgen. Vertoond op de TV als een superstrip. Als je zit te kijken vermengt de adrenaline  zich nutteloos &lt;br /&gt;met je bloed. Gespannen tot iedere vezel, maar aan de oppervlakte je gedragend &lt;br /&gt;als of er in je kamertje niets aan de hand is.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Verbaas je je, dat op duizenden of misschien slechts honderden kilometers afstand &lt;br /&gt;van het helse lijden en sterven, mensen in de war en uit hun evenwicht raken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat is taal ?&lt;br /&gt;Een middel om je gevoelens, je denken,  je mening te vertalen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bijvoorbeeld : "Er is niets nieuws onder de zon " , een vijandelijk leger overvalt ons land. &lt;br /&gt;Overwint en neemt de macht over. Je enige bezit is je naakte bestaan. Het lukt je om te vluchten. &lt;br /&gt;Weg te komen. Je komt in een streek waar je nog nooit geweest bent.&lt;br /&gt;Je kunt niemand om hulp vragen vanwege het gevaar er bijgelapt te worden. &lt;br /&gt;Waardoor je alsnog ten gronde dreigt te gaan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De in het stukje triplex gebrandde tekst is al meer dan 3000 jaar oud.&lt;br /&gt;*Verbergt den verdrevenen en meld de omzwervende niet *&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ook vandaag nog, misschien in een ander verband, van toepassing. Wie is er nooit geschrokken. &lt;br /&gt;Er gebeurt iets wat je overweldigd. De adrenaline stroomt in je bloed.  Hot shot ! &lt;br /&gt;De spanning van het moment verstijft je spieren met zo`n geweld dat geen handeling mogelijk is. &lt;br /&gt;Of juist het tegenovergestelde. Ze maakt dat je aanvalt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Schrikken is een fenomeen dat in je onderbewustzijn schuilt. &lt;br /&gt;Generatie op generatie overgeleverd uit de oertijd. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vluchten, aanvallen, of juist doodstil zijn behoorden tot de belangrijkste funkties om te overleven.  &lt;br /&gt;Ook vandaag, `t is raar maar waar is deze uit de oertijd overgeleverde reaktie nog hoogst noodzakelijk. &lt;br /&gt;Ik geloof niet dat ze allemaal op de pappot afkomen. Vluchtelingen !  Van waar dan ook.&lt;br /&gt;Er is een tijd geweest dat je het aan kon vullen met ...... Hollanders ...... weg er mee  !!!!!&lt;br /&gt;Als dat was doorgegaan waren wij nu slaven in Europa, waarschijnlijk in Polen. &lt;br /&gt;Als het tijdswiel verdraait, vermorselt het met evenveel gemak onze zekerheden.&lt;br /&gt;Vluchtelingen zijn mensen die in de vreemde, hier dus, veiligheid zoeken&lt;br /&gt;---------------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;Wat morgen&lt;br /&gt;Als je geluk hebt speelt je leven zich evenwichtig af.  Als op een evenwichts-balk. &lt;br /&gt;Zonder er links of rechts van af te storten of struikelen. Zonder problemen tot het einde. &lt;br /&gt;Dat wil zeggen. Voor iedere traan een lach. Bij veel mensen lijkt dat niet op te gaan.&lt;br /&gt;Iedereen kent wel iemand.  Maar niemand kent de maat waarlangs geluk gemeten wordt.    &lt;br /&gt;Is het :    &lt;br /&gt;* Je liefste in je armen sluiten                                                            &lt;br /&gt;* je eerste, pas geboren kind  * een vlinder, die je oog streelt &lt;br /&gt;* een weerzien * een zons-ondergang &lt;br /&gt;Het is in ieder geval in jezelf.   &lt;br /&gt;Ken je het niet.  Ben je gespannen. Tracht iets te ondernemen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Spanning is energie.  Energie - die geen uitweg vindt - energie - &lt;br /&gt;in het begin der tijden  ingegoten in ieder * Zijn * . Spanning kan zich omzetten   in iets positiefs.  &lt;br /&gt;Er zijn drie belangrijke  geboden :  &lt;br /&gt;                                                           Leef !- wees waakzaam ! - overleef !  &lt;br /&gt;De ingewikkelde maatschappij waarin we leven heeft ons goeddeels afgesneden van &lt;br /&gt;de kennis van,  wat bedreigend is en wat niet. Ons onderbewustzijn speelt ons parten.  &lt;br /&gt;Dus : Zoek je geluk ? Onderneem iets.   Het kan  niet schelen wat.&lt;br /&gt;..............................................................................................................................................Schrijven is als varen op een onbekende rivier. Je weet hoe het moet maar je kent de ondiepten niet. &lt;br /&gt;Wat je tegenkomt zijn stukjes uit de puzzel van het naakte bestaan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik probeer om de herinnering te combineren met flarden die ik in de loop der tijd opschreef.  &lt;br /&gt;Met  * Flarden * bedoel ik de mislukte pogingen die ik deed. Om het op een rij te zetten. &lt;br /&gt;Om het uit mij vandaan te schrijven. Summiere gegevens tot op de 10de juni 1944. &lt;br /&gt;Toen werd ik gevangen genomen door de Landwacht. Een uit Nederlanders bestaande Duitse legerorganisatie .                   &lt;br /&gt;Of de duivel er mee speelt.................&lt;br /&gt;Er waait een stormachtige noordooster over de Westeinder. Op die eerste Paasdag 1944. &lt;br /&gt;Ik wil gaan zeilen.  Met een dochter van de familie Z.  Ze wonen dicht bij de watertoren.&lt;br /&gt;In de laagte achter de dijk. Van haar vader heb ik de dag tevoren voor 10 gulden de 16m kwadraat gehuurd. &lt;br /&gt;Het is een mooie blank gelakte boot. 6 meter lang. Omdat ik onderduiker ben moet ik mijzelf uit de kijker houden. Als je 19 bent wil je wel eens iets.Zeilen op de Westeinder. Zo vroeg in het voorjaar is de plas nagenoeg leeg. &lt;br /&gt;Ik denk dat het wel veilig is. Als ik achterom kom en  : " volk "  roep, opent haar moeder &lt;br /&gt;de deur. "Het waait veels te hard: " krijg ik te horen, "Ik vind het niet goed "! "Ik zet er een flinke reef in ", probeer ik nog. Het mag niet baten. Alleen. Zonder fokkemaatje. Het zal een hele klus zijn. Dat weet ik wel. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar mijn tientje ben ik toch al kwijt. De BM ligt uitdagend voor mijn neus te dobberen. &lt;br /&gt;De verleiding is groot. Mijn nieuwsgierigheid ook. Midden op de plas ligt een groot wit jacht voor anker. &lt;br /&gt;Niemand weet waarom.  Niemand weet wie de eigenaar is. Eigenlijk is het voor een pleziervaarder veel te vroeg &lt;br /&gt;in de tijd. Ik besluit om het te doen. Met een Noordooster heb je hier opperwal. Heel optimisties heb ik een zwembroek meegenomen. Voor het geval dat. Je weet maar nooit. Ik zet een rif in het zeil. &lt;br /&gt;Besluit mijn zwembroek aan te trekken. Mijn kleren verstop ik onder de bootsteiger. &lt;br /&gt;Ik wil moeder Fer, die mij, met toch wel een groot risico, onderdak biedt, niet opzadelen met &lt;br /&gt;mijn natte ondergoed, als ik ondersteboven zeil. Ik zet  de fok er bij en maak de boot los.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De gang zit er al gauw in. Recht voor de wind zeil ik op Leimuiden aan. &lt;br /&gt;Op de terugweg, tijdens het laveren moet ik nogal buitenboord hangen. &lt;br /&gt;Het is moeilijk om de boot overeind te houden. Zo scherp mogelijk aan de wind, &lt;br /&gt;dat is de kwestie. Het probleem is dat tijdens een vlaag de wind krimpt. &lt;br /&gt;Over stuurboord liggend moet ik dan als de wiede - weerga oploeven.Maar soms &lt;br /&gt;komt dat zo plotseling, dat mij niets anders overblijft dan de fokkeschoot te vieren.&lt;br /&gt;Ik mis dan mijn fokkemaatje. Al is het alleen maar om de schoot door te zetten.  &lt;br /&gt;Halverwege, op de terugweg, in de buurt van het jacht, maak ik in een opwelling er een &lt;br /&gt;rondje omheen.Mijn nieuwsgierigheid is groot.Mijn zelfvertrouwen niet minder. &lt;br /&gt;Een onverhoedse rukwind kan een  einde maken  aan het zeil-festijn.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Terwijl ik  de grootschoot in mijn linkerhand blijf vasthouden, laat ik de fokkeschoot los. &lt;br /&gt;Het is alsof de duivel er mee speelt. Er komt zoveel ruimte in de katoenen lijn, &lt;br /&gt;dat er vlak voor het dek-oog, waar de lijn doorheen loopt , een kink ontstaat. &lt;br /&gt;Met recht  een kink in de kabel. Het gevolg is dat de fok niet ree komt, mijn boot niet oploeft &lt;br /&gt;en omslaat. De boot ligt op zijn zij. Ik begin meteen de vallen los te maken in een poging de zeilen weg te nemen. Misschien kan ik daarna de BM weer recht werken.&lt;br /&gt;Terwijl ik bezig ben zie ik dat van het jacht een motorsloep losmaakt. Ik lig er nog geen 25 meter vandaan. &lt;br /&gt;Er zitten 2 mannen in. Groene duitse legeruniformen.Linke soep. Ze komen recht op mij af. &lt;br /&gt;Trekken mij uit het water en brengen mij naar het jacht. Ik weet nog haarscherp hoe ik via de trap * &lt;br /&gt;een soort gangway * aan dek kom. Ik wordt naar de salon gebracht. Daar zit een dikke duitse legerofficier &lt;br /&gt;van een jaar of 65. Hij geeft een teken mij met hem alleen te laten. Ik heb niet de indruk dat hij mij verhoord. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het lijkt meer op belangstelling. Hij zegt, mij te hebben zien zeilen. Dat het hem niet verbaasde &lt;br /&gt;dat ik omsloeg. Hij laat een fles jenever aanrukken. Biedt mij een borrel aan. Neemt er zelf een. &lt;br /&gt;Ik zit, slechts gekleed in een zwembroek tegenover hem. Op mijn hoede. &lt;br /&gt;Hopend dat hij er niet achter komt dat ik een onderduiker ben. Hij spreekt een soort plat duits.&lt;br /&gt;Gelukkig is het logisch dat ik geen ausweiss bij mij heb. Ik heb de indruk dat hij het liefst zelf naar Leimuiden &lt;br /&gt;was gezeild en op de terugweg omgeslagen. Uitvoerig wil hij weten waarom ik met die stormachtige wind alleen &lt;br /&gt;ben gaan zeilen. Ik vertel dat mijn  fokkemaatje van haar moeder niet mee mocht vanwege de harde wind. &lt;br /&gt;Dat ik die 10 gulden huur toch al kwijt was.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hij riep een soldaat. Gaf opdracht mij naar de wal te slepen. Na de oorlog hoorde ik dat hij &lt;br /&gt;territoriaal bevelhebber van de in Nederland gelegerde duitse troepen was. &lt;br /&gt;Als ik toen geweten had hoe genadeloos hij kon zijn, zou ik waarschijnlijknog minder op mijn &lt;br /&gt;gemak geweest zijn. Bij de steiger aangekomen lag de BM inmiddels helemaal onderste boven. &lt;br /&gt;De sloep voer meteen terug. Ik heb de boot recht gelegd. Het water eruit gehoosd. &lt;br /&gt;Het stormde nog steeds.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nadat ik mijn kleren aangetrokken heb fietste ik naar het dorp en dacht :&lt;br /&gt;" Avontuur ten einde " Maar nu vraag ik mijzelf wel eens af :&lt;br /&gt;" Ben ik die keer door het oog van een naaald gekropen " ?&lt;br /&gt;" Heeft Christiansen de ratten op mijn spoor gezet ? &lt;br /&gt;Of ben ik ordinair verraden door iemand  die onderduikers erbij lapte.&lt;br /&gt;In die paar maanden tussen die eerste Paasdag en de 10de  juni 1944 ?&lt;br /&gt;--------------------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;Friedrich Christiansen (Wyk auf Föhr, 12 december 1879 - Aukrug, 3 december 1972) &lt;br /&gt;was een generaal in Nazi-Duitsland. Hij was van 29 mei 1940 tot 7 april 1945 &lt;br /&gt;Wehrmachtsbefehlshaber in den Niederlanden (onder het Oberkommando der Wehrmacht) &lt;br /&gt;en van 10 november 1944 tot 28 januari 1945 opperbevelhebber van het 25ste leger. &lt;br /&gt;Hij gaf op 2 oktober 1944 de opdracht om een razzia uit te voeren \in het Gelderse dorp Putten, &lt;br /&gt;nadat een Puttense verzetsgroep een Duitse officier had doodgeschoten. &lt;br /&gt;Christiansen werd in 1948 in Arnhem tot 12 jaar cel veroordeeld wegens oorlogsmisdaden. &lt;br /&gt;In 1951, was hij 72 jaar en kreeg gratie.  &lt;br /&gt;-----------------------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;De verrader Van der Waals woonde in een woonark in Aalsmeer.&lt;br /&gt;Als er een lijst bestond van de Slechtste Nederlanders Aller Tijden &lt;br /&gt;zou Anton van der Waals vast en zeker hoog eindigen. &lt;br /&gt;De misdaden die hij tijdens de Tweede Wereldoorlog &lt;br /&gt;op zijn naam schreef zijn bijna te talrijk op om te noemen. &lt;br /&gt;Hij dreef tientallen verzetsmannen in handen van de Duitsers, hij loog en vervalste. &lt;br /&gt;Eigenhandig pleegde hij twee moorden. &lt;br /&gt;Hij  verrijkte zich waar hij maar kon. Van der Waals trouwde in totaal vier keer &lt;br /&gt;en presteerde het om tegelijk verloofd te zijn met de dochter &lt;br /&gt;van een belangrijke verzetsman en met de secretaresse van zijn Duitse opdrachtgever. &lt;br /&gt;Ook in het beruchte Englandspiel speelde Van der Waals een fatale rol. &lt;br /&gt;Te midden van armoe en ellende leefde deze duivelse spion en zogenaamde uitvinder &lt;br /&gt;in een wereld van bontjassen en juwelen. &lt;br /&gt;Als een kameleon trok hij door de kringen van het verzet. &lt;br /&gt;Hij won het vertrouwen van burgemeesters en vooraanstaande politici. &lt;br /&gt;Hij bedroog ze allemaal. Na de oorlog werd hij gearresteerd nadat hij notabene &lt;br /&gt;voor de Britse geheime dienst had gewerkt. Na zijn geruchtmakende proces &lt;br /&gt;en terechtstelling in 1950 bleef de mysterieuze Van der Waals tot de verbeelding spreken.&lt;br /&gt;-------------------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hiervoor ben ik zomaar  in de zomer van 1944 terecht gekomen.&lt;br /&gt;Dat is niet mijn bedoeling. Ik wil het over mijn broer Janus hebben.&lt;br /&gt;Door de mobilisatie in 1939 moest  je opkomen voor dienst. &lt;br /&gt;Jouw standplaats werd de marinekazerne op Kattenburg in Amsterdam&lt;br /&gt;In de zomer van 1939 trouwde je . ( je was toen 23 jaar )&lt;br /&gt;Je dochtertje Annie werd geboren op 23  September 1939. Er was dus haast bij.&lt;br /&gt;Zoals zoveel anderen woonde je in bij haar ouders. &lt;br /&gt;Je wilde graag samen met haar op je eigen wonen. &lt;br /&gt;Een vriend . ( Cor Wies ) had een houthandel annex sloperij.&lt;br /&gt;Daar verbouwde je een oud scheepje tot woonschip.     &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Je vrouw vond het maar niets. Zij bleef liever bij haar ouders inwonen.&lt;br /&gt;Voor jou was het een droom aan scherven. Het huwelijk verwaterde.&lt;br /&gt;Op een gegeven moment kwam er een meisje in beeld.  &lt;br /&gt;Zij woonde in Amsterdam.  Met haar zus had zij een naaiatelier op &lt;br /&gt;de Nieuwendijk.  Zij wilde wel bij jou in dat woonscheepje wonen. &lt;br /&gt;Ze werd zwanger. 3 februari 1941 is je zoon Jan geboren. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het leeftijdsverschil tussen je dochtertje Annie ( 23 augustus 1939 )en je zoon is slechts 16 maanden. &lt;br /&gt;3 weken later (25 &amp; 26)brak in Amsterdam de Februaristaking uit. &lt;br /&gt;Je had natuurlijk wel, omdat je nog niet gescheiden was, een probleem.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het was midden in die oorlog een woelige tijd. Je was inmiddels ondergedoken. &lt;br /&gt;Officieel scheiden kon dus niet. Samen met je vriendin beleefde je ups en downs. &lt;br /&gt;De strijd om het bestaan. Hoe kom je aan geld om te kunnen leven. &lt;br /&gt;Gewoon door, vul zelf maar in, van alles te doen.&lt;br /&gt;Het kwam allemaal in een stroomversnelling door die februaristaking.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Je raakte er bij betrokken. &lt;br /&gt;Het metterdaad helpen van Joodse families, mannen, vrouwen, kinderen.&lt;br /&gt;Met groot risico.  Je was zelf een onderduiker met een vervalst ausweis . &lt;br /&gt;Maar je deed wat je vond dat moest gebeuren.Ergens, tegen het einde van het jaar 1942, door verraad &lt;br /&gt;of tijdens een razzia, daar ben ik nooit achter gekomen, werd je op gepakt en aanvankelijk opgesloten  &lt;br /&gt;aan de Weteringschans. Later kwam je in het Oranje hotel (Scheveningen ) terecht.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hoe het je gelukt is om daaraan te ontsnappen is mij ook onbekend. ( misschien tijdens een transport ? ) &lt;br /&gt;Je hebt maatregelen genomen om je zoon in veiligheid te brengen in de Haarlemmermeer. &lt;br /&gt;Bracht hem onder bij bevriende bekenden van je. Mochten jullie die oorlog niet overleven, &lt;br /&gt;dan zouden zij ( volgens hen ) Jan groot brengen. Toen die oorlog voorbij was is daar nog een  &lt;br /&gt;familiestrijd om gestreden.Hij heeft toen enige tijd bij zijn oma ( de moeder van je vriendin ) &lt;br /&gt;in Groningen gewoond. Uiteindelijk is Jan, door een rechter ? aan die kennissen toegewezen &lt;br /&gt;en werd hij daar grootgebracht.Zelfs zijn achternaam, is op een niet meer te achterhalen&lt;br /&gt;manier veranderd, in die van hen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Je verdronk in het ijskoude water van de  * Nieuwe Maas *.  &lt;br /&gt;Op die rampzalige dag van de 21ste April 1943. Een week voordat je 27 jaar werd. &lt;br /&gt;Je lag daar met de * Flora *  die je omdoopte tot * Foenix *. &lt;br /&gt;Bij Krimpen aan de IJssel. Half verscholen in de Sliksloot.  Naast de Stormpolder. &lt;br /&gt;Op de vlucht.`s middags tegen 3 uur, ben je onder zeil gegaan en vertrokken. &lt;br /&gt;Dwars van * Kralingse Veer * . &lt;br /&gt;De * Hollandse IJssel * mondt daar in de  * Nieuwe Maas *, &lt;br /&gt;moest je over stag,  bakboord uit, naar * De Noord  *. &lt;br /&gt;Daarbij is je vriendin, die met je mee was, overboord geraakt. &lt;br /&gt;Je bent haar nagedoken. Kon haar niet redden. &lt;br /&gt;                                                                                       &lt;br /&gt;Op een tegemoet komend  motorschip zag  de schipper het gebeuren. &lt;br /&gt;Rapporteert de brig;,G v d Graaf,dat te omstreeks 15 uur op de rivier &lt;br /&gt;de Nieuwe Maas ter hoogte van de Nesserdijk, 2 mensen zijn verdronken.  &lt;br /&gt;Volgens de getuigen Adam Krijgsman 28 jaar, schipper a/b van de * Verandering , &lt;br /&gt;wonende de Ruiterstraat 19 te Capelle a/d IJssel en Adam Krijgssman, matroos a/b * Verandering *, &lt;br /&gt;wonende Zalmstoep 4 te Krimpen a/d lek, kwam&lt;br /&gt;het woonscheepje * Phoenix *, van Amsterdam, op vermeld tijdstip &lt;br /&gt;de rivier afzeilen, komende uit de richting IJsselmonde en gaande &lt;br /&gt;richting Maasbrug.Ter hoogte van de Nesserdijk zagen zij dat van &lt;br /&gt;dit scheepje iemand te water was gevallen en dat een man vanaf het &lt;br /&gt;scheepje, de eerste nasprong. Alvorens zij met hun schip konden &lt;br /&gt;opdraaien en hulp verlenen, waren beiden in de diepte verdwenen. &lt;br /&gt;Door het personeel van de * Havendienst 4 * is ter plaatse ongeveer &lt;br /&gt;1 uur gedregd, waarna het dreggen door de * Politie 2 * is voortgezet, &lt;br /&gt;                                                                  doch tot heden zonder resultaat. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het scheepje, dat daarna zonder bemanning wegdreef is door de *  Politie 5 *;, naar dit bureau gebracht. &lt;br /&gt;Door de a/b gevonden persoonsbewijzen blijken de drenkelingen vermoedelijk genaamd: &lt;br /&gt;Adrianus Versteeg geb:  27-4-1916 te Aalsmeer, schauffeur, wonende te Haarlemmermeer en &lt;br /&gt;Antje Scheper, geb: 28-9-1919 te Groningen, winkeljuffrouw.  te Amsterdam. &lt;br /&gt;Een nader onderzoek wordt ingesteld.&lt;br /&gt;                     De brigadier  van polite J.J.M. van der lent&lt;br /&gt;******************************************************&lt;br /&gt;Bovenstaand verslag, 21 april 1943 is in 2005, op verzoek van zijn zoon Jan, &lt;br /&gt;door de rivierpolitie te Rotterdam, een copy gemaakt. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Weken later ben je gevonden en begraven in Hoofddorp&lt;br /&gt;.&lt;br /&gt;Je was dus ontsnapt. Probeerde in de Biesbosch te komen. Om daar onder te duiken of naar Engeland &lt;br /&gt;te vluchten. Je wachtte op een goed tij en donkere nacht. Waarschijnlijk was je schuilplaats niet veilig &lt;br /&gt;meer. Het lukte mij , eind mei 1943, een paar vrij te krijgen bij de WTAG , de rederij waar ik bij voer. &lt;br /&gt;Die W.T.A.G. daar ben ik tegen mijn zin ingesplitst. &lt;br /&gt;Er zou in Dordmund een schip van de Nederrijnse uit Rotterdam voor mij liggen. &lt;br /&gt;Tijdelijk, moest ik dan maar even dat sleepschip van de WTAG nemen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Er waren mij brieven gestuurd, &lt;br /&gt;dat je verdronken was. Die heb ik niet &lt;br /&gt;ontvangen. Totaal verbijsterd was ik &lt;br /&gt;toen mijn moeder het mij vertelde.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ruim 4 weken later, op 1 juli 1943, &lt;br /&gt;(de 14de werd ik 19 jaar), dook ik onder.&lt;br /&gt;--------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;1 Juli 1943&lt;br /&gt;Op een Zaterdag .Als ik mij goed herinner. Ik stap in Zwolle uit de trein. Het is inmiddels donker. &lt;br /&gt;Het perron is slecht verlicht. De bordjes naar de uitgang zijn nauwelijks te lezen. Ik volg de weinige &lt;br /&gt;mensen. Vraag mij af waarom ik uitstapte. Eigenlijk is het mij om het even. &lt;br /&gt;In Meppel vertelde de conducteur dat de trein die dag niet verder ging dan Zwolle.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het was nog vroeg in de morgen toen ik in Emden in de trein stapte. Met de bedoeling om er in &lt;br /&gt;Groningen weer uit te gaan. Daar proberen onder te duiken. Om de duitsers om de tuin te leiden &lt;br /&gt;heb ik een kaartje genomen naar Zaandam. De vergunning om te reizen kreeg ik voor familiebezoek.  &lt;br /&gt;Dat heeft nogal voeten in aarde gehad. Ik voer bij de WTAG. Een rederij, die met eigen sleepschepen &lt;br /&gt;diverse ladingen vervoert over kanalen en rivieren. Die schepen komen nooit  "beneden ".  &lt;br /&gt;Daar bedoel ik mee in  Rotterdam of Antwerpen.                                                                                                              &lt;br /&gt;Inmiddels is de arbeitspflicht ingevoerd. Alleen bij hoge uitzondering kun je een paar dagen vrij krijgen. &lt;br /&gt;Je hebt een vergunning van je werkgever nodig. Je moet. &lt;br /&gt;Naar het  distibutiekantoor om je levensmiddelkaart af te laten stempelen.                   &lt;br /&gt;Naar het politiebureau voor permitt  (vergunning om te reizen ).&lt;br /&gt;Naar de douane voor een stempel in je pas. &lt;br /&gt;Met deze papieren gewapend kun je op het station een kaartje kopen&lt;br /&gt;waarop de vertrektijd en de datum staat. En de dag van de terugreis. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dat mijn schipper er niet voor voelt om mij een briefje voor  het rederijkantoor in Emden te geven &lt;br /&gt;is begrijpelijk. Hij is persoonlijk verantwoordelijk voor mijn terugkeer.  Alles wat ik aan boord bezit, &lt;br /&gt;zoals, dekens, lakens,  kleding, shag, sigaretten, kofffie, thee, schnaps, heb ik verpakt in mijn koffers bij  hem in bewaring gegeven. Als pand. Het is wat mij betreft een waardeloos pand. Voor niets ter wereld wil ik &lt;br /&gt;na mijn ervaringen in duitsland er nog een dag blijven. Ik maakte al eerder plannen om weg te komen, &lt;br /&gt;maar reizen is ten strengste verboden. Als je het verkeerd treft wordt je uit de bus of de trein gehaald &lt;br /&gt;en meteen in een concentratiekamp gestopt. Je kunt niemand om raad vragen.  &lt;br /&gt;Het hele duitse systeem berust op verraad. Kinderen brengen hun ouders aan. Buren verklikken buren. Als je ook maar iets over Hitler of het systeem zegt,  loop je groot risico erbij gelapt te worden. Niemand is te vertrouwen. En hoewel ik mijn schipper, een niet beroerde Oostfries, &lt;br /&gt;de sympatiekste duitser is die ik ken, moet ik ook hem een rad voor de ogen draaien.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik wil verder met een markante datum.&lt;br /&gt;                                                               10 Juni 1944&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;19 jaar was ik en werkte op een kwekerij. Die dag werd ik beslopen door 2 landwachters. &lt;br /&gt;Willem Keessen en ik waren in een aardbeienbed onkruid aan het wieden. Het was helemaal &lt;br /&gt;achteraan op de kwekerij. Bij de ringvaart van de Haarlemmermeerpolder.  &lt;br /&gt;De kwekerij is aan de Uiterweg ( de buurt ). &lt;br /&gt;Ze kwamen vanachter een bloemenkas met het geweer in aanslag te voorschijn. &lt;br /&gt;Ausweissen wilden ze zien. Willem had een echte. &lt;br /&gt;Overigens was dat toen geen garantie om op vrije voeten te blijven.&lt;br /&gt;Ik had er een van de ondergrondse. Vals ! Uiteraard.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Toen die 2  landwachters mij meenamen van de kwekerij, brachten &lt;br /&gt;zij mij naar Hoofddorp in de Haarlemmermeerpolder. Daar was een &lt;br /&gt;beroepsopleidingschool voor meisjes. Hij was in gebruik bij de &lt;br /&gt;Ortskommandantur. Na een eerste verhoor werd ik opgesloten in de &lt;br /&gt;bezemkast. Daarin heb ik de nacht doorgebracht. Zij deden een voorstel.&lt;br /&gt;Ze konden zij mij wel vrij laten. Ik moest mij dan wel melden voor de Kriegsmarine.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het stuitte mij tegen de borst. De gedachte hieraan maakte mijn afkeer alleen maar groter.  &lt;br /&gt;De gruwel van mensenjacht door de moffen. Mijn aversie tegen de duitsers was te groot.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De volgende dag werd ik naar het huis van bewaring, in de Sint Janstraat in Haarlem, gebracht. &lt;br /&gt;Na een paar dagen werd ik met een aantal anderen als gevangene afgeleverd in het &lt;br /&gt;Polizeiliches Durchdanglager Amersfoort.&lt;br /&gt;--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;Vandaar naar een strafkamp bij Leipzig.  ( concentratiekamp )      &lt;br /&gt;Een omheining van prikkeldraad. Een aantal barakken. Buiten het prikkeldraad een wachtgebouw. &lt;br /&gt;Rondom 3 hoge wachttorens.  In ieder daarvan een gewapende soldaat. Tot welke afdeling van het &lt;br /&gt;leger ze behoren weet ik niet.Zijn ze in dienst van de Gestapo. Of van de S.D. De arm van de Gestapo. &lt;br /&gt;Afin. Het is eender. Zeker is dat ze zullen schieten. Op ieder die door het prikkeldraad heen de vrijheid &lt;br /&gt;probeert te heroveren.Bij de poort een wachthuisje waar ieder uur van de dag en ieder uur van de nacht, &lt;br /&gt;net als in de torens een gewapende soldaat, of zijn het SS ers, de wacht houdt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Iedere barak bestaat uit 4 hokken. &lt;br /&gt;Kamers is een te mooi woord voor de ruimten, die van geen enkele stoel of kast, laat staan,een bed, &lt;br /&gt;voorzien zijn. Geen banken om op te zitten. Alleen een lage gemetselde rand, die de slaapvloer van de &lt;br /&gt;kachelvloer scheidt. Ieder vertrek heeft een buitendeur en 2 ramen die niet open kunnen. &lt;br /&gt;Vlak bij de deur zit nog een rooster. Anders zou je de moord stikken als de deur dicht is.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na het avondappèl, ik beschik niet over iets om de tijd te meten,&lt;br /&gt;moeten we binnen blijven in de ons toegemeten ruimte. Nou die ruimte is miniem. De lengte plus &lt;br /&gt;de breedte van je lichaam. Liggend ! Als er meer dan 2 personen op hun buik of op hun rug gaan liggen &lt;br /&gt;is er niet voldoende plaats voor de 20 man die in ieder hok moeten, slapen of schuilen, voor regen of de kou.&lt;br /&gt;Kortom, we moeten leven op de manier van een slaaf. Zoals in andere tijden, &lt;br /&gt;tijdens het transport over de oceanen. Als een nietswaardige in een systeem.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op een simpele manier is ongeveer 2 meter vanuit de achterwand gerekend, &lt;br /&gt;een lage drempel gemetseld. Vanuit de wand die daar haaks op staat eenzelfde drempel, &lt;br /&gt;maar dan korter. Het enige komfort is een houtkachel, maar er is weinig brandhout.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De slaapvloer is bedekt met een laag stro, waarin het wemelt van het ongedierte. Ik ben tenminste al &lt;br /&gt;menige keer gebeten. Terwijl ik toch zeker meende te weten dat er geen kleerluizen meer in de naden &lt;br /&gt;van mijn jasje zaten. Of in de naden van mijn broek. Neten wel !  Maar die beginnen in een later stadium pas.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik draag nog steeds de kleding die ik aanhad toen ik hier arriveerde. We moeten zwaar werk doen en &lt;br /&gt;krijgen slaag toe van knuppelaars. Die wonen in een bevoorrechte positie in een aparte ruimte. &lt;br /&gt;Regelmatig nemen ze ons op de korrel en slaan er met hun knuppels op los. Als de kampcommandant &lt;br /&gt;ons op de appèlplaats wil hebben klinkt er een schril gefluit. Dan nemen zij hun kans waar. &lt;br /&gt;Terwijl wij ons naar het paradeveld begeven.  Meppen ze er op los. Zogenaamd om de orde te verbeteren.&lt;br /&gt;Het zijn gewoon misdadigers die hun lusten botvieren.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Net als wij zijn het gevangenen. Maar toevallig of niet. Het zijn moffen !Ze krijgen meer te eten. &lt;br /&gt;Op het werk houden zij toezicht  !!!!! Tussenpersonen tussen de duitse uitvoerder van het werk en &lt;br /&gt;onze bewakers ! Ze zorgen voor de uitvoering van de orders. Het doel is pijniging en vernedering.&lt;br /&gt;Het is blijkbaar de manier van het  ^ Herrenvolk ^ om onwillige Germanen te heropvoeden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Privé-bezit hebben we niet. Alleen een metalen kroes en een lepel. De kroes ben ik inmiddels kwijtgeraakt. Gestolen ! Als nu de emmer met surrogaatkoffie wordt uitgedeeld, trek ik mijn klomp uit en laat die vullen. &lt;br /&gt;De laatst komende heeft vaak niets. Dan is de emmer leeg. Het minieme stukje brood,  en het dobbelsteentje margarine dat we `s avonds krijgen, wordt wel eerlijk verdeeld.  Het is meteen ook bestemd voor de &lt;br /&gt;volgende morgen. Het veiligste is het, om het `s avonds voor dat je gaat slapen, op te eten. &lt;br /&gt;Zoals altijd. Honger is een scherp zwaard ! Het is me al een keer overkomen dat mijn brood er smorgens &lt;br /&gt;niet meer was. Toch had ik het onder het stro, onder mijn hoofd verstopt. Als je eenmaal slaapt kun je &lt;br /&gt;gewekt worden door luizen,  of door een hand die niets bij je te zoeken heeft. Je ligt voortdurend op scherp. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Meestal ben ik zo vermoeid dat ik mij smorgens, verbaasd, onder de bulten of beten zie zitten.&lt;br /&gt;Terwijl ik mij het bijten niet herinner. De wandluizen zitten tussen de naden van de planken.&lt;br /&gt;Als je er werk van maakt kun je mooie rode vlekken op de wand slaan met je hand.&lt;br /&gt;Het moet natuurlijk wel raak zijn. Zij zijn doorvoed van mensenbloed. Wij worden steeds magerder.&lt;br /&gt;De kleerluizen wonen overal in je kleren. Tenminste, de neten ! Die zitten vast met zelfgemaakte lijm.  &lt;br /&gt;De volwassen luizen zitten het liefst op je kraag of in de naden van je jas.&lt;br /&gt;Ze zuigen bloed en jeuken als de pest.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Om de week gaan we naar de kapper. Als het droog weer is zit je buiten op een kruk.&lt;br /&gt;Een vandaal trekt dan de gewonnen millimeter met een tondeuse van je kop.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De hoofdluizen zijn dus schaarser. Ik vermoed dat ze in het stro bij het andere ongedierte huizen. &lt;br /&gt;Want vandaar word ik steeds gebeten en gezogen. De onaangenaamster luizen  zijn de schaamluizen. &lt;br /&gt;Die bijten zich bij de haarwortels naar binnen. Ze blijven met het achterlijf daar buiten steken. &lt;br /&gt;Als je krabt breken ze af.  Dat levert ontstekingen op. Ter bestrijding krijgen we een blauwige zalf. &lt;br /&gt;Dat helpt wel wat maar het is kleverig spul.&lt;br /&gt;---------------------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;Flarden.&lt;br /&gt;Het is allemaal waar. Het gevoel van de onwerkelijkheid, van de wereld om mij heen &lt;br /&gt;ben ik nooit kwijtgeraakt Niets is bedriegelijker dan de herinnering.&lt;br /&gt;Alles wat zij prijs geeft is gekleurd door de tijd. Het borrelt in je onderbewustzijn.&lt;br /&gt;Ik duik verder in mijn herinnering.&lt;br /&gt;---------------------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;Arbeits Erziehungs Lager  Espenhain über Leipzig.&lt;br /&gt;De eerste dag. We krijgen meteen een toespraak van een kleine rat in uniform.&lt;br /&gt;Na een tijdje getreiter met  * hinlegen - aufstehen * moeten we in de houding staan.&lt;br /&gt;Hij komt, geflankeerd door 2 SS ers in uniformen 2 honden, &lt;br /&gt;die bloeddorstig aan hun lijnen staan te trekken, voor ons staan.&lt;br /&gt;We zijn nu in Duitsland. We zijn gevangenen die straf hebben verdiend.&lt;br /&gt;Ons zal * orde en gezag * worden bijgebracht.&lt;br /&gt;Door onze arbeid zullen wij een stukje van onze * schuld * inlossen.&lt;br /&gt;                                                                      " Wehr nicht mitt uns ist ist gegen uns ".&lt;br /&gt;Hij zou ons nog: " lernen, dass arbeit ", vreugde maakt !&lt;br /&gt;Die  middag nog sta ik met gele verf een persoonsnummer op mijn jasje te tamponeren.&lt;br /&gt;Voor mij is dat geworden. A. E. L. 1768    Het nummer brandt in mijn hart.&lt;br /&gt;Mijn enige gedachten bestaan uit ; " ik moet hier vluchten ".&lt;br /&gt;Het is het getal, waarmee het rijksarbeidsbureau Utrecht mij, * waar halen ze de gore moed vandaan *&lt;br /&gt;in het concentratiekamp Amersfoort, van een registratie nummer heeft voorzien.&lt;br /&gt;Om te vluchten moet je eerst een plan hebben. Een doel. Zorgen voor voedsel onderweg.&lt;br /&gt;Eenmaal buiten het kamp is geen hulp te verwachten.&lt;br /&gt;Ik zal honderden kilometers door een vijandig land moeten trekken. En ook in Holland ben ik niet veilig.&lt;br /&gt;De moffen hebben immers heel Nederland in hun macht. Maar daar loop ik het minste risico. Alhoewel.&lt;br /&gt;Ik ben immers al eens gepakt omdat iemand mij verraden heeft. Maar voordat ik Duitsland &lt;br /&gt;verlaten zal hebben bedreigt dat gevaar mij bij iedere conforntatie met een bewoner van dit land. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat moet ik nog meer hebben. Een jasje en als het kan een broek. Een muts moet ik hebben om mijn &lt;br /&gt;kaal geknipte kop te verbergen. Anders zal ik te vlug opvallen.Teveel op de gevluchte gevangene lijken, die ik ben. &lt;br /&gt;En iets beters dan de versleten klompen die ik nu heb.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik kan niemand in het kamp vertrouwen. Of liever, ik ken niemand die ik in vertrouwen durf nemen.&lt;br /&gt;Er is al eens eerder iemand gevlucht. Die is de volgende dag gepakt.&lt;br /&gt;Onder aanmoediging van de kampleiding volledig in elkaar geslagen.&lt;br /&gt;We hebben uren voor straf op de appelplaats moeten staan.&lt;br /&gt;De marteling, langdurig hinlegen - aufstehen, moeten uitvoeren.&lt;br /&gt;Onbedoelde loslippigheid, zal mijn plan onuitvoerbaar kunnen maken.&lt;br /&gt;Als ik ruggespraak houd , maar met wie dan . Ik heb immers geen vrienden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Iedereen in het kamp vecht voorzichzelf om te overleven. Het is mij gelukt om een blauw jasje van de voorman achterover te drukken. Uit een kantine een alpinopetje te pikken. Achter een auto  "vond "ik een paar schoenen.&lt;br /&gt;Eigenlijk zijn het meer sloffen van kunstrubber.&lt;br /&gt;------------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;De eerste keer gevlucht !&lt;br /&gt;De gang is slecht verlicht. Het is meer een kelder. Onder de fabrieksgebouwen door.&lt;br /&gt;Vooraan loopt een SS-er. Daarachter lopen wij. Een groep gevangenen. 40 man !&lt;br /&gt;De gang is smal. We lopen 2 breed. De soldaat die de staart van de groep bewaakt,&lt;br /&gt;loopt in plaats van naast, achter ons. De gang is ongeveer 1 meter breed.&lt;br /&gt;In de muur aan mijn kant ontdek ik een gat.&lt;br /&gt;Misschien  anderhalve meter hoog en 60 cm breed. Een kans om te ontsnappen ?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op het fabrieksterrein moeten wij graven.  Onze bewakers nemen positie in vanwaar ze &lt;br /&gt;ons goed kunnen zien. Een Duitse voorman deelt de werkzaamheden in.  &lt;br /&gt;Al meer dan een week zijn we daar bezig met het graven van een diepe sleuf. `t Is voor een pijpleiding. &lt;br /&gt;De fabriek maakt synthetische benzine. Het terrein is dan ook vergeven van de pijpleidingen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De sleuf die wij graven lijkt meer op een soort kanaal.  Drie meter diep. &lt;br /&gt;Op het laagste punt 1 meter breed. Door de vele regen sta ik vaak tot aan mijn knieèn in het lemige water. &lt;br /&gt;4 Man proberen het met kattekoppompen droog te houden. &lt;br /&gt;Het is zwaar werk om de gelige lemige grond op te gooien, naar de een laag hoger werkende mannen.&lt;br /&gt;Vooral omdat de leem glibberig is. Ik wordt telkens in de onderste laag gezet.&lt;br /&gt;De mannen aan de pompen doen hun best, maar het water daalt slechts langzaam.&lt;br /&gt;Het werk gaat intussen gewoon verder. Ik moet onder een brede dam doorgraven. &lt;br /&gt;Een tunnel maken. Hij moet anderhalve meter hoog en 70 cm breed zijn.&lt;br /&gt;Ik graaf mijzelf, als een mol, de dam in. Soms moet ik een houweel gebruiken.&lt;br /&gt;Het meeste is, door woest met mijn schop op de massa in te hakken, weg te krijgen.&lt;br /&gt;Als ik er een meter inzit begint het water gelukkig te zakken.&lt;br /&gt;Toch glij ik nog tot aan mijn enkels door de glibberige trog heen en weer.&lt;br /&gt;Door de bodem oneffenheden te maken, lukt het me om kracht te zetten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik werk zonder stutten. Soms ben ik bang levend begraven te worden.&lt;br /&gt;Als achter mij een klotsend geluid klinkt, omdat er flinke stukken uit mijn &lt;br /&gt;armzalig gewelf vallen, wil ik er zo vlug mogelijk uit. Maar nog voor ik buiten ben hoor &lt;br /&gt;ik het hysterische gebrul van een bewaker. " Voraus mensch ! Hinein ! Sneller " !&lt;br /&gt;Zonder omkijken ga ik het gat in. Voort gaat weer.&lt;br /&gt;De man achter mij schept het leem naar de man achter hem. &lt;br /&gt;Via de menselijke, of moet ik zeggen onmenselijke, ladder gaat het naar boven.&lt;br /&gt;Het gaat terrasgewijs. In 3 terrassen is de leem boven.&lt;br /&gt;Wanneer ik ongeveer 3 meter onder de dam ben wordt het schemerdonker.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik werk niet alleen. Maar praten kunnen we niet. Zogauw er minder naar buiten &lt;br /&gt;komt begint de bewaker te brullen. Ik blijf verbeten op de leem inhakken en werk het &lt;br /&gt;tussen mijn benen door naar de man achter mij. Als we eindelijk mogen stoppen, klim ik met de anderen &lt;br /&gt;naar de begane grond. We stellen ons op in rijen van 4 en marcheren af in de richting van het hoofdgebouw. &lt;br /&gt;Bij de gang er onderdoor vormen we weer rijen van 2. Als ik het gat in de muur zie, staat mijn besluit vast.&lt;br /&gt;"Morgen vlucht ik !&lt;br /&gt;Als ik zorg in het midden van de stoet te lopen, kunnen de bewakers mij even niet zien.&lt;br /&gt;Morgenochtend ga ik mij zijdelings door dat gat laten vallen "!&lt;br /&gt;***************************************************************************&lt;br /&gt;Espenhain ligt ongeveer 20 km zuidelijk van Leipzig. Toen ik de eerste keer aan mijn gevangenschap ontvluchtte, kwam ik tot Jena. Daar werd ik gepakt door de Gestapo &lt;br /&gt;( die opereren in burger ) Zo ben ik land over zand toch nog  50 km weggekomen&lt;br /&gt;***************************************************************************&lt;br /&gt;Gisterenavond in de stromende regen een wagon cement gelost.&lt;br /&gt;We waren nog maar net  in het kamp terug toen we werden toegebruld:&lt;br /&gt;" Wer een extra stuck brot wollte, soll sich melden an der tor "!&lt;br /&gt;Op mijn blote rug breng ik de balen, samen met een aantal lotgenoten, in een loods.&lt;br /&gt;Ik wil mijn hemd sparen. Het jasje met het nummer er op mocht ik niet aanhouden.&lt;br /&gt;De leesbaarheid zou minder kunnen worden. Het extra stuk brood komt  als geroepen.&lt;br /&gt;***************************************************************************&lt;br /&gt;" Vandaag vlucht ik ".&lt;br /&gt;5  uur `s morgens, overeind gekomen van het stro. Ik ga me wassen in de wasbarak, wat altijd link is. &lt;br /&gt;In de voorste helft ervan wonen de knuppelaars.  Als er een het nodig vindt beginen ze al in het washok. &lt;br /&gt;`s Morgens krijgen we geen brood of iets anders te eten.  Om half 6 komen de gamellen met, iets wat op koffie lijkt, er in. Als de run erop afgelopen is, de laatste heeft vaak niets, is het verzamelen op het plein. "antreten " heet dat.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De knuppelaars jagen ons op, tot we per barak opgesteld staan. &lt;br /&gt;Na het koppen tellen marcheren we onder bewaking het kamp uit. Bij de poort van de fabriek &lt;br /&gt;begin ik scherpop te letten.Onder mijn jasje draag ik het, door mij van, " der meister " gestolen jasje.&lt;br /&gt;.....................................................................................................................................................................................&lt;br /&gt;Op de vlucht  &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Veel is het niet. De fiets in het schuurtje verdient eigenlijk die naam nauwelijks. &lt;br /&gt;Behalve dat het frame zwaar verroest is, mankeert er van alles aan. Maar er zit lucht in &lt;br /&gt;de banden. Als het trapwerk het nog doet. Het is te proberen. Lopend val ik teveel op.&lt;br /&gt;Het is zaak om op de weg te komen die voor het huis langs loopt. Ik moet maken weg te &lt;br /&gt;komen voordat de bewoners wakker worden. Honger en vermoeidheid hebben me naar &lt;br /&gt;dit huis aan de rand van het bos gelokt. Sinds gisteren ben ik vrij man. Maar toen had &lt;br /&gt;ik nog een stuk brood. Met veel moeite in het kamp verborgen gehouden. &lt;br /&gt;Om tenminste iets te hebben om voor en van te leven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Om te vluchten moet je eerst een plan hebben. Een doel. Zorgen voor voedsel onderweg.&lt;br /&gt;Eenmaal buiten het kamp is geen hulp te verwachten. Ik zal honderden kilometers door een vijandig land &lt;br /&gt;moeten trekken. En ook in Holland ben ik niet veilig.  De moffen hebben immers heel Nederland in hun macht. &lt;br /&gt;Maar daar loop ik het minste risico. Alhoewel. Ik ben immers al eens gepakt omdat iemand mij verraden heeft.&lt;br /&gt;Maar voordat ik Duitsland verlaten zal hebben bedreigt dat gevaar mij &lt;br /&gt;bij iedere confrontatie met een bewoner van dit land.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat moet ik nog meer hebben&lt;br /&gt;Een jasje en als het kan een broek.&lt;br /&gt;Een muts moet ik hebben om mijn kaal geknipte kop te verbergen. Anders zal ik te vlug opvallen.&lt;br /&gt;Teveel op de gevluchte gevangene lijken, die ik ben. En iets beters dan de versleten klompen die ik nu heb.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik kan niemand in het kamp vertrouwen. &lt;br /&gt;Of liever, ik ken niemand die ik in vertrouwen durf nemen. Er is al eens eerder iemand gevlucht. &lt;br /&gt;Die is de volgende dag gepakt.Onder aanmoediging van de kampleiding volledig in elkaar geslagen. &lt;br /&gt;We hebben uren voor straf op de appelplaats moeten staan.De marteling, hinlegen - aufstehen, moeten uitvoeren.&lt;br /&gt;Onbedoelde loslippigheid, zal mijn plan onuitvoerbaar kunnen maken.&lt;br /&gt;Als ik ruggespraak houd , maar met wie dan . Ik heb immers geen vrienden. Iedereen in het kamp vecht &lt;br /&gt;voorzichzelf om te overleven. De enige waar ik kontact mee heb is een oude waarzegger. En dat is ook meer het luisteren naar verhalen over de sterren. Wat er in de lijnen van iemands hand geschreven staat. Wat er op het gezicht te lezen is.Astrologische lessen. Met een tak. Geschreven in het zand.&lt;br /&gt;Ik luisterde naar de verhalen van 7 studenten uit Delft.Waarvan er een, volgens de anderen, 7 talen sprak. &lt;br /&gt;Het vervelende was, dat hij op de duur in de war raakte. Die talen door elkaar begon te spreken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We lopen in rijen van 4. Direct komen we in de gang, waar het gat is. Ik neem mij voor om er zijdelings &lt;br /&gt;door heen te vallen.  Zo spoedig mogelijk een schuilplaats zoeken tussen de wir-war van pijpleidingen, &lt;br /&gt;die er in het kelder-gewelf zeker zullen zijn. Daar is de muur !&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De met pistool en geweer bewapende SSer, die normaal vooraan, naast de groep loopt, gaat zoals altijd, voor ons, &lt;br /&gt;de gang in. De knuppelaars proppen ons, na hem de gang in. In dubbele rij gaan we naar binnen. &lt;br /&gt;Ik zorg in het midden kom te lopen. Rechts !  Het is er nagenoeg donker. Als het gat in de muur er nog maar is.&lt;br /&gt;Mijn grootste vrees is dat het gat gerepareerd is.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hier moet het zijn ! &lt;br /&gt;Ja ! Nu !&lt;br /&gt;Ik val tussen de anderen vandaan. Schijnbaar zonder iets te merken sluit de rij en loopt verder.&lt;br /&gt;Ik houd mij stil tot de laatste man en de SSer voorbij zijn. Struikelend en kruipend, ben ik de hele dag &lt;br /&gt;in het enorme kelder-komplex bezig, een uitgang te zoeken. Er moet uitweg langs deze kant van &lt;br /&gt;de fabriek zijn. Net voor het donker klim ik door een pijpkoker naar buiten.&lt;br /&gt;-------------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;Gelukkig is het prachtig weer.&lt;br /&gt;Ik besluit hoofdzakelijk overdag te lopen en `s nachts kort te slapen. &lt;br /&gt;Overdag de zon als orièntatiepunt. &lt;br /&gt;` s Nachts de Kleine Beer met de Noordster aan zijn staart.&lt;br /&gt;-------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;Een hekwerk.&lt;br /&gt;De straatweg waar ik op hoopte loopt achter dat hek, vlak voor mijn neus. Er onderdoor kruipen is een &lt;br /&gt;peuleschil. De struiken aan de overkant ervan verbergen me, nadat ik,  als ik als of ik pissen moet, &lt;br /&gt;de betreffende houding bij een boom aanneem. Vrachtauto`s  daveren over de weg.  &lt;br /&gt;Het lijkt me het beste om wat verder van de weg af te gaan. Naar het Westen het liefst. &lt;br /&gt;Tussen het hoogopgeschoten struikgewas kan ik mij moeilijk oriènteren.Een pad is hier niet.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Naar schatting een uur later en geschaafd door scherpe takken en dorens, vang ik de gloed van &lt;br /&gt;de ondergaande zon, die achter een flauwe glooiing in het landschap is verdwenen. &lt;br /&gt;Het bos is overgegaan in een bebouwde akker. Tussen de struiken maak ik mij een slaapplaats. &lt;br /&gt;Het hoog opgeschoten onkruid beschermt mij tegen ontdekking.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik rammel van de honger en offer er een stukje brood van mijn minimale voorraad aan op.&lt;br /&gt;Ik zal heel zuinig moeten zijn om niet om te komen van de honger.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mij scheiden honderden kilometers van het doel.................Holland !.......&lt;br /&gt;In een vijandig land !  Tussen vijandige mensen !&lt;br /&gt;Kaarten of aanwijzingen hoe ik er moet komen ontbreken mij geheel !&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat verder op zijn 2 vrouwen en een oude man bezig op een akker. &lt;br /&gt;Als de werkers verdwenen zijn vind ik, dichtbij, voedsel. Het gewas bestaat uit koolrabi. &lt;br /&gt;Als aanvulling niet te versmaden. Redelijk gevoed nestel ik mij in mijn slaaphol en overweeg mijn kansen.  Papieren heb ik niet. &lt;br /&gt;Als ik staande word gehouden, zal ik een geloofwaardig verhaal moeten kunnen vertellen. &lt;br /&gt;Gelukkig is het prachtig weer. Ik besluit hoofdzakelijk overdag te lopen en `s nachts kort te slapen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar welk verhaal ik vertellen moet als ik ` s nachts aangehouden word weet ik niet te bedenken. &lt;br /&gt;Ik herhaal in mijzelf de regels van het lied :* achter in het stille klooster - `t zonlicht daalt in`t Westen neer *&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik moet de tegenovergeestelde richting op. Maar het is iets. Als de zon onder gaat kan ik het Westen bepalen. &lt;br /&gt;Op haar hoogste punt staat ze Zuidelijk. Ik moet Oostelijk. Daar ergens ligt Holland. &lt;br /&gt;Bij heldere nacht moet ik de Poolster zoeken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik besluit om morgenochtend, als de zon opkomt, te gaan lopen. Als ik land over zand loop. &lt;br /&gt;Een peiling tegenover de opkomende zon neem, ga ik Westwaarts. Mijn lichamelijke conditie is voldoende. &lt;br /&gt;Mijn energie niet onuitputtelijk.&lt;br /&gt;Nadat ik mij in mijn schuilplaats neerleg val ik als een blok in slaap.&lt;br /&gt;Dat merk ik in de vroege morgen, als ik, onbedekt, rillerig, op sta. Boven een bosrand licht de hemel al op.&lt;br /&gt;Daar is het Oosten ............mijn koers ligt vast,...............Westwaarts !&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Niets te drinken en geen sloot te zien. Nog niemand te bekennen. Een landweggetje volgend, &lt;br /&gt;trek ik wat wortels uit de grond, bedenk een alibi.Voor het geval ik staande word gehouden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het alibi dat ik repeteer begint met: "Ik vaar op een schip van de WTAG. We liggen te repareren &lt;br /&gt;aan een scheepswerf in Bodenwerder  aan de Weser. Ik kon van mijn schipper een paar dagen &lt;br /&gt;verlof krijgen en ben op bezoek geweest bij een vriend die op een boerderij achter mij werkt ". &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Afhankelijk van waar ik dan ben en wat ik misschien op een wegwijzer kan vinden, noem ik dan een dorp &lt;br /&gt;of een stad Oostelijk van mij. Op het ogenblik weet ik alleen dat Chemnitz daar voor in aanmerking komt.&lt;br /&gt;Als kostbaarheid koester ik een foto die ik al die tijd bij mij gedragen heb. Mijn broer Janus staat er op afgebeeld. De foto is nogal geschandaliseerd doordat ik hem op mijn blote lijf moest dragen. Hij was bij de marine. Je kunt op de baret  duidelijk het woord * Marine * lezen. Vocht in die Meidagen van 1940 tegen de Duitsers. &lt;br /&gt;Ik kan suggereren dat hij bij de kriegsmarine is. Dat het mij als matroos op een vrachtschip, &lt;br /&gt;dat hoofdzakelijk in Duitsland vaart, buitengewoon goed bevalt.&lt;br /&gt;Janus zou het mijn niet kwalijk genomen hebben. Daarvan ben ik overtuigd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hij verdronk in het ijskoude water van de  * Nieuwe Maas *.&lt;br /&gt;Op die rampzalige dag van de 21ste April 1943. Een week voordat hij 27 jaar werd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De hele dag loop ik over landweggetjes. Steek zo af en toe een verharde weg over. &lt;br /&gt;Het landschap is heuvelachtig. Telkens pas ik mijn koers aan door een peiling op de zon te nemen. &lt;br /&gt;Als ik in de bosachtige omgeving een dorpje nader probeer ik er met een omtrekkende beweging &lt;br /&gt;aan voorbij te komen. Ongezien lukt mij dat niet.  Er komt een jongen aangefietst. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik herken het uniform van de Hitlerjugend. Een van de agressieve soort. Ik schat hem een jaar of 16.&lt;br /&gt;Op commanderende toon beveelt hij dat ik mij moet legimiteren. Ik bluf hem af met de opmerking dat ik geen behoefte heb om dat te doen. Dat hij lang kan wachten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik vervolg mijn weg. Hij blijft naast mij fietsen. Beveelt dat ik hem moet volgen naar de ortscommandantuur.&lt;br /&gt;Als ik hem uitlach stuift hij weg. Roept dat hij versterking gaat halen. Dat hij zeker weet dat ik een ontsnapte gevangene ben. Zodra hij uit zicht is duik ik het bos in. Zoek mij een weg om uit de positie te komen van ontdekte, gevluchtte gevangene. Het bos is niet groot, toch kost het mij moeite om een pad te vinden dat mij er doorheen brengt. Als ik het bos uitkom is het inmiddels avond. Het is tijd om een schuilplaats te zoeken voor de nacht.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een alleenstaand huis ! Omzichtig nader ik het. Achter, in de grote tuin die er bij is, staat een schuurtje.&lt;br /&gt;De deur is los. Binnen vind ik een stapel jute zakken. Kort nadat ik er op ga liggen val ik als een blok &lt;br /&gt;in slaap.Verkleumd word ik `s morgens wakker door het gehoest van een auto die moeizaam op gang &lt;br /&gt;komt.Een oude fiets brengt mij op een idee.&lt;br /&gt;---------------------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;Derde dag op de  vlucht.&lt;br /&gt;Als ik met die fiets ga schiet ik beter op. Maar ik moet wel ongezien, op de weg die voor het huis langs &lt;br /&gt;loopt, zien te komen. Nadere inspectie leert mij dat het trapwerk naar de Fillestijnen is. &lt;br /&gt;Hongerig zoek ik de bosrand weer op. Daar offer ik mijn laatste stukje brood. Het is eigenlijk een korst&lt;br /&gt;waar een rat zijn neus voor op zou halen. Met de opkomende zon als gids loop ik langs de wegen, &lt;br /&gt;de dorpjes, dwalend door het gehate landschap. In de overtuiging, dat ik langzaam maar zeker, &lt;br /&gt;op weg ben naar Holland. De hele dag, beurtelings mij verschuilend, beurtelings de weg op gaand.  &lt;br /&gt;Als een opgejaagd dier. Telkens weer het Westen berekenend ten opzichte van de zon.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als ik op een landweg loop waar kort na elkaar, dan weer links, dan weer rechts, boerderijen staan, &lt;br /&gt;wordt ik staande gehouden door een oude boer. Hij komt met een geweer in aanslag zijn erf aflopen. &lt;br /&gt;Gebiedt mij voor hem uit te gaan. Hij dwingt mij naar een andere boerderij te lopen. Daar praat hij &lt;br /&gt;heftig in op de man in die naar buiten komt. Uit zijn manier van praten maak ik op dat de andere man,  &lt;br /&gt;de burgermeester is van het dichtst bijzijnde dorp. Volgens de boer met het geweer moet ik opgesloten &lt;br /&gt;worden. De ander neemt mij mee naar een woonkamer. Samen nemen zij mij een soort verhoor af. &lt;br /&gt;De burgermeester lijkt mijn verhaal te geloven. De ander gelooft duidelijk geen barst van mijn alibi. &lt;br /&gt;Hij vertrekt na ongeveer een half uur. &lt;br /&gt;Met de mededeling dat hij verwacht dat ik in de kelder wordt opgesloten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik moet het verhaal nog een keer vertellen. Ondertussen voorziet de man mij van een stevige broodmaaltijd. &lt;br /&gt;Als een wolf val ik er op aan. Als het op is geeft hij mij een linnen zak met een heel brood en een stuk worst er in.&lt;br /&gt;Hij vertelt mij dat mijn verhaal niet helemaal klopt. Toch brengt hij mij naar de achterkant van de boerderij. &lt;br /&gt;We lopen door een moestuin. Een boomgaard. Tot een geasfalteerde weg. Daar wijst hij waar het Westen is. &lt;br /&gt;Het beste ga ik eerst maar volgens de borden die naar Jena wijzen, zegt hij.&lt;br /&gt;Hij hoopt dat ik Holland weet te bereiken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Door de mand gevallen ben ik. Dat snap ik wel. Als het dorpje al lang achter mij ligt, weet ik, &lt;br /&gt;dat ik een goed mens heb ontmoet. &lt;br /&gt;Het neemt een deel van het wantrouwen weg, dat ik heb, van de mensen die ik ontmoet.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Die nacht slaap ik onder een van de klaverruiters die, hoog opgetast, op een pas gemaaide klaverweide staan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;vierde dag &lt;br /&gt;Vier dagen als vluchteling op vrije voeten. De vierde dag word ik gevangen genomen &lt;br /&gt;door 2 agenten van de Gestapo. De dag er na sloten zij mij op in hun gevangenis in Leipzig. &lt;br /&gt;Acht dagen daarna werd ik gekneusd afgeleverd. In het kamp dat ik met zoveel moeite ontvluchtte.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De straatweg volgend kom ik `s morgens een buitenwijk van de stad Jena in. &lt;br /&gt;Mijn gebrek aan plaatselijke en aardrijkskundige kennis, verleidt mij om, &lt;br /&gt;een kaart van Duitsland te bestuderen die in de etalage van een boekwinkel hangt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;                                                                         Onverwacht wordt ik op mijn schouder getikt. &lt;br /&gt;                                                                         Als ik mij omdraai kijk ik in de loop van een pistool.&lt;br /&gt;                                                                         De man die het op mij richt is in burger gekleed. &lt;br /&gt;                                                                           "Gestapo " is het enige wat hij zegt.&lt;br /&gt;                                                                         De man naast hem gebiedt me mij te legimiteren.                                                                                                             Ik ben er gloeiend bij.&lt;br /&gt;                                                                         Na een snelle fouillering krijg ik handboeien om.&lt;br /&gt;                                                                         Ze laden me in een burgerauto.  &lt;br /&gt;                                                                         Leveren me af in een politiebureau. &lt;br /&gt;                                                                         Daar wordt ik in een cel opgesloten.&lt;br /&gt;  &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;5de dag......... Per trein, onder bewaking naar de Gestapogevangenis in Leipzig gebracht.&lt;br /&gt;6de dag……..In èèn cel met 16 andere gevangenen, waaronder een man &lt;br /&gt;                         die zegt dat hij in Belgie minister van waterstaat is.&lt;br /&gt;7de dag.........Verhoord door 3 Gestapo-agenten. Een zit achter de tafel.&lt;br /&gt;                         De anderen staan ieder aan een kant van mij.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bij iedere vraag waar ik een ontkend antwoord op geef,  krijg eerst van de een, &lt;br /&gt;direct daarop van de ander, een mep met de knuppel die ze slagklaar in de hand hebben.&lt;br /&gt;Ik probeer te denken. Mijn antwoord komt niet vlug  Onverhoeds krijg ik een trap tussen &lt;br /&gt;mijn benen en een paar dreunen.Terwijl ik op de grond lig te kronkelen, nog een trap.&lt;br /&gt;         Daarna een plets water over mij heen. Ze sleuren mij op tot ik sta.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als ik uiteindelijk beken dat ik een gevluchte gevangene ben, uit het  &lt;br /&gt;arbeitserziehungslager Espenhain, wordt ik terug gebracht naar mijn cel.&lt;br /&gt;        &lt;br /&gt;8ste dag.....Ondragelijke pijn in mijn zak.Krijg van de sanitàter een asperientje.&lt;br /&gt;9de dag......Misselijkmakende pijn. Asperientje. Cel.&lt;br /&gt;10de dag....Vreselijke pijn. Moet met allebei mijn handen mijn zak ondersteunen.&lt;br /&gt;         Hij is zo groot als een voetbal.  De huid lijkt op de vleugel van een libelle. &lt;br /&gt;Zo doorzichtig. Wordt ondanks de protesten van mijn medegevangenen aangewezen om de volle kubel stront, &lt;br /&gt;waar we met 16 man, 24 uur gebruik van hebben gemaakt, naar buiten te brengen. De kubel staat continu in eenhoek van de cel en stinkt erg. We moeten in ijltempo ( bij iedere deur in de cellengang, staan  2 man klaar &lt;br /&gt;naast de kubel ), op het eerste commando er mee gaan lopen. Buiten is een put waar hij in geleegd moet worden. &lt;br /&gt;Omdat ik, met mijn vrije hand mijn zak ondersteunend, voorovergebogen lopend, niet voldoende tempo maak, &lt;br /&gt;{ op bevel van een bewaker }, krijg ik een trap in mijn rug. Ik val en raak buiten kennis.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;11de dag..... Ik kom bij kennis op een ziekenzaal van de gevangenis. Denk dat ik gelubt ben. &lt;br /&gt;                 Voel aan het verband tussen mijn benen. Geloof dat mijn ballen weg zijn.&lt;br /&gt;Er is niets van terug te vinden als ik de plaats daar aftast. &lt;br /&gt;De Vlaamse dokter, ook een gevangene, zegt als hij bij mijn bed komt dat ik niet bang hoef te zijn.                                 Dat het in orde komt. Ik voel me onmachtig en doodongelukkig.&lt;br /&gt;         12de dag......Ziekenzaal.&lt;br /&gt;13de dag..... `s morgens polizei naast mijn bed. Moet ogenblikkelijk opstaan. &lt;br /&gt;       &lt;br /&gt;Ondanks protest van de Vlaamse dokter. Nog dezelfde dag in Espenhain terug gebracht. &lt;br /&gt;Moet eerst in de rozentuin staan.   # met hoog prikkeldraad van het kampterrein afgeschermd #&lt;br /&gt;`s Middags mag ik er uit. Ik moet voor een barak op een bank gaan zitten. Iemand met een tondeuse maakt &lt;br /&gt;er 2 banen, kruiselings, mee over mijn hoofd. Een van oor tot oor. De andere van midden voor naar achteren. &lt;br /&gt;Een kruis dus. Mijn haar is inmiddels, na de vorige knipbeurt, ongeveer, zo`n 3 cm lang. &lt;br /&gt;Daarna opgejaagd en door de knuppelaars achterna gezeten. Met een kruis ben je vogelvrij. &lt;br /&gt;Zeslaan me waar ze mij maar raken kunnen.  Nergens ben ik veilig. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik schrijf in * Flarden van Ontsnapping*  stukjes van de puzzel van het naakte bestaan aan elkaar.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een jaar of wat geleden zag ik een staaltje koorddanskunst van de eerste orde.&lt;br /&gt;Een rat met 5 heel kleine babyratjes op sleeptouw. Vastberaden liep moederrat over een lange meerdraad,&lt;br /&gt;waar mee ons schip aan de vaste wal verbonden is. Kleine rosse snuitjes, pientere oogjes. &lt;br /&gt;Vol vertrouwen achter moeder op het slappe koord. Nummer  1 hield de staart van moeder in zijn bek. &lt;br /&gt;Nummer 2, 3, 4, 5 het staartje van hun voorganger.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Aan boord wilde ik ze niet hebben.  " Huu " ; riep ik. Ze doken van 1 meter hoogte onmiddelijk de Zaan in.&lt;br /&gt;Zwommen naar de wal of het niets was. Van mij mochten ze. &lt;br /&gt;Maar als ieder ander dier verdedig ik mijn territorium.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Waar ik de kampkommandant van het A.E.L. lager, Espenhain über Leipzig,&lt;br /&gt;omschrijf als een kleine rat in uniform, doe ik deze dieren te kort.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Häftlingen zijn we. Gevangenen. Bewaakt door SSers. In de eerste helft van Januari 1945  zijn we met ongeveer &lt;br /&gt;280 man vanuit het Arbeitserziehungs Lager Espenhain met duitse legerwagens naar de Poolse grens gebracht. &lt;br /&gt;We moeten * schansen *. Onder bewaking van de SS Anti-tankvallen graven. Een soort droge kanalen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op een dag lopen we in marscolonne door een verlaten dorpje. In een smal straatje &lt;br /&gt;haal ik de verdwijntruc uit die mij al eens eerder gelukt is. Toen werd ik weliswaar de vierde dag gepakt &lt;br /&gt;en na een onaangenaam verblijf in de Gestapogevangenis van Leipzig, weer in het strafkamp afgeleverd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar de vorige keer was het September en scheen de zon.Nu ligt er sneeuw en het is koud. De vorige keer ben &lt;br /&gt;ik te pakken genomen. Maar hier is het land leeg. Het lijkt wel of er buiten onze groep geen mensen bestaan.  &lt;br /&gt;Mijn conditie is nu veel slechter. Het tekort aan eten begint zich te wreken Ik ben zeker 20 kilo afgevallen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Muren met gaten zijn in een oorlog heel normaal. &lt;br /&gt;Deze, waar ik mij nu doorheen laat vallen, brengt mij uit het zicht van de apatisch marscherende kolonne.&lt;br /&gt;Aan een boom hangt een dode duitse soldaat in uniform.&lt;br /&gt;Een bordje dat met dun ijzerdraad om zijn nek vast zit vermeldt * Ich bin ein land-verräter *.&lt;br /&gt;Aan een andere boom hangen er 2  in burgerkleding. Waarschijnlijk gevluchte soldaten.&lt;br /&gt;Door achter de frontlijn opererende SSers te pakken genomen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mij doet het niets. Ik moet hier zien weg te komen. Het lukt me om onder de vloer van een &lt;br /&gt;tamelijk groot huis te kruipen. Uitgeput val ik in slaap. De volgende morgen, als ik op verkenning ga, &lt;br /&gt;is wat ik zie, tot aan mijn horizon, alles leeg en verlaten. Bedekt met sneeuw.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik lees er mijn notities op na. Ik heb de botsing tussen het Duitse en het Russische leger overleefd.&lt;br /&gt;Nu, inmiddels al meer dan 60 jaar later, is mijn conclusie dat een oorlog over je heen rolt.&lt;br /&gt;Dat je een stofje bent. Van geen enkel belang. Dat je een geluksvogel bent als je het overleefd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;" Geluksvogel " , tussen aanhalingstekens. Onbeschadigd komt niemand er uit.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Niemandsland &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Angst, verlaten, bedekt met sneeuw. Voor mij,leegte !Achter mij, verwarring, verschrikking. &lt;br /&gt;Voor mij spreekt het voor zich zelf. Maar hoe moet je het omschrijven.&lt;br /&gt;Ik ben de colonne dwangarbeiders in feite ontvlucht.Het troosteloze gebied waar we tankvallen graven, &lt;br /&gt;die de Russische pantserwagens moeten tegenhouden, loopt leeg.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De Duitse bevolking tracht het gebied te verlaten. De dorpjes waar we doorheen trekken zien er troosteloos uit. Langs de weg staan boerenkarren. In de berm gekanteld of er naast.Oude mannen. Oude en jonge vrouwen. Kinderen. Neergemaaid door de dood en verderf zaaiende, plotseling opdoemende Russische jachtvliegtuigen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ze lijken uit niets te komen. He enige wat ik kan doen is mij laten vallen. &lt;br /&gt;Plat in de sneeuw.Mitrailleur-salvo`s van laag over vliegende jagers. &lt;br /&gt;Russen ! " Dit is het  ": is mijn gedachte als ik iets heets in mijn nek voel. &lt;br /&gt;Langszaam draai ik mijn hoofd opzij en zie beelden van omslagen wagens &lt;br /&gt;en steigerende paarden. Mensen in paniek. Huilende kinderen. &lt;br /&gt;Is dit de hemel ? Of de hel ?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De jagers komen terug. Weer ratelen mitrailleus. &lt;br /&gt;Roerloos lig ik in de sneeuw.  &lt;br /&gt;Tot het angst aanjagende geluid in de verte verdwijnt. &lt;br /&gt;Verbaasd ontdek ik dat ik nog leef. Naast mijn &lt;br /&gt;gezicht ligt een patroonhuls. Dit is geen kogel die &lt;br /&gt;mij trof.  Slechts een lege patroonhuls, &lt;br /&gt;door toeval precies boven de kraag van mijn jas, &lt;br /&gt;in mijn nek terecht gekomen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Grote stukken van de dagen, nadat het mij lukte uit de marcherende colonne weg te komen zijn uit mijn geheugen gevaagd. De sporen die ik ervan ontdek, zijn van het onderweg zijn. Ik ga in een richting tegenovergesteld aan aan de vluchtende Duits bevolking. Schuil me telkens op als ik andere mensen zie. Ik vertrouw niemand meer.&lt;br /&gt;Als ik honger heb dring ik een verlaten boerderij binnen en zoek naar eten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op de deel hangen naast elkaar, een vrouw en een klein meisje. &lt;br /&gt;Onder de vrouw ligt een omgetrapte stoel. Duidelijk een wanhoopsdaad. Ik ga meteen weer naar buiten. &lt;br /&gt;In de volgende boerderij is eten genoeg.  Ik ben voortdurend op mijn hoede. Voel me nooit veilig. &lt;br /&gt;In de verte rolt het geluid van Stalinorgels. Dichtbij is het soms vreemd stil.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik ontwijk ieder contact met mensen die op de een of andere manier &lt;br /&gt;in dit landschap leven. Zijn ze onderweg naar het Westen ? &lt;br /&gt;Naar het Oosten ?  Zijn het SSers ? &lt;br /&gt;Die schieten mij, standrechtelijk bevoegd, neer als &lt;br /&gt;een dolle hond. Of hangen mij aan een boom. Dat spaart een kogel. &lt;br /&gt;Een mensenleven is hier niets waard.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Angst.&lt;br /&gt;Achter mij verwarring, verschrikking. Voor mij leegte. Wat is daar aan de horizon. &lt;br /&gt;Over de besneeuwde velden. Daar, tussen de bomen. Beweegt dat. &lt;br /&gt;Zijn het schaduwen of nieuwe gruwels. Moet ik mij verschuilen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;"O, nee, verdomme ze komen deze kant op.Niet verroeren. Plat op deze hoop blijven liggen ".&lt;br /&gt;Geluid in de verte. Het nadert. Muziek. Mijn angst vermindert. Verdwijnt niet. &lt;br /&gt;Het zijn door paarden getrokken wagens. Iedere wagen een paard. Daar 3 soldaten.  Daar 4 soldaten. &lt;br /&gt;Mannen die het veroverde land verkennen. Er klinkt een accordeon. &lt;br /&gt;Bespeeld door èèn van de soldaten op de wagen. De anderen lopen er naast. Geweer in aanslag. &lt;br /&gt;Ze spieden rondom zich heen. Bedacht op een verscholen schutter.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mijn verstilde angst, laait weer op. Ik druk mijn gezicht in de sneeuw. Hoor mijn hart bonken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De accordeonklanken versterven. Zijn de wagens doorgereden. Met hen, de soldaten ? Of komen zij, met hun dodende wapens in aanslag. Dichterbij. Klaar om te schieten. Mijn verstand zegt mij, roerloos te blijven.&lt;br /&gt;Mijn angst beweegt mij, om deze gevaarlijke plaats te verlaten. Deze bult, een berg kun je het niet noemen, &lt;br /&gt;leek mij als uitkijkpost geschikt. Maar is door het plotseling verschijnen van de soldaten veranderd in een val.&lt;br /&gt;Was ik maar in het schooltje gebleven. Maar daar besluipt de angst mij ook. Zonder verkenning ben ik weerloos.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Er glijdt een gelatenheid over mij. Mijn hart gaat over in een gematigder ritme.&lt;br /&gt;Ik word rustiger. Verwonderen kan ik er mij niet over. Verwonderen kan ik mij nergens meer over. &lt;br /&gt;Al weken ben ik bezig mij te oriënteren. Ik moet hier weg zien te komen. Nog even wachten. &lt;br /&gt;Millimeter na millimeter draai ik mijn hoofd naar rechts. Dan, langzaam mijn ogen openend, kijk ik opzij.&lt;br /&gt;`k Zie veels te weinig. Slechts een vleug over de sneeuw. Een blik naar links.. Daar staat, mijn uitzicht versperrend, een paar honderd meter verderop, een boerderij. Ik schuif op mijn buik de bult af.  &lt;br /&gt;Zo ` n 5 meter lager is het schooltje. De val is niet toegeslagen. Onzeker open ik een deur. &lt;br /&gt;Mij verdekt bij een raam opstellend, zie ik de besneeuwde wereld. Als voorheen. Verlaten ! ! &lt;br /&gt;Dit is een gehucht. Een huis en een schooltje. &lt;br /&gt;Een hele en 2 verwoeste boerderijen.Ze vonden het zeker niet de moeite om te doorzoeken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De hele streek ben ik doorgetrokken zonder iemand te ontmoeten. Behalve de soldaten dan. &lt;br /&gt;Waarvoor ik mij verschuil. Als ik burgers zie verstop ik mij uit vrees voor verraad. &lt;br /&gt;Het kunnen soldaten in burger zijn. Of erger nog. Achter geblevenen. Die niet meer strijden om het bezit &lt;br /&gt;maar uit wraak. Ik ben alleen. Het gevaar om gevangen genomen te worden is groot.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Eten heeft tot nu toe geen problemen gegeven. In de verlaten huizen is overal genoeg te vinden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het leeggelopen slagveld toont zoveel verschrikkingen dat ik er blind voor word. Als ik mij terug vind ben ik &lt;br /&gt;in een wereld waar de sneeuw in enkele uren bezit van neemt. Een wereld van vrees en verwarring.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als de spanning weg-ebt, kijk ik rond. Het is een klaslokaaltje.  Alsof kinderen er ieder ogenblik bezit &lt;br /&gt;van kunnen nemen. Gewreven en glanzend. Zo ziet alles er uit.Alleen de planten op de vensterbank. &lt;br /&gt;Ze zijn dood en bevroren.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als ik een deur open blikt een soldaat mij aan. &lt;br /&gt;Het eerste wat mijn oog registreert is een gezicht in een porttretlijstje.&lt;br /&gt;Een geuniformeerde jongen. Plat. Achter glas. De huiselijke indruk doet warm aan. Een keurig opgemaakt bed. &lt;br /&gt;Een soldaat die niet gevaarlijk is. Een soldaat geborgen in de genegenheid van een niet aanwezige vrouw. &lt;br /&gt;In de kast, die na gedegen inspectie niets anders blijkt te bevatten als wat kleding en een fotoalbum, is zij nog duidelijk aanwezig. Spoedig verlies ik de interesse,  loop naar een andere deur. Er achter ontdek ik een lokaal &lt;br /&gt;met 5 piepkleine w-c`tjes op een rij. Een kleuterschooltje is het. In een volgend lokaal zijn de tafels en stoelen &lt;br /&gt;van hetzelfde formaat. In de hoek ervan staat een 3 pits petroleumstel. In het kastje er onder een zak droge rijst.&lt;br /&gt;Er is nog meer. Thee, suiker, margarine, brood. En `t belangrijkste.  Lucifers !&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De vlam brandt al spoedig van laag geel naar hoog helder geel. De kraan geeft geen water.&lt;br /&gt;Dat is met sneeuw te verhelpen. Al gauw smelt de sneeuw en begint het water te borrelen. De rijst borrelt mee. &lt;br /&gt;Het wordt een waterig papje. Op de smaak let ik niet. Het belang daarvan is in de voorbije tijd verdwenen. &lt;br /&gt;Het stillen van mijn honger is het enige wat telt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als het donker wordt moet ik een slaapplaats zoeken. Niet in het ledikant. Het noodt uit. &lt;br /&gt;Meteen spring ik weer op. Bang in slaap te vallen. Het kan een val worden. &lt;br /&gt;De patrouille kan langs dezelfde weg terug komen. Om hier een slaapplaats te zoeken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik loop naar buiten. De invallende duisternis in. De met hoge bomen omzoomde weg op. Ze leiden mij. &lt;br /&gt;De opstekende, scherpe oostenwind laat me huiveren. Waarheen ? &lt;br /&gt;Op het door de sneeuw oplichtende veld staat dichtbij, een gedeeltelijk ingestorte boerderij. &lt;br /&gt;Schuin daarachter is een verhoging in de sneeuw. Een kar misschien ? Plotseling val ik en vind geen halt voor ik &lt;br /&gt;op de bodem van een soort greppel lig. Of is het een droge sloot ? Verdomme. Je ziet niet waar je loopt. &lt;br /&gt;Er komen sporen in de sneeuw. Ik durf niet verder gaan. Blijven liggen durf ik ook niet. Ik ben te moe. &lt;br /&gt;Ik moet verder. Als ik hier in de greppel blijf liggen bevries ik. Ze is niet diep. Maar eruit komen niet eenvoudig. &lt;br /&gt;Misschien is er nadat ik viel wel iets veranderd in het landschap.&lt;br /&gt;Als ik ga staan ben ik een schietschijf. Als ik kruip maak ik een spoor.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik kijk, vanuit mijn liggende houding, rond. Besluit verder te kruipen. De richting van mijn val volgend kom ik bij een besneeuwd ding. Het blijkt een kruiwagen te zijn. Mijzelf met mijn voeten er tegen afzettend kom ik tot de bovenrand.  Zie tot mijn vreugde de boerderij. Er voor is een grote bult in de sneeuw. Kruipend, bukkend, struikelend, nader ik mijn doel. Wanneer ik er tegenaan rol blijkt de bult uit stro te bestaan. Met mijn vingers, tastend in het inmiddels snel invallende duister, trek ik plukken ervan over mij heen. Tot een deken die mij verbergen en verwarmen kan.Mijn gezicht bedek ik met een groot stuk. &lt;br /&gt;Het biedt bescherming. Warmer wordend, verborgen, onzichtbaar neemt de slaap mij mee.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik word wakker door het ge-tok van kippen. Ze zoeken vlak bij mijn hoofd naar eten. Ik zie, tussen het stro door, &lt;br /&gt;de dag. Voorzichtig maak ik een gat in mijn cocon. Het is er lekker warm in. Buiten is de sneeuw. Er lopen kippen. De geur van mest dringt in mijn neus. Nu begrijp ik waarom het stro zich, gisterenavond, zo moeilijk los liet trekken.&lt;br /&gt;Dit is een mesthoop. Paardenmest. Veel stro. Weinig stront. Het verklaart de warmte. &lt;br /&gt;Paardenmest broeit immers. En de kippen komen op de vijgen af. Voor hen zijn paardenvijgen voedingsbronnen. &lt;br /&gt;Zij weten voor zichzelf te zorgen. Mijn maag begint te knagen. Ik zal dit veilige plekje moeten verlaten. &lt;br /&gt;In de schuur zien te komen. Daar is vast nog wel iets te vinden. Half overeind komen. Rondkijken. &lt;br /&gt;Opstaan en erheen. Niets roert zich. Behalve, nu ik ze tel, 3 kippen. In de schuur. &lt;br /&gt;In de hoek bij de drinkwaterpomp, liggen 3 eieren.&lt;br /&gt;In de half ingestorte keuken, op de vloer een dode man. &lt;br /&gt;De keukenkast is vol levensmiddelen. Op mijn gemak neem ik het nodige. &lt;br /&gt;Wil langs een andere kant de keuken verlaten. De deur klemt. Aan de andere kant ligt een dode vrouw. &lt;br /&gt;Door het gebroken glas is te zien dat ze half ontkleed is. Ze is jong. De man is oud. Is ze zijn dochter.&lt;br /&gt;Ik sta er verder niet bij stil. Ga terug naar de schuur.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De pomp is gelukkig goed ingepakt met stro. Na een paar slagen komt er helder water.&lt;br /&gt;Ik breek de eieren en mik ze in een pan. Van het meel uit de keukenkast maak ik beslag.&lt;br /&gt;Nu nog een vuur. Dan kan ik pannekoeken bakken. Buiten op het erf is een gemetselde stookplaats. &lt;br /&gt;In de schuur een grote stapel brandhout. Roekeloos maak ik vuur en bak pannekoeken.&lt;br /&gt;Er ontwikkelt zich, door het kurkdroge hout, gelukkig weinig rook. Al is er dichterbij geen leven te zien, &lt;br /&gt;in de verte kringelt, boven een groep bomen wel rook. In mij rijpt een plan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ergens moet een rivier zijn. Misschien een mogelijkheid om uit deze streek weg te komen.&lt;br /&gt;Ik kan de slee meenemen. Het kost me weinig moeite om hem tussen de hanebalken weg te halen. &lt;br /&gt;Een kist vol levensmiddelen. Een zak met dekens en wegwezen. De bergrug in de verte neem ik als doel. &lt;br /&gt;De slee sleep ik aan een stuk touw mee. Af en toe een pannekoek kouwend loop ik uren achtereen. &lt;br /&gt;De stuifsneeuw waait in mijn gezicht. Het vriest behoorlijk. &lt;br /&gt;De wind wakkert aan. Ergens in de verte donderen kanonnen, ratelt een mitrailleur..&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Is dit niemandsland ? Er kunnen nog meer patrouilles opduiken. Verkennende panzerwagens. Van welk leger ?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Of is de strijd gestreden ? Is dit het gat dat door de overwinnaar opgevuld gaat worden ?&lt;br /&gt;Hoe gevaarlijk is die winnaar voor mij ? Komen hier alleen frontsoldaten ?  &lt;br /&gt;Die om zelf te overleven geen genade kennen ? In de front-roes alle normen verloren ?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zonder hindernissen kom ik, als het donker begint te worden, &lt;br /&gt;bij een door de bewoners verlaten dorpje. &lt;br /&gt;Het eerste huis lijkt mij leeg. Onbewoond. &lt;br /&gt;Bij het hek dat de tuin omringd laat ik de slee staan. Ik tuur door &lt;br /&gt;een raam. Een chaos! Alsof er een feest geweest is. Alles lig&lt;br /&gt;door elkaar. &lt;br /&gt;Een buffet ligt ondersteboven. Glaswerk aan gruzelementen. &lt;br /&gt;Een tafel staat afgeladen met lege en half aangebroken flessen. &lt;br /&gt;Vreemd genoeg zijn de ruiten nog heel.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Aan de andere kant van het huis, dat tamelijk groot is, &lt;br /&gt;zijn er luiken voor de ramen.&lt;br /&gt;Er zijn 2 deuren. Een is dichtgetimmerd. De andere staat op een kier. &lt;br /&gt;Als ik binnen ben voel ik dat het niet leeg is.&lt;br /&gt;Behoedzaam loop ik naar een deur die half uit zijn scharnieren hangt. &lt;br /&gt;Hij geeft toegang tot een kleine kamer.&lt;br /&gt;Daar is geen mens. Geen levende. Geen dode. Is het mijn verbeelding ? &lt;br /&gt;Er is nog een deur. &lt;br /&gt;Ik blijf zeker een minuut doodstil staan. Dan waag ik het om hem te openen.&lt;br /&gt;Een meisje. Er zit een meisje te bibberen op een stoel. Op een keukenstoel zit ze. &lt;br /&gt;In de verste hoek.Misschien is 17. Misschien 18 jaar. &lt;br /&gt;Haar gezicht is bijna verscholen achter lange, golvende, zwarte haren.&lt;br /&gt;Haar ogen zijn nog net zichtbaar. Donkere ogen.  Als ik haar nader kijkt ze op. &lt;br /&gt;Ik ervaar de angst die tussen ons staat.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;" Woon je hier.................Je hoeft voor mij niet bang te zijn  "&lt;br /&gt;Maar ze schijnt mij niet te verstaan. Haar angst vermindert zichtbaar. Ze trilt niet meer. &lt;br /&gt;Ik raap een stoel van de grond en ga voor haar zitten. &lt;br /&gt;" Heb je het koud " ; probeer ik nog eens.  &lt;br /&gt;Ïk raak haar handen aan. Ze zijn ijskoud. " Wacht ". &lt;br /&gt;Voor ik buiten ga, kijk ik in de schemering of het wel veilig is. Stap in de sneeuw. &lt;br /&gt;Met een hand vol ga ik naar binnen." Je hebt koude handen ".&lt;br /&gt;" Ja nie poe ni mai "; zegt ze. Uit het Oosten komt ze dus.&lt;br /&gt;"Ruski " ; vraag ik. Ze schudt haar hoofd van, nee. - "Polski "; ? - "Da " ...(...ja  )&lt;br /&gt;Ik denk dat ze uit Polen komt. Ik neem haar handjes en wrijf ze met sneeuw. &lt;br /&gt;Als ik de warmte er in terug voel komen wil ik stoppen. Dan zie ik haar tranen. Onbedaarlijk begint ze te huilen. &lt;br /&gt;Ik sla mijn armen om haar heen. Ze huilt nog erger. Haar hele lichaam schokt. Ik til haar op. &lt;br /&gt;Als een kind ligt ze in mijn armen. In de hoek van de keuken is een veldbed op de vloer. Daar leg ik haar neer.&lt;br /&gt;Ik denk dat ze er geslapen heeft. Van de slee haal ik dekens. Als weer binnen ben huilt ze niet meer. &lt;br /&gt;Met wijd open ogen ligt ze te kijken&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik probeer het nu eens anders en vraag ; " Wie heisst Du "&lt;br /&gt;Ze fluistert ; " Maria "en, alsof ze haar eigen stem lang niet gehoord heeft, te luid, "Maria " &lt;br /&gt;Van de slee haal ik mijn pannekoeken. Na snikkend, eet ze mee. Het is niet veilig hier. &lt;br /&gt;We zullen buiten een plaatsje moeten zoeken. Maar ik wil even rusten. Even bij haar op het bed gaan liggen. &lt;br /&gt;" Ich habe angst "; zegt ze. Ik duid haar op te staan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De volgende dag gaan we samen verder. Eerst nog trekken we de slee mee.&lt;br /&gt;Die is beladen met levensmiddelen, "gevonden " in leeg staande huizen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Toen ik deze geschiedenis, lang geleden, probeerde op te schrijven, ben ik op dit punt gestopt. &lt;br /&gt;Een jaar later ben ik verder gegaan.  Nadat ik besloot de ware toedracht op te schrijven. We zijn niet opgestaan. &lt;br /&gt;Ik was te moe. Wat er werkelijk gebeurde zal ik proberen in het nu volgende. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;.Ik stopte deze geschiedenis te vertellen in 1961. Dit intermezzo is een poging. Ik ben gestrand. Kwam er niet uit. &lt;br /&gt;Ik had zoveel aanvaringen dat ik wel stranden moest.  Ik wil een stukje van zo`n aanvaring er uit ligten.  &lt;br /&gt;Opdat het een eigen leven kan gaan leiden. Weg van mij.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Januari 1945.&lt;br /&gt;Als in een maanlichte nacht, in niemandsland, aan het front van een oprukkend leger,een soldaat jou beschouwt, &lt;br /&gt;als een hindernis tussen hem en zijn buit. Als je met een slee bivakkeerd in zo`n nacht bij een verlaten huis. &lt;br /&gt;Waar je aankwam toen de avond viel. Waar in de verte kanonnen bulderen. &lt;br /&gt;Dichtbij het staccato van mitrailleurs klinkt. &lt;br /&gt;In dat huis is een meisje. Jij staat in het maanlicht bij die slee. &lt;br /&gt;Naar buiten gejaagd door een frontsoldaat.  Die zijn geweer op je richt. &lt;br /&gt;In het Russisch brult dat hij een fles wodka wil. Je weet dat er tussen de voorraad op jouw slee geen wodka is. &lt;br /&gt;Je graait en vindt een fles wijn in de buit.  Die je verzamelt hebt in het Niemandsland.&lt;br /&gt;Waar iedereen op de vlucht is. Waar je zelf op de vlucht bent.&lt;br /&gt;Waar je je verstopt voor de terug trekkende Duitsers. Voor de niets ontziende SS.&lt;br /&gt;Die je zogenaamd standrechtelijk fusilleerd  of ophangt.&lt;br /&gt;Waar je als vluchteling uit een strafkamp je leven toch al niet zeker bent. Je vindt dus die fles wijn. &lt;br /&gt;Gooit hem naar de soldaat. Die alsof het een geintje is de fles opvangt. Zich omdraait en het huis binnen gaat.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het huis waar zij is. Het meisje dat door de soldaten mee naar boven genomen is.&lt;br /&gt;Het huis waar je probeerde te rusten. Op een matras. In de hoek van de keuken.&lt;br /&gt;Als de soldaten binnen komen kruipt ze helemaal onder de dekens.&lt;br /&gt;" Ich habe angst " ; zegt ze in gebroken Duits. Verstart houdt zij zich aan mij vast.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Met een man of 12 zijn ze. Ze zoeken vrouwen.  Brullen zinnen waarin het woord * paninka *.  &lt;br /&gt;Zoveel Russisch ken ik wel om te zeggen dat er in dit huis geen paninka`s zijn.  &lt;br /&gt;Meisjes dus. Maar ze trekken de dekens van ons af. Terwijl ik onder schot genomen word.&lt;br /&gt;nemen ze haar mee naar boven. Ze wisselen elkaar af. In het begin hoor ik haar nog gillen. &lt;br /&gt;De soldaten die naar beneden komen zetten het op een drinken. &lt;br /&gt;Ik verwacht ieder ogenblik doodgeschoten te zullen worden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Èèn van de soldaten richt op mij. Hij dwingt me naar buiten te gaan. Dit is dus het einde. &lt;br /&gt;Mijn altijd plannen makend brein geeft het niet op.&lt;br /&gt;Buiten zeg ik tegen de soldaat dat er  op mijn slee flessen wodka zijn.&lt;br /&gt;Hij houdt mij onder schot terwijl ik zoek.&lt;br /&gt;-----------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;Tot zover dit fragment uit mijn herinnering......................&lt;br /&gt;De chaos in het leeglopende landschap is compleet.&lt;br /&gt;--------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;Als het begint te dagen verdwijnen de soldaten. In het huis is niemand meer. &lt;br /&gt;Behalve Maria dan. Ik neem haar mee naar buiten. Samen trekken wij mijn slee door het witte landschap.&lt;br /&gt;Er zit geen logika in de dagen die ik mij herinner.  Flarden zijn het. Flarden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Beelden drijven door mijn hoofd. Alsof ik een slang bij zijn staart pak komen ze boven. &lt;br /&gt;Ze verdwijnen achter verwarrende besneeuwde velden. Duiken op. Van mij hoeft het niet.&lt;br /&gt;Mij is verteld : Schrijf het op. &lt;br /&gt;Dan komen ze in een soort doos van Pandora. Jij beschikt over de sleutel. &lt;br /&gt;Het is nu eenmaal een deel van jezelf. Je kunt er niet aan ontkomen. &lt;br /&gt;Het wordt beheersbaarder. Flarden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als ik het touw pak, neemt ze het vlak bij mijn hand vast. &lt;br /&gt;Samen trekken we de slee. De ondergesneeuwde weg op. &lt;br /&gt;De wind is ijskoud. Soms wisselen we van plaats. &lt;br /&gt;Steken om de beurt de ene. Dan weer de andere hand in onze zak.&lt;br /&gt;De weg helt omlaag. Water ! Een rivier ! &lt;br /&gt;Een vernielde brug rust, half op een pijler, in de rivier.&lt;br /&gt;De rest steekt daar, draaikolken vormend, onder, dan weer boven water.&lt;br /&gt;Over land is de weg versperd.&lt;br /&gt;`" Kom, we gaan onder de brug  ".&lt;br /&gt;Als we ons over de rand van de harde oeverwal laten glijden, stolpert &lt;br /&gt;de slee achter ons aan.In de laagte, bij de landpijler, staan legerauto`s . &lt;br /&gt;Grotendeels ondergesneeuwd. De sporen van de strijd. &lt;br /&gt;Toegedekt met sneeuw.Tussen een kanon en zijn gesneuvelde bemanning &lt;br /&gt;vind ik een paar grote kisten.  Of zijn het kasten ? &lt;br /&gt;Èèn ervan kantel ik tegen de pijler. &lt;br /&gt;Hij is grootgenoeg om in te kunnen liggen.&lt;br /&gt;Onder een kleinere kan de slee staan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maria  staat mijn gedoe aan te zien.&lt;br /&gt;" Kom " ! Ze begrijpt mijn bedoeling. "Slapen "  !&lt;br /&gt;De meegenomen dekens komen nu van pas.&lt;br /&gt;" Je laarsen uit, dan wordt je warmer ".&lt;br /&gt;Ze doet wat ik gebaar. Als we in de kist, dicht tegen elkaar, &lt;br /&gt;onder de dekens liggen, schuif ik de sjaal, die ze nog om heeft, opzij en &lt;br /&gt;leg even  mijn hand op haar voorhoofd.&lt;br /&gt;"Angst " ; zegt ze. "Ich habe angst " .  &lt;br /&gt;Het zijn de woorden die ik hoorde, na haar gefluisterde en daarna te luide :&lt;br /&gt;" Maria.......Da ".Ik moet haar Hollands leren..Of zelf Pools. Ik adem in haar gezicht.&lt;br /&gt;De angst heeft mij verlaten.  " Ga maar slapen. Het is veilig hier ". &lt;br /&gt;Nog lang ligt ze te rillen. Stilaan wordt haar ademhaling rustiger.&lt;br /&gt;Boven ons steekt het verwrongen ijzer tegen de nachthemel af. In de verte donderen kanonnen. &lt;br /&gt;Dichterbij ratelt een mitrailleur. Twee mensenkinderen slapen. &lt;br /&gt;Gehoor gevend aan het ritme der natuur, dat vermoeiden het vermogen geeft te doorstaan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De Rivier     Derde dag.&lt;br /&gt;Ik ben op strooptocht gegaan. Zonder het meisje te wekken. &lt;br /&gt;Als ik de kist weer in kruip opent ze haar ogen. Ze is klaar wakker. Ik lach tegen haar. Kruip onder de dekens. &lt;br /&gt;Ze kijkt me aan met een blik van, " wat wil je ". " Ik heb brood en worst ". Ze neemt het aan. Eet en kijkt. &lt;br /&gt;Ze verstaat weinig van wat ik zeg, maar voelt zich veilig genoeg om tegen mij te lachen.&lt;br /&gt;Kaas heb ik ook. Om beurten bijten we er een stuk van af. Ik kruip de kist weer uit.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;" Kom, werken, " rabottie ". * Rabottie  * dat verstaat ze. Ze volgt me. Trekt haar jas en laarsen aan.&lt;br /&gt;Het sneeuwen duurt voort. Grote vlokken dansen om ons heen. Ik wijs naar een vlot van boomstammen. &lt;br /&gt;Ik denk dat het nog pas door Duitse vluchtelingen gebruikt is om de rivier over te steken. &lt;br /&gt;Het ligt achter een ondiepte.&lt;br /&gt;Ze begrijpt dat ik er de rivier mee af wil. Misschien is het wel dezelfde, als die langs haar dorp stroomt.&lt;br /&gt;Onder mijn aanmoedigende gebaren en woorden, &lt;br /&gt;werkt ze mee de twee kisten naar en op &lt;br /&gt;het vlot te kantelen. Daarna de proviand van &lt;br /&gt;de slee.  Ik zoek materiaal om de kisten te &lt;br /&gt;camoufleren. Als we het vlot proberen stel ik &lt;br /&gt;vast dat het draagvermogen ruim voldoende is.&lt;br /&gt;Alvorens het  los te maken klim ik de oever nog &lt;br /&gt;eens op om de omgeving te verkennen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als ze mij ziet bukken schrikt ze. &lt;br /&gt;Gehaast kruipt ze de kist in.&lt;br /&gt;Ze raakt in paniek als ik met een bons &lt;br /&gt;op het vlot spring. "Maria " ;roep ik, "es geht "&lt;br /&gt;Als ze hoort dat ik het lijkt de razernij haar te grijpen. &lt;br /&gt;Ze vloekt me uit met onbegrijpelijk geweld.&lt;br /&gt;Ze kruipt naar buiten en vliegt mij aan.&lt;br /&gt;Als de Poolse vloeken mij om de oren vliegen begrijp ik er niets meer van. &lt;br /&gt;Wat bezielt haar.Ik klem haar tegen mij aan. Als ze zich niet meer verweren &lt;br /&gt;kan laat ze plots haar hoofd hangen. Ik los mijn greep.  &lt;br /&gt;" Ga in de kist "; zeg ik. Ze laat zich sturen. &lt;br /&gt;Ik spring aan de wal, maak het touw los en spring terug.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De rivier het vlot in bezit en voert het mee. Weg van de oever. Dan schuil ook ik mij op.&lt;br /&gt;Eenzaam trekt het land aan het vlot voorbij. Er drijft tamelijk veel ijs met ons mee.&lt;br /&gt;Op het vlot is geen beweging.Vanaf de oever gezien is het slechts een vlot van stammen, waarop een paar kisten. &lt;br /&gt;Wat planken. Achteloos door de rivier meegenomen. Ik neem een positie in waardoor ik de omgeving kan verkennen.&lt;br /&gt;Behalve de besneeuwde oevers en het water  en de ijsschotsen is er niet veel te zien.&lt;br /&gt;Nu het vlot, als de rivier, voort gaat, het water niet aan mij voorbij stroomt, staat mijn hele wereld stil.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;http://flarden.homestead.com/februari-1945-soldatenbrief.html&lt;br /&gt;Op het internet ontdekte ik de brief van een Duitse soldaat die ongeveer terzelfder tijd de Oder &lt;br /&gt;trachtte over te steken. Maar dan vanaf de andere oever. Hier een stukje uit die brief. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Von unserer Kompanie blieben wir noch acht Mann.        &lt;br /&gt;Nun begann der Marsch über Eis und Schnee, hungernd &lt;br /&gt;und frierend. Oft beschossen und gejagt. Am 22ten wurden&lt;br /&gt;wir wieder versprengt, die Hälfte blieb wieder, weiter geht's. &lt;br /&gt;Am 28ten Januar  Auflösung in kleine Gruppen, wir sind im &lt;br /&gt;Reich im rückwärtigen Frontgebiet der Russen, etwas östlich &lt;br /&gt;von Oppeln, vielleicht 10 km. Wir sind von unserer Kompanie&lt;br /&gt;noch vier Mann und wollen beisammen bleiben. &lt;br /&gt;Am 30ten Januar schafften wir uns in der Nacht nahe nach&lt;br /&gt;vom. Am 3l-ten wollten wir durchbrechen, es ging alles gut, &lt;br /&gt;bis zur Oder, leider war die nicht zugefroren, da wäre ich &lt;br /&gt;jetzt schon frei. Plötzlich ein rasendes Feuer, wir waren &lt;br /&gt;entdeckt. Und nun blieb ich allein. Ich schaffte mich an &lt;br /&gt;einen Ort an der Oder und ging in ein Haus, das nicht von &lt;br /&gt;Russen belegt war. Zehn Meter daneben waren Russen. &lt;br /&gt;Hier kochte ich. Ich fand Mehl und Pfefferkuchengewürz &lt;br /&gt;und mit Wasser gab es wunderbaren Fladen. Dies reicht für heute. Um 4.40 Uhr verließ ich das Haus und schaffte mich zurück in den Wald. Wo soll ich jetzt noch hin? Über die Oder kann ich nicht, und haben wir noch irgendeinen Brückenkopf! Man kennt die Lage nicht. Ich werde versuchen, nach Süden zu gelangen, vielleicht haben wir noch das Industriegebiet. Über 500 km habe ich schon zurückgelegt, die Füße sind schon kaputt, halb erfroren und wund, dazu dauernd naß, oftmals habe ich jetzt an Euch denken müssen &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De Oder is de rivier waar ik mij in deze fase van de geschiedenis, rond dit tijdpunt bevond.  Dichtbij de stad Oppeln.   Ik kijk naar Maria die naast mij ligt. Kijkt ze naar mij of staart ze slechts deze kant op.&lt;br /&gt;Ik voel me moe. Ik zit op mijn knieèn. Steun met beide handen op de kist bodem. Ik sluit de opening af. Nu zijn we geheel van de buitenwereld afgesloten. Ik wil bij haar liggen. " Kom, ik heb het koud. Kom dicht tegen mij aan." &lt;br /&gt;Ik hoef niet moeizaam uit te leggen wat ik bedoel.&lt;br /&gt;Met grote vanzelfsprekendheid nesteld ze zich tegen mij aan. Onze behoefte aan warmte is even groot.&lt;br /&gt;Zolang er licht binnen dringt liggen we gedachtenloos in elkaars warmte en nabijheid.&lt;br /&gt;Soms, als het vlot ergens tegen aan drijft, schrikken we op. Dan gluur ik even naar buiten. &lt;br /&gt;Nog steeds neemt de rivier ons mee. Als het donker begint te worden ga ik de kist uit. Kijk liggend om mij heen.&lt;br /&gt;De oever is dichtbij. Ik moet proberen ergens aan vast te maken.&lt;br /&gt;In de nacht kun je verdrinken. Als het vlot tegen een brugpijler aandrijft. Of tegen een schip dat in de rivier gezonken is. Dan kan het uit elkaar uit elkaar slaan.&lt;br /&gt;Zolang er licht binnen dringt liggen we gedachtenloos in elkaars warmte en nabijheid.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bijna geheel achter een krib ligt een schip. Het is gedeeltelijk gezonken.Ik speur beide oevers af. &lt;br /&gt;Kruip naar het uiterste einde van het vlot. De rivier is hier breder. Stroomt trager. &lt;br /&gt;Het vlot moet te stoppen zijn. Als ik maar over kan springen. Mijn bezorgdheid is zonder reden .&lt;br /&gt;Het vlot drijft tegen het schip. Stopt bijna als het er langs schuurt. Met gemak maak ik er ons drijftuig aan vast.&lt;br /&gt;Ik kruip in onze schuilkist. Houdt Maria een stuk brood voor.&lt;br /&gt;" Brood ! Eten " ; zeg ik. Ze neemt het aan.&lt;br /&gt;Ik herhaal; " Brood. Eten  ".&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We kunnen juist rechtop zitten.  De dekens houden we om ons heen. &lt;br /&gt;Terwijl we eten en naar elkaar kijken weten we geen vreemden meer te zijn.&lt;br /&gt;" Jij " ; zeg ik.&lt;br /&gt;" Maria " ;  zegt ze.&lt;br /&gt;Ik schud mijn hoofd. " Jij "; op mijzelf wijzend: "Ik".&lt;br /&gt;Als ik het een paar maal herhaalen er geen vergissingen meer zijn, zegt ze af en toe * Jij * * Ik *.&lt;br /&gt;Maar dan is het al aarde donker. Ik voel me nog eenzaam maar minder verlaten. Tussen ons groeit, twijfelend tussen nut en noodzaak, de vriendschap.De sneeuwbuien hebben de hele dag bescherming tegen ontdekking gegeven.&lt;br /&gt;De kou op afstand kunnen houden. Nu doet de kou zich gelden. Huiveren zitten we tegen elkaar aan.&lt;br /&gt;Ik ga nog eens buiten kijken en kijk naar de sterren in de maanlichte nacht&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De stuurhut. De roef op het achterdek.&lt;br /&gt;Ze zijn in het maanlicht duidelijk zichtbaar. Ik ben bekend met schepen. &lt;br /&gt;Het makkelijkst is het &lt;br /&gt;om het vlot naar het achterschip te laten drijven.Het touw telkens ergens &lt;br /&gt;achter hakend, drijf ik naar achter en maak vast aan een bolder. &lt;br /&gt;De roefdeur is niet afgesloten. Als ik het keukentje binnen kom blijkt alles &lt;br /&gt;nog intact. Zelfs de kasten zitten nog vol. De 2 slaapkamertjes zien er netjes uit. &lt;br /&gt;Resten van een broodmaaltijd liggen op de tafel. &lt;br /&gt;De bemanning moet het schip in haast verlaten hebben.Het is hier beter dan buiten. &lt;br /&gt;Ik besluit Maria op te halen. Het vlot moet  losgegooid worden. Voor nu lijken we hier veilig. &lt;br /&gt;Daad bij gedachte voegend, roep ik haar.Alles wat nuttig lijkt haal ik van het vlot. &lt;br /&gt;Gooi het daarna los en zie dat de stroom haar meeneemt. &lt;br /&gt;Het schip ligt op een ondiepe plaats. Schat haar lengte op 50 meter.&lt;br /&gt;In sommige laadruimen staat het water tot boven het dek. &lt;br /&gt;Hier en daar steekt de besneeuwde lading er boven. Misschien is het steenkool. &lt;br /&gt;Met een flinke plank moet ik erbij kunnen.Vanaf het roefdek moet het te doen zijn. Omzichtig klim ik op de roef . &lt;br /&gt;Tegen de stuurhut leunend speur ik de oevers af. Niets beweegt. Gevaar voor ontdekking lijkt niet groot. &lt;br /&gt;De planken die ik van het vlot haalde komen van pas. Op mijn hurken veeg ik de sneeuw weg.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een schat !  Kolen !  In de roef toon ik mijn vondst. " Kolen, Maria, kolen "!&lt;br /&gt;Zo moet het schip onderweg geweest alvorens het zonk..&lt;br /&gt;Nog voor ze reageert ben ik bij het fornuis. Gooi mijn vondst in een emmer. &lt;br /&gt;Aan dek haal ik een stuk hout.Versplinter het met een bijl. Besprenkel de stukken met petroleum  &lt;br /&gt;uit een kan die daar staat en maak het fornuis aan. Al die tijd zit ze op een stoel. Met dekens om zich heen volgt ze mijn handelen. Als het vuur begint te snorren staat ze op. Gaat in de kastjes te rommelen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mijn aktiviteit haalt haar uit het isolement.Ze keert terug naar haar leven van voor de verschrikking. &lt;br /&gt;Zorgen voor het naakte. Het directe bestaan.&lt;br /&gt;Ze weet weer wat te doen staat. Wat we nodig hebben. Warmte en voedsel !&lt;br /&gt;Nu ik voor warmte zorg, maakt zij dat er wat te eten is. Al gauw liggen er een paar eieren in een pan te bakken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;                                                          Triomfantelijk kijkt ze naar mij.&lt;br /&gt;Slaap heb ik niet. Ik pak een stoel en ga bij het fornuis zitten. Op de rand van de kookplaat roostert ze het brood.&lt;br /&gt;Als er een stuk van afvalt, raap ik het op en leg het op de inmiddels roodgloeiende plaat.&lt;br /&gt;Ze loopt in de half-duistere keuken heen en weer.Brood met spiegelei. Dat smaakt !&lt;br /&gt;Ik moet meer kolen zien binnen te halen voor het dag is. De maan kan achter de wolken verdwijnen. &lt;br /&gt;Dan zie ik te weinig." Ik ga meer kolen halen ". Ze kijkt mij aan. " Ik rabottie, werken " !&lt;br /&gt;Ik neem de kolenemmer en ga aan dek.Uit voorzorg speur ik de omgeving af aleer ik op het roefdek klim &lt;br /&gt;en aan de voorraad-vorming begin.&lt;br /&gt;De eerste emmer gooi ik gedeeltelijk op het vuur. De rest in de hoek van een slaapkamertje.&lt;br /&gt;Na een uurtje hard werken stop ik er mee. Maria heeft intussen sneeuw gesmolten en koffie gemaakt.&lt;br /&gt;In een hoek heeft ze een veldbed gemaakt van matrassen en dekens uit èèn van kamertjes.&lt;br /&gt;Binnen is het lekker warm nu. Als ik bezweet, ga zitten,schenkt ze mij zwarte koffie in.&lt;br /&gt;Het dringt tot mij door dat ze kameraadschap biedt. Mijn behoefte aan menselijke warmte overvalt me.&lt;br /&gt;Zal ze bij mij willen blijven of bij de eerste gelegenheid weggaan.&lt;br /&gt;Wat wil ze. Denkt ze dat ik haar thuis breng. Waar is dat. Ver in Polen ?&lt;br /&gt;Ik breng haar thuis. Waar dat ook zijn mag.  Waar ik ook naar toe ga. Voor mij is het eender.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;      " Maria  "? !&lt;br /&gt;Als ze naar mij kijkt staat mijn besluit vast. Als ze een thuis heeft, breng ik haar. Anders houd ik haar bij mij  .                        Ik word slaperig, trek mijn schoenen en jas uit, gooi mijn muts in een hoek en kruip onder de dekens.&lt;br /&gt;Maria doet hetzelfde. Helemaal uitkleden durven we niet. De angst is nog te groot. Niet voor elkaar.&lt;br /&gt;Onze veiligheid is niet voldoende.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als ik wakker word is het volop dag. Op de ruiten staan ijsbloemen. &lt;br /&gt;Ik laat mij van ons geimproviseerde veldbed rollen, pak van de tafel een mes en kras openingen tussen &lt;br /&gt;de kristallen bloemen. Met mijn oog vlak ervoor, zie ik de rivier en de overkant.&lt;br /&gt;Ik schat de positie. Het schip ligt in een holle bocht. Achter een krib. Gezonken. De oorzaak ervan is niet te zien. &lt;br /&gt;Het lag voor anker. Recht met de oever mee. Misschien is het door de schipper tot zinken gebracht.&lt;br /&gt;Misschien beschoten door een tank. Of met dynamiet tot zinken gebracht.&lt;br /&gt;Zo te zien hoeven de laadruimen slechts te worden leeg gepompt. Om het te laten drijven.&lt;br /&gt;Het lek moet dan wel eerst gedicht zijn. Ik overweeg de mogelijkheid.&lt;br /&gt;Dan loop ik naar de andere kant en maak daar een opening tussen de bloemen.&lt;br /&gt;Hier is de afstand tot de wal nog geen 5 meter. De oever is hoog. Weinig te zien.&lt;br /&gt;In de nacht is er vanaf het roefdek, in het maanlicht een bos te zien.Of iets wat er op lijkt. &lt;br /&gt;Of zijn het bomen die een weg omzomen. De kou begint mij te hinderen. Ik loop nog op mijn sokken.&lt;br /&gt;Een speurtocht in de kasten levert 2 zwarte truien op. Ik trek ze over mijn vest aan. Kijk wat rond. &lt;br /&gt;Zal ik het fornuis aan maken. Ik moet aan dek. Vanuit de stuurhut kan ik de omgeving beter overzien.&lt;br /&gt;Als ik de deur aan de wallekant open blaast een ijzige wind mij in het gezicht. Dat lijkt op niets. Dicht !&lt;br /&gt;Dan maar de deur aan de rivierkant. Ook hier golft de kou naar binnen. Maar er is luwte.&lt;br /&gt;Behoedzaam steek ik mijn hoofd naar buiten. Schijnbaar geen gevaar voor ontdekking. Voorlopig !&lt;br /&gt;Ik laat mij naar buiten vallen. Gluur over de boeiing, die zo` 40 cm hoog, rondom het achterschip loopt.&lt;br /&gt;Sta op. Sluit de deur van de roef achter mij. Open die van de stuurhut. Duik er naar binnen.&lt;br /&gt;Met langzame bewegingen draai ik mij rond. Speur de omgeving af. Vòòr het schip is van de rivier weinig te zien. &lt;br /&gt;Ze verdwijnt, naar rechts buigend, na een halve km uit het zicht. &lt;br /&gt;Aan bakboord zijn er bomen boven een vlak landschap. Als een golf de rivier volgend. &lt;br /&gt;Achter het schip verdwijnt de rivier, na nog eens een halve km, in de stuifsneeuw, &lt;br /&gt;die de felle wind er overheen blaast..&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Flarden 1&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Eerste links vooraan is generaal Christiansen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;2================================================================&lt;br /&gt;Dichtbij is een veersteiger. Er ligt geen veerpont. &lt;br /&gt;                                                                Bij de oever is een veerhuis.Nogal groot. Gedeeltelijk ingestort. &lt;br /&gt;                                                                Er zal wel een cafè in zijn. Het liefst zou ik eens gaan rondneuzen. &lt;br /&gt;                                                                Maar er is niets om van het schip te komen.&lt;br /&gt;                                                                Er drijft wel van alles in de rivier. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;                  Misschien komt er iets langs waarmee ik naar de wal kan. &lt;br /&gt;                              Als ik terug in de roef kom ligt Maria nog te slapen. &lt;br /&gt;                                                Haar wekken is niet nodig. &lt;br /&gt;                 Ik maak het vuur aan. Verzamel aan dek een pan sneeuw.&lt;br /&gt;                                                                 Besluit naar het huis te gaan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maria is inmiddels opgestaan. Ze neemt het keukenwerk over. &lt;br /&gt;Ze duwt me bij de kast weg en maakt duidelijk dat ik moet gaan zitten.&lt;br /&gt;Ze heeft telkens van de stuurboords naar de bakboordsraampjes gelopen.&lt;br /&gt;De bloemen zijn er vanaf gedooid. Terwijl ik haar bezig zie &lt;br /&gt;besluipt me het verlangen naar vrijheid.&lt;br /&gt;Vrijheid, vrij, uit deze winterse gevangenschap&lt;br /&gt;Vrij, om het meisje in haar verloren wereld terug te brengen&lt;br /&gt;Vrij, om te gaan en te staan, zonder de angst vernietigd te worden.&lt;br /&gt;Vrij en de warmte van de zon, die mijn kilte kan verdrijven&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;" Dank je " : zeg ik, als ze mij  een beker koffie voor houdt. Raak als bij toeval haar hand aan. &lt;br /&gt;Ze loopt terug naar het fornuis. Houdt haar gezicht van mij afgewend. Ze is duidelijk verlegen. &lt;br /&gt;Het teken van toenadering heeft ze begrepen.&lt;br /&gt;Hoe zou ze me duidelijk moeten maken wat ze vindt. Ik ben haar vreemd. &lt;br /&gt;Waarom ze meegegaan is, is haar zelf niet duidelijk.Ik ben als een veroveraar. &lt;br /&gt;Een man die haar laat doen. Zonder te vragen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hoe zou het kunnen. We spreken ieder een andere taal. Ik neem haar mee. Als was ze mijn buit. &lt;br /&gt;Zij wil niemands buit zijn. Maar ik voer haar weg. Weg van een onnoembare verschrikking.&lt;br /&gt;Heb ik een weg gevonden. Een weg die haar van hier voert. Een weg naar huis. Naar haar famillie. Naar waar. &lt;br /&gt;Of komt ze nooit meer thuis. Ik kon haar niet beschermen. Niet tegen de soldaten.&lt;br /&gt;Die haar als een onwillig dier, geslagen, bedreigd, hebben. Haar genomen hebben toen ze ontdekt werd. &lt;br /&gt;Het afgrijzen overspoelt haar. Ze krimpt ineen. Als een dier in doodsnood.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik kijk verstomd naar haar. Ga naar haar toe. Sla mijn armen om haar heen. Maar ik kan haar niet bereiken. &lt;br /&gt;Ze duwt mij van zich af.. Ze gaat zitten. Daar huilt ze. Als een geslagen hond.&lt;br /&gt;Ik kijk. Zie haar verdriet dat niet te stuiten is&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Die dag en de volgende nacht blijven we op het schip. Slapen doen we niet.&lt;br /&gt;In het donker loop ik heen en weer. Stook het fornuis op. Ieder keer als ik het deksel en de ringen,&lt;br /&gt;van de kolenvreter optil, om hem te voeden, verlichten grillige schijnsels het plavond. &lt;br /&gt;De lamp durf ik niet aan te doen. Maria is gaan liggen. Ik denk dat ze slaapt.&lt;br /&gt;Ik kijk door een raampje in de schemering van de rivier.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;                                                                               We zijn nu 2 nachten en 1 dag hier. &lt;br /&gt;                                                                               Telkens klinkt mitrailleurvuur. &lt;br /&gt;                                                                               Kanongebulder.&lt;br /&gt;                                                                              Op het schip blijven is verleidelijk. &lt;br /&gt;                                                                              Wat als de rivier dicht vriest. Hoe veilig zullen we dan zijn.&lt;br /&gt;                                                                              Iedereen kan over het ijs bij ons komen. &lt;br /&gt;                                                                              Als er een ijsdam in de rivier ontstaat &lt;br /&gt;                                                                              kan het water zover stijgen dat het de woning binnen stroomt.&lt;br /&gt;                                                                              Er vormt zich al ijsmassa tussen de wal en het schip&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;                                                                              Morgen. Als het dag wordt ga ik over dat ijs naar het veerhuis.&lt;br /&gt;                                                                              Deze gedachten houden mij bezig. &lt;br /&gt;                                                                              De stoel waar ik op zit schuif ik iets naar achteren.&lt;br /&gt;                                                                              Met mijn armen onder mijn hoofd val ik in slaap.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;vijfde dag              1945&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De oever is moeilijk te beklimmen. Naar het veerhuis is zo`n 300 meter.&lt;br /&gt;Als ik een deur nader gaat deze open. In de opening verschijnt een oude man.&lt;br /&gt;" Was wollen Sie  "; vraagt hij&lt;br /&gt;  " Ich brauche essen für mich und meine Frau  ".&lt;br /&gt;" Dass kunnen Sie haben. Aber ich brauche hilfe  " ; is zijn antwoord.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hij vertelt dat er twee dode mensen in een kamer liggen. &lt;br /&gt;De oude man is burgermeester van het dorp achter de bomen. &lt;br /&gt;Ik volg hem naar binnen. Naar een slaapvertrek.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In een groot eiken ledikant, liggen een oude man en een oude vrouw.&lt;br /&gt;Ze zijn onbedekt en staren met dode ogen naar het plavond.&lt;br /&gt;De handen gekruist. Om de vingers een rozenkrans verstrengeld.&lt;br /&gt;Hij heeft een pyama aan. Een witte pyama met bloemetjes.&lt;br /&gt;Kleine grijze bloemetjes.Zij ligt als een gestorven engel. &lt;br /&gt;Haar laatste kleed is een lang wit gewaad, waarop de donker-rode kralen &lt;br /&gt;van haar rozenkrans een schittering zenden. Ze ziet er vredig uit. &lt;br /&gt;De schittering is een reflex van kaarslicht. Vier grote witte kaarsen.&lt;br /&gt;Ze staan op een commode. &lt;br /&gt;Ter weerzijden van een zilveren krusifix.&lt;br /&gt;De commode is tegen het voeteneinde van het ledikant geschoven. Het is er ijskoud.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De man geeft mij een teken de kamer te verlaten. Ik volg hem op de voet. &lt;br /&gt;Als de deur dicht is vraagt hij mij mee te komen. &lt;br /&gt;Aan het einde van een lange gang blijkt de keuken te zijn.&lt;br /&gt;Hij vertelt, terwijl hij staat, dat de bevolking van het dorp, uit angst voor de Russen, &lt;br /&gt;gevlucht is. De doden zijn familie. Omdat hij niets te verliezen heeft is hij gebleven.&lt;br /&gt;Hij vraagt om hen, ze liggen er al langer dan een week, te helpen begraven.&lt;br /&gt;Ik zeg toe. Hij vraagt me om te gaan zitten. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dan maakt hij dikke plakken brood met worst klaar. Direct na &lt;br /&gt;deze maaltijd ga ik met hem naar buiten. Daar staat tegen &lt;br /&gt;de muur een groen-geschilderde draagbaar. We dragen hem tot &lt;br /&gt;naast het ledikant. Leggen zonder verdere plichtplegingen de &lt;br /&gt;dode man op de burrie. Gaan naar buiten. De weg op. &lt;br /&gt;Dragen hem, moeizaam door het dikke pak sneeuw lopend, &lt;br /&gt;naar de begraafplaats.&lt;br /&gt;Lopend in een tijdloze witte wereld, verdwijnt de weg achter ons.&lt;br /&gt;Een open hek. Brengt ons op een plek naast een groot houten kruis.&lt;br /&gt;We zetten de baar neer. De man loopt naar een klein stenen huisje.&lt;br /&gt;Het staat achteraan, op dit, door hoge bomen omgeven kerkhof.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De man gaat er naar binnen. &lt;br /&gt;Even later komt hij buiten met 2 houwelen en een schop &lt;br /&gt;Met de schop schraapt hij een rechthoek in de sneeuw. &lt;br /&gt;Het geeft de maat van het graf aan.&lt;br /&gt;Als de plek sneeuwvrij is begin ik met een houweel in de harde grond te hakken.&lt;br /&gt;Hij verwijdert de loskomende kluiten. Wat dieper komend graaf ik alleen verder.&lt;br /&gt;Tot ik met mijn hoofd net nog boven de grond uitkom. &lt;br /&gt;De man geeft mij een laddertje aan zodat ik er uit kan komen. &lt;br /&gt;Samen leggen we de oude man op de rand van het graf. &lt;br /&gt;Ik spring er in. Neem hem  tussen mijn opgeheven armen aan. &lt;br /&gt;Leg hem tussen mijn voeten neer. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als ik uit het graf kom, gooit de man er sneeuw in.&lt;br /&gt;Als het hoofd niet meer te zien is &lt;br /&gt;verontschuldigt hij zich."Tegen de kraaien  "; zegt hij. Dan halen wij de vrouw op. &lt;br /&gt;Als zij in het graf gelegd moet worden doet zich een moeilijkheid voor.&lt;br /&gt;Het is ongeveer 70 cm breed. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als ik haar in mijn armen neem, is ze zo licht als een veertje.&lt;br /&gt;Ik stel vast dat ik haar zo niet neer kan leggen. Ik zou op de dode man moeten gaan staan.&lt;br /&gt;Dus geef ik haar terug en verschuif hem zo dat ik aan iedere kant een voet kan plaatsen.&lt;br /&gt;Dan neem ik mijn lichte last nog eenmaal in mijn armen. Vlei haar neer op haar reisgenoot.&lt;br /&gt;Zo liggen zij samen gestapeld. De dode ogen naar de hemel gericht.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Met behulp van het laddertje klim ik uit de kuil.&lt;br /&gt;De man dekt de lichamen met sneeuw toe. Daarna gooien we het graf dicht.&lt;br /&gt;Hij zegt naar het dorp te gaan. Bij een kruispunt scheiden onze wegen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik loop terug naar het veerhuis.&lt;br /&gt;Pak van de keukentafel het halve brood dat er nog op ligt en ga naar het schip.&lt;br /&gt;Bij het binnen komen zie ik Maria. Ze staat met grote verwilderde ogen midden in het keukentje.&lt;br /&gt;Ik ga naar haar toe. Neem haar hand. Breng haar bij de tafel. Zeg haar te gaan zitten.&lt;br /&gt;Als ik tegenover haar zit staart ze naar me.&lt;br /&gt;Ik voel me schuldig als ik haar angst, eens te meer, ervaar.&lt;br /&gt;Ik moet uren weggeweest zijn.&lt;br /&gt;Zonder iets te zeggen ben ik van het schip gegaan.&lt;br /&gt;Ze moet gedacht hebben dat ik verdwenen was.&lt;br /&gt;Haar alleen gelaten. Ze is radeloos geweest.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het is ijskoud in de woning. Ik maak eerst het fornuis aan, dan zien we wel weer.&lt;br /&gt;Terwijl ik bezig ben komt ze naar mij toe. Ze klemt zich plotseling aan mij vast.&lt;br /&gt;Ik hoor haar smekende, maar voor mij onverstaanbare woorden.&lt;br /&gt;Begrijp dat ze vraagt, niet van haar weg te gaan.&lt;br /&gt;Ik sla mijn armen om haar heen. Zeg dat ik voor haar zal zorgen.&lt;br /&gt;Dat we vandaag nog naar het veerhuis gaan.&lt;br /&gt;Om er te blijven. Zo lang het kan. Of ze me verstaat weet ik niet. Ik merk dat ze zich ontspant.&lt;br /&gt;Vraag haar koffie te maken. Eindelijk kan ik weer gaan zitten.&lt;br /&gt;Nog voor de koffie klaar is, val ik, onderuitgezakt, in slaap.&lt;br /&gt;Als ze mijn schouder aanraakt schrik ik wakker. Zit ogenblikkelijk rechtop.&lt;br /&gt;`t Gemoedelijke tafreel. De dampende beker koffie. Ze zorgen voor ontlading. De spanning glijdt weg.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;"Danke Dir "; zeg ik. &lt;br /&gt;"Bitte "; antwoordt ze.&lt;br /&gt;De koffie langzaam drinkend, dringt tot me door dat we praten.&lt;br /&gt;Tot nu toe heeft ze alleen maar antwoord gegeven op vragen.&lt;br /&gt;"Sprichtst Du Deutsch " ?&lt;br /&gt;"Ein wenig "; is haar antwoord.&lt;br /&gt;"Hoe ben je hier terecht gekomen "?&lt;br /&gt;In een ratjetoe van Pools en Duits vertelt ze dat de duitsers haar en vele anderen geroofd hebben.&lt;br /&gt;Ze hebben haar weggevoerd en in Duitsland bij een boerenfamilie aan het werk gezet.&lt;br /&gt;Wie wegliep werd in een kamp gestopt.Toen rolden de legers van de Russen over het Duitse land.&lt;br /&gt;De bewoners waren gevlucht voor de aanstormende Russen.&lt;br /&gt;Ze had zich verscholen. Gedacht bevrijdt te zullen worden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Met horten en stoten vertelt ze.&lt;br /&gt;Ik stop haar woordenvloed met de vraag : " Wie alt bist Du ".  " 17  "; zegt ze.&lt;br /&gt;Ik begin haar uit te leggen, dat het mij beter lijkt van het schip te gaan.&lt;br /&gt;Dat ik blij ben met haar te kunnen overleggen. Dat ik vandaag&lt;br /&gt;nog naar het veerhuis wil.Omdat het inmiddels bijna donker is, &lt;br /&gt;besluit ik te wachten tot morgenochtend.Alles wat eetbaar is &lt;br /&gt;moeten we meenemen. We beginnen meteen met het verzamelen.&lt;br /&gt;Al vlug staan er 3 volgepropte kussenslopen klaar. &lt;br /&gt;Tussen-door bakt Maria pannekoeken.&lt;br /&gt;Uit een kast neemt ze een wit bord. &lt;br /&gt;Ze smeert een pannekoek in met appelstroop.Dan serveert ze. &lt;br /&gt;Met mes en vork." Brood.  Eten  " ; zegt ze.&lt;br /&gt;Voor het eerst, sinds lange tijd drijft mijn kilte weg.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tot zover dit fragment uit mijn herinnering......................&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het Veerhuis&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wanneer wij `s morgens aan land gaan klinkt vanuit de verte muziek. &lt;br /&gt;Schrille, ijle klanken.&lt;br /&gt;Het is alsof een waanzinnige een vertraagde, verbrokkelde csàrdàs speelt.&lt;br /&gt;De wind draagt het vanachter de bomen aan.De melodie komt van een piano. Een Kar ! &lt;br /&gt;Getrokken door een paard, dat uitglijdend zijn plicht tracht te doen, rijdt de veerweg op.&lt;br /&gt;Er omheen lopen mensen. &lt;br /&gt;Met groteske gebaren en bewegingen verplaatsen ze zich op de besneeuwde weg.&lt;br /&gt;Het is niet duidelijk of ze de melodie proberen uit te beelden, of dat de sneeuw hen &lt;br /&gt;telkens het evenwicht doet verliezen. De volgelingen van de muzikant, &lt;br /&gt;ik tel er meer dan een dozijn, lopen zingend op het veerhuis aan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hun stemmen klinken verkrampt. &lt;br /&gt;Als stemmen van vervloekten, die zojuist vernomen hebben,  dat de vloek is opgeheven.&lt;br /&gt;Die het geloof erin verloren. Een begin maken het leven te herwinnen.&lt;br /&gt;Het paard stopt. Het dier wil niet verder.De rivier toont een grens te zijn voor mens en dier.&lt;br /&gt;Een van de mannen spant het paard uit. Het volgt hem gewillig.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op de kar staat een hoge, zwarte piano.Een man speelt zonder te stoppen melodièn. &lt;br /&gt;Zijn volgelingen komen het huis in. Het is er een leven van jewelste. De mannen die met &lt;br /&gt;de pianist mee kwamen lopen zingend en schreeuwend de kamers in en uit.&lt;br /&gt;De gelagkamer staat al gauw vol rook. &lt;br /&gt;Walmend en stinkend braakt de open haard roetwalmen uit. Het is geen wonder. &lt;br /&gt;Het vuur wordt gevoed met schilderijlijsten en stoelpoten. &lt;br /&gt;Door een venster waar geen ruit meer heel is golft de rook naar buiten. &lt;br /&gt;Mannen hurken hoestend bij de vlammen.&lt;br /&gt;Ik denk dat het Fransen zijn. Ze lijken die taal te spreken. Ik versta geen Frans.&lt;br /&gt;Weet niet waar ze het over hebben. Maria volgt mij als ik richting keuken ga.&lt;br /&gt;In de keuken is niemand. De stoelen zijn verdwenen. " In de open haard " ; denk ik.                  &lt;br /&gt;De mannen die we tegen komen lopen als schimmen langs ons heen..... &lt;br /&gt;                               Als schepen in de mist &lt;br /&gt;                                       verdwijnen ze uit mijn zicht.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Buiten  klinken plotseling schoten. Gevolgd door een mitrailleur salvo.&lt;br /&gt;Harde commando s. ` Raus. ! Raus ` !&lt;br /&gt;Met Maria ren ik naar wat ik denk dat de achterkant van het veerhuis is. &lt;br /&gt;Door een raam zie ik de rivier maar ook soldaten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Soldaten met doodskoppen op hun helmen. Ik moet terug. &lt;br /&gt;Een andere uitgang zoeken. Te laat. &lt;br /&gt;Zonder te wachten steek ik mijn handen omhoog.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Met kolfslagen worden we naar buiten gejaagd. In de &lt;br /&gt;sneeuw die hoog opgewaaid is staan drie vrachtwagens. &lt;br /&gt;We worden naar een aantal mannen &lt;br /&gt;die daar al zijn gedreven.  Ik tel er 18......&lt;br /&gt;Met allen worden we in èèn van de wagens gejaagd. &lt;br /&gt;Een korte rit brengt ons bij de kerk in het dorp.&lt;br /&gt;Op een voetbalveldje worden we naast de doelpalen &lt;br /&gt;in een rij gedwongen. Een aantal SSers stelt zich &lt;br /&gt;tegenover ons op. Vluchten is uitgesloten.&lt;br /&gt;We worden door schietklare SSers afgegrendeld.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;"O moeder, redt me ".&lt;br /&gt;Een burger die aan komt lopen spreekt de SS officier aan. &lt;br /&gt;Deze geeft opdracht dat Maria en ik op een afstand van de anderen moet gaan staan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De man die ons het leven redt is de burgermeester.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hij neemt ons mee. Naar de rand van het veldje. &lt;br /&gt;Nog voor we daar zijn ratelt een mitrailleur.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Deel 3&lt;br /&gt;===========================================================&lt;br /&gt;Met de kar volgen we Oostwaarts een weg. &lt;br /&gt;Het paard is mak. Het laat zich gewillig inspannen. Ik loop naast het paard. &lt;br /&gt;Voer het bij het bit. Als het uitglijdt of dreigt te struikelen spreek ik bemoedigende woorden. &lt;br /&gt;Maria zit dik ingepakt op de bok. We verlaten het dorp.&lt;br /&gt;De burgermeester heeft ons de richting oost aan-gegeven. &lt;br /&gt;Van hem hoorden we dat SSers vanuit een verloren positie het niemandsland binnentrekken.&lt;br /&gt;Ze jagen op duitse, achterblijvende frontsoldaten. De Fransen waren burgers in doortocht. &lt;br /&gt;Brachten de nacht door in verlaten huizen. In hun feestroes, maakten zij veel lawaai.&lt;br /&gt;Ze verkeerden in de veronderstelling dat de Duitsers zich hadden terug-getrokken.&lt;br /&gt;Dat het Duitse leger voor de aanstormende Russen op de vlucht geslagen was.&lt;br /&gt;Ze hadden de aandacht van de SSers getrokken. &lt;br /&gt;De vernietigingsdrang en opdracht van deze gevreesde soldaten is hen noodlottig geworden. &lt;br /&gt;Ze werden beschuldigd van plunderen. Op plundering stond strafrechtelijk de doodstraf .          &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maria kent het boerenwerk. Ze heeft een zak haver om de hals van het beest gehangen. &lt;br /&gt;Vriendschap gesloten. Het paard op de hobbelige, soms gladde weg te houden &lt;br /&gt;is niet eenvoudig. Als het uitglijdt maakt de kar een gevaarlijke slinger.&lt;br /&gt;Ik spreek het beest voortdurend bemoedigend toe. We vorderen moeizaam.&lt;br /&gt;De  besneeuwde vlakte lijkt het meest op een bevroren zee. &lt;br /&gt;Hier en daar als doeloos ronddrijvende schepen een boerderij.&lt;br /&gt;Soms stoppen we. Dan springt Maria van de kar  en loopt stampvoetend rondjes.&lt;br /&gt;We gaan verder zonder te weten waar de weg ons heen voert.&lt;br /&gt;Af en toe eten we iets uit de voorraad op de kar.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Soms kunnen we slechts met moeite langs gestrande of omgeslagen paardenwagens komen. &lt;br /&gt;Vaak zijn ze ondergesneeuwd of steken daar net boven uit. Ze zijn hoogopgeladen met huisraad. &lt;br /&gt;Kasten. Zakken. Manden. Bedden. Als poppen daaromheen gedrapeerd de lichamen van het die voor de Russen op de vlucht waren. Door het noodlot achterhaald werden. Allemaal bepoederd als met basterd-zuiker.&lt;br /&gt;Laag vliegende russische jagers zaaiden dood en verder onder degenen die zich niet vlug genoeg in veiligheid &lt;br /&gt;konden brengen. Dat is ook nagenoeg onmogelijk op de open wegen. &lt;br /&gt;Onverstoord trekken we langs de verstarde drama`s.&lt;br /&gt;         &lt;br /&gt;Soms komen we zien we een paar verlaten huizen. Het vriest flink. Gelukkig is er weinig wind.&lt;br /&gt;De lucht die stralend blauw was wordt grauw. Er is nog meer sneeuw op komst.&lt;br /&gt;Voor het donker wordt moeten we een schuilplaats kiezen. Het is levensgevaarlijk in een huis te blijven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Er is een boerderij in zicht.&lt;br /&gt;Middden op de weg liggen een paar kisten. We kunnen er niet zonder meer langs. &lt;br /&gt;De dichtst bijzijnde  heeft een scharnierende deksel. Gaat makkelijk open. &lt;br /&gt;Er liggen een soort kachelpijpen in te glimmen. Het zijn hagelnieuwe wapens.  &lt;br /&gt;De gebruiksaanwijzing ligt erbij. In de linkerbovenhoek een tekening van een &lt;br /&gt;geharnaste middeleeuwse ridder.  Hij heft zijn vuist op. Er onder staat : &lt;br /&gt;Götz von Berlichingen hatt ein Panzerfaust ! &lt;br /&gt;Ihr Deutsche soldaten habt jetzt auch ein Panzerfaust !&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dan volgt er een verhaal over de roemruchte ridder die al zijn vijanden met zijn ijzeren hand overwon.&lt;br /&gt;Vervolgend de gebruiksaanwijzing die in wezen eenvoudig is. De granaten die met dit wapen afgevuurd worden  kunnen een tank vernietigen. De soldaat moet de tank tot op korte afstand naderen. Een granaat er op zetten. Richten ! Een pal overhalen. De granaat zal de bepantsering doorbreken en de tank vernietigen !! &lt;br /&gt;In een van de kleinere kisten zitten gasmaskers. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maria klimt van de kar. Loopt naar de boerderij. Ik laat de kisten voor wat ze zijn. &lt;br /&gt;Ga achter haar aan. Er  is een bijna volle hooiberg. Daarnaast een kippenhok. Geteerde planken met een deurtje. Door de kleine ruitjes zijn de zitstokken te zien. De kippen niet. Maar die zijn des te beter te horen. &lt;br /&gt;Als Maria de deur van de ren even opent vliegt er meteen eentje naar buiten. De stal vormt een geheel met &lt;br /&gt;de woning. De achterdeur is niet op slot. Binnen ligt veel stro. Vee is er niet. We gaan de keuken door. &lt;br /&gt;De kamer in. Nergens vinden we een mens. Geen levende. Geen dode. Alles ziet er uit alsof de bewoners plotseling, op een teken, van de aardbodem verdwenen zijn. Een tijdmuseum !&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nauwgezet staan de meubels langs de wanden. Keurig afgestoft. Een prachtige hoge kast &lt;br /&gt;staat vol snuisterijen en porselein, te pronken. De laden zijn gevuld met lakens en slopen. Op de kast staan met exotische vogels beschilderde vazen.De staande klok geeft 3 uur aan. Hij loopt nog. De bewegende slinger achter het glas heeft iets sinisters.Tegenover de kast is een open haard.  De schouw erboven is bruinzwart beroet. &lt;br /&gt;Dikke balken geven onkere schaduwen tegen de zoldering.  &lt;br /&gt;Als ik mij omdraai zie ik boven de keukendeur een schilderij. &lt;br /&gt;Het stelt een zeilschip voor. Kalmpjes vaart het diepgeladen de rivier af.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In de keuken is achter  een deur de keldertrap. &lt;br /&gt;Als mijn ogen aan het schemerige licht wennen zie ik zeker 50 kazen &lt;br /&gt;op stellingen liggen. Rijen glazen inmaakpotten. Gevuld met bonen, &lt;br /&gt;kersen, peren, groente, vlees. Grote Keulse aardewerk inmaakpotten.  &lt;br /&gt;Ze interesseren mij niet. &lt;br /&gt;Wel een aantal flessen die kennelijk sterke drank bevatten. &lt;br /&gt;"Kom Maria. Pak aan ." Meteen begin ik potten, flessen en kazen door te geven. &lt;br /&gt;Als we alles op de kar geladen hebben is het kippenhok aan de beurt. Ik ga er in. Sluit het deurtje achter mij. "Even een paar kippen vangen ." Het valt niet mee om de beesten in een jutezak te doen. Als er 8 stuks met omgedraaide nek inzitten, bewegen ze nog zoveel dat de zak wel lijkt te leven. “Open Maria!”&lt;br /&gt;Ze zal zich wel afvragen hoe ik ze klaar wil krijgen. Dat weet ik nog niet. Ik stel me voor om ze te plukken. &lt;br /&gt;Daarna te braden. Het verveelt me al als ik nog begonnen ben.  &lt;br /&gt;Ik besluit om ze ongeplukt in een grote melkbus te stoppen en zo te koken.  De veren pluk ik daarna wel.&lt;br /&gt;Ik heb eens gelezen dat een varken eerst gekookt wordt en daarna onthaard. &lt;br /&gt;Bij de pomp staat een rij melkbussen. In een er van prop ik de kippen. Na de vijfde ben ik er handiger in.&lt;br /&gt;Ze glijden met gevouwen vleugels kopvoor de bus in.&lt;br /&gt;De met stro ingepakte pomp op de deel geeft na een paar vlugge slagen water. Ik zet de bus eronder. &lt;br /&gt;Terwijl het water erin stroomt zie ik dat de kippen naar boven komen drijven. &lt;br /&gt;Met een kei uit een van de Keulse inmaakpotten breng ik, door hen op een plankje te leggen, tot zinken. &lt;br /&gt;Nu het fornuis aanmaken en koken. Het duurt met te lang. Ik raak mijn interesse in de kippen kwijt.&lt;br /&gt;“Ik moet hier weg. Verder! Hier vandaan.”&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In de witte wereld die donkerder wordt door de eindigende dag zetten we &lt;br /&gt;onze tocht voort. De weg brengt ons in een sparrenbos.&lt;br /&gt;Ik besluit om onder de bomen een bivak voor de nacht te maken.&lt;br /&gt;Tussen een stapel omgezaagde boomstammen is voldoende plaats.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na de kar er tussen te hebben gemanoeuvreerd spannen we het paard uit.&lt;br /&gt;Maria hangt de haverzak om zijn hals. Onder de laag hangende takken  &lt;br /&gt;van een grote spar richten we met kisten en zakken, ons bivak in. &lt;br /&gt;Een deken vormt het dak. Maria maakt een slaapplaats voor ons beiden.&lt;br /&gt;Ze trekt haar laarzen en gewatteerde jas uit. Kruipt als eerste in de lage tent. &lt;br /&gt;Ik volg haar. We liggen in elkaars armen onder de dekens. Ze blaast in mijn &lt;br /&gt;gezicht. Ik ben doodmoe.  Reageer niet op de plagerij. Ze draait haar gezicht &lt;br /&gt;tot onder mijn kin. We zeggen niets. De slaap voert mij weg. Ze zal willen weten&lt;br /&gt;of we deze nacht veilig zijn. Door mijn regelmatige ademhaling wordt ze &lt;br /&gt;rustiger. De slaap neemt uiteindelijk ook haar mee. &lt;br /&gt;We liggen geslachtloos omstrengeld. &lt;br /&gt;Onnoembare emoties hebben normale sexuele reacties geblokkeerd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zevende dag februari 1945&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;’s Morgen, als ik mijn hoofd buiten het bivak steek, zie ik de wereld in een sprankelend licht. &lt;br /&gt;Het dringt tussen de takken van de sparren door.Als reuzen-puntmutsen torenen ze boven mij.&lt;br /&gt;De voortdurende beweging ervan veroorzaakt in het takkenscherm lichtbundeltjes.&lt;br /&gt;Miljoenen naalden vormen ontelbare lichtoogjes. Ze dansen als kristallen tot dicht bij de stam. &lt;br /&gt;Daar schemert het. Luisterend houd ik mij doodstil. Het bos leeft. &lt;br /&gt;Suizelen, kloppen, knakken. Het gefluit van een vogel. Kleine geluiden zijn het.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In de verte donderen de kanonnen. Voorzichtig kruip ik een stukje uit mijn schuilplaats. Tot ik de kar kan zien. &lt;br /&gt;De omgeving lijkt veilig. Als ik ga staan om het paard te zoeken, doe ik dat, om zo weinig mogelijk op te vallen, &lt;br /&gt;in een vloeiende beweging. Het staat bij de wagen. Alsof het slaapt. Gerustgesteld kruip ik terug onder de boom.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;“Maria. Maria!”&lt;br /&gt;Ik stoot haar aan en praat gedempt. Ze komt meteen overeind. Begint haar laarzen aan te trekken.&lt;br /&gt;“Eten”; zeg ik. Ik loop naar de kar om brood en kaas te halen.&lt;br /&gt;“Verdomme, wat een rotzooi.” De wekflessen zijn kapotgevroren. Peren, vlees, groenten.&lt;br /&gt;Alles ligt vermengd met glas, tussen de flessen drank, aaneen gevroren.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maria vangt het brood dat ik naar haar toe gooi. Met een kaas onder mijn arm spring ik van de kar. &lt;br /&gt;Zittend op een boomstam eten we kaas en kauwen het droge brood. Dan laden we op. &lt;br /&gt;Zonder moeite trekt het paard de kar naar de weg. We gaan als het goed is nog steeds Oostwaarts.&lt;br /&gt;Als we vanuit de luwte op een opener vlakte komen, waait een ijzige wind ons in het gezicht. &lt;br /&gt;---------------------------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;We zijn niet alleen. Vanuit een bospad nadert een door twee paarden getrokken wagen &lt;br /&gt;met zes mensen er op. Ze halen ons in. Om hen te laten passeren laat ik ons paard stoppen.&lt;br /&gt;De inzittenden beginnen, na een groet van Maria een gesprek met haar.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Pools praten ze. Verstaan doe ik er niets van. Ze zijn onderweg naar Breslau.&lt;br /&gt;Het is nog 20 km. Het zijn streekgenoten.Een echtpaar. De mannen en het meisje dat bij hen is kennen elkaar. &lt;br /&gt;Ze denken in een week bij hun dorp te zijn. Ze bieden Maria aan om met hen mee te gaan. Ze is opgetogen. Polen! &lt;br /&gt;Streekgenoten! In een week zal ze thuis zijn. &lt;br /&gt;Ik vraag haar wat ze wil. “Naar huis. Mee!”&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ze vertrouwt deze mensen die vriendelijk tegen haar zijn. &lt;br /&gt;Een vreemde opgewondenheid heeft bezit van haar genomen. &lt;br /&gt;Ik kijk naar hen die zo plotseling uit het niets verschenen. &lt;br /&gt;De man schat ik op minsten 50 jaar. Zijn vrouw ook. De anderen zijn veel jonger.  &lt;br /&gt;Het meisje is net zo oud als Maria. “Mach wass du willst”: zeg ik tegen haar. &lt;br /&gt;Het is beter als zij met hen mee gaat. Zelf heb ik geen doel. Die anderen duidelijk wel.&lt;br /&gt;Als ik een droom zie ik haar naar mij toekomen. Ze kust me.&lt;br /&gt;Verbaasd zie ik haar uit mijn leven verdwijnen. Het laatste wat ik zie is haar zwaaiende hand.&lt;br /&gt;Als een vlinder die aan de groep op de kar iets onwerkelijks geeft.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik klim op de bok. Duik diep in de kraag van mijn jas.Waar moet ik heen. Is de dreiging verdwenen? &lt;br /&gt;Ergens naar rechts moet de rivier zijn. Zal ik die weer opzoeken? Of vlugger gaan. Proberen de Polen in te halen. Wat voor zin heeft dat.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vanuit een dorp dat aan een zijweg ligt nadert een groene legerauto. Ter weerszijden zit op &lt;br /&gt;het spatbord een soldaat. Ze hebben hun wapens in aanslag. De wagen rijdt langzaam.&lt;br /&gt;Lang voordat hij bij mij is laat ik het paard stilstaan en steek mijn handen omhoog. &lt;br /&gt;Hij stopt zo’n 50 meter bij mij vandaan.  De soldaten duiden mij lopend in hun richting &lt;br /&gt;te komen. Met vrees geef ik gehoor. Ze richten hun wapen op mij. &lt;br /&gt;Ik herinner mij woorden die ik van een Russisch meisje leerde. &lt;br /&gt;Dit zijn immers Russische soldaten.&lt;br /&gt;“Ja jes njet Njemetski. Ja jes Hollandski! ” {ik ben geen Duitser. Ik ben Hollander}&lt;br /&gt;Ik roep het een paar keer en houd mijn handen omhoog. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Terwijl de ene mij onder schot houdt, fouilleert de ander mij. “Garosso” {Goed}. &lt;br /&gt;De soldaat geeft mij een klap op mijn schouder. Maakt duidelijk dat ik mijn handen &lt;br /&gt;kan laten zakken. De ander biedt mij een sigaret. “Papirossi?” {sigaret}.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De tranen beginnen over mijn gezicht te stromen.&lt;br /&gt;Ik verlies volledig de controle over mijzelf. Een overvloed van angsten. Van verlorenheid lost zich op. &lt;br /&gt;Ik val neer in de sneeuw en weeg me geen raad. De soldaten praten tegen mij. Helpen me overeind. &lt;br /&gt;Een van hen houdt een sigaret voor. Een andere  haalt uit de cabine een rode band. Doet hem om mijn rechterarm.Er staat een embleem op.  Een hamer en een sikkel. Hetzelfde op staat hun berenmuts.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ze maken me duidelijk dat ik met paard en wagen naar het dorp moet. In een roes loop ik, het paard aan het bit meevoerend er heen.. Er staat een soldaat aan de ingang van een gebouwtje.  “Stoi!” {Halt}.&lt;br /&gt;Weer moet ik in de richting van een op mij gericht geweer lopen. Weer word ik gefouilleerd. &lt;br /&gt;In het huis ernaast zijn nog meer soldaten. Ze zingen luid. Drinken uit flessen. De tafel staat er vol mee. &lt;br /&gt;Een officier geeft opdracht mij buiten, achter het huis te brengen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op een open, door prikkeldraad omgeven veldje, loopt een twintigtal mensen, mannen en vrouwen, te kleumen. &lt;br /&gt;Ik word overgegeven aan een de wachthoudende soldaat, die mij het veldje opstuurt. &lt;br /&gt;Het is nog een geluk dat de wind hier geen vat op ons heeft. Dat is het enige positieve van de situatie.&lt;br /&gt;Verder ben ik slechts van het ene achter het andere prikkeldraad &lt;br /&gt;gekomen.Hier staat dan wel niet op iedere hoek een wachttoren met daarin een schietgrage SS’er. &lt;br /&gt;Die zonder weifeling schiet op ieder die een vluchtpoging waagt. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De eerste keer dat ik vluchtte werd ik na drie dagen op vrije voeten weer gevangen genomen.  &lt;br /&gt;Ik heb er een hoge prijs voor betaald. De Gestapo in Leipzig heeft wraak genomen.  Het is niet anders.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nu de legers verrolt zijn. Nu ontelbare mensen onder de verschrikkelijkste omstandigheden er het leven &lt;br /&gt;bij verliezen of al verloren hebben. Nu het ten einde zou moeten zijn.  &lt;br /&gt;Nu sta ik verdwaasd. Opnieuw gevangen achter prikkeldraad. Alleen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mijn denken verstart.  &lt;br /&gt;Mijn lichaam is een robot die, gestoord door zijn thermostaat, &lt;br /&gt;bewegingen maakt om warm te blijven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een soldaat staat bij een houtvuur op wacht. Bij heldere dag is vluchten niet mogelijk. &lt;br /&gt;Terwijl de dag verstrijkt, keert de drang om vrij te zijn steeds sterker terug.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;“Als het donker is moet het mogelijk zijn”: overweeg ik. &lt;br /&gt;“Het prikkeldraad is hoogstens één meter hoog. &lt;br /&gt;In het duister moet het te doen zijn.” Nog voor het donker word ik &lt;br /&gt;uit de omheining gehaald.De soldaten die mij de armband gaven &lt;br /&gt;zijn terug van patrouille. Zij nemen mij met naar het huis. &lt;br /&gt;Ze zijn vriendelijk. Vrolijk. Vrijgevig. Ik moet gaan zitten. &lt;br /&gt;Krijg brood en warme soep. Uitgehongerd val ik er op aan. &lt;br /&gt;Sinds vanmorgen heb ik niets gehad. &lt;br /&gt;Als ik genoeg heb gaat de soldaat die voor mij zorgde weg.  &lt;br /&gt;Niemand bemoeit zich verder met mij.&lt;br /&gt;Om te proberen loop ik naar buiten. Niemand verspert mij de weg.&lt;br /&gt;In het dorp zijn veel beschadigde en ingestorte huizen. &lt;br /&gt;Waarschijnlijk heeft het dorp onder vuur gelegen. Ik ga op zoek naar mijn paard en wagen.&lt;br /&gt;De kar vind ik snel terug. Hij staat drie huizen verder op een pleintje. Alles ligt er nog op. &lt;br /&gt;Ook de stukgevroren wekflessen. Het paard is nergens te zien. Ik loop de dorpsstraat uit.&lt;br /&gt;Er zijn slechts enkele winkels. Wonderlijk. Ze zijn onbeschadigd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Aan het eind van de straat staat een pantserwagen. Er naast brandt een vuur. &lt;br /&gt;Soldaten zijn zich aan ’t warmen. Ik loop ernaar toe. Met mijn handen vooruit.&lt;br /&gt;Maar er wordt een geweer op mij gericht. “Dawaai! Dawaai!”; wordt mij toegeroepen. {weg! Weg!}&lt;br /&gt;Ik draai mij langzaam om. Loop terug naar het pleintje.  Het lijkt me raadzaam om terug te gaan.&lt;br /&gt;Zonder dat de wacht voor het huis zich ook maar verroert laat hij mij passeren.&lt;br /&gt;Niet wetend wat verder te doen ga ik bij een tafel zitten. M’n vrienden zie ik niet.&lt;br /&gt;Wel een telefonerende officier. Er loopt een wirwar van kabels naar de kamer ernaast. &lt;br /&gt;Een grote houtkachel zorgt dat het behaaglijk is. Nog voordat het telefoongesprek afgelopen is komen mijn vrienden binnen.Ze wenken en zeggen dat ik bij hen moet komen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De officier legt de hoorn neer. Hij begint een rad gesprek met hen. Telkens kijkt hij daarbij mijn kant op. &lt;br /&gt;Wat ze zeggen ontgaat mij. Dan begint hij mij in het Duits te verhoren. &lt;br /&gt;Waar ik vandaan kom.  Of ik soldaat geweest ben. Hoe oud ik ben.&lt;br /&gt;Ik vertel dat ik uit Holland kom. Dat ik 20 jaar ben. Nooit soldaat geweest.&lt;br /&gt;De volgende vraag is of ik vrijwillig of onvrijwillig in dit land terechtkwam.&lt;br /&gt;“Dass letzte”: {het laatste} antwoord ik naar waarheid.&lt;br /&gt;“Goed”: besluit de officier. “Vannacht moet je op wacht staan.&lt;br /&gt;Je zult moeten zorgen dat niemand iets wegneemt of vernietigt.&lt;br /&gt;Niemand mag worden toegelaten. Niets mag beschadigd worden! “&lt;br /&gt;Ik zeg het gebruik van het geweer niet te kennen. &lt;br /&gt;Het antwoord luidt: “Dat is niet belangrijk.”&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als mijn vrienden mij te kennen geven hen te volgen roept de officier mij nog na, dat ik met mijn leven borg sta &lt;br /&gt;tot het daglicht weder keert. We lopen de straat in. Daar krijg ik les in het maken van dreigende gebaren met &lt;br /&gt;het geweer. Ze vertellen dat ik bij het naderen van plunderaars * Stoy *  moet roepen en meteen op hen richten. &lt;br /&gt;Bij de ingang van een winkel zetten ze een berenmuts op mijn hoofd. Een geëmailleerde speld aan de voorkant. &lt;br /&gt;Op rood een zilveren hamer en sikkel. Dan verdwijnen ze in het duister. De hoek om. Daar sta ik dan.&lt;br /&gt;Voel me gelijkertijd vereerd en niet op mijn gemak. Meer dan een uur gebeurt er niets.&lt;br /&gt;In de verte is de hemel rood. Soms knallen er schoten.Twee soldaten komen mijn kant op. Ze komen met een stroom Russische klanken. Woorden die ik niet versta. Duidelijk geven ze te kennen niet te zullen stoppen &lt;br /&gt;voordat ze binnen zijn. Ik reageer niet zichtbaar maar blijf staan. Ze beginnen smadelijke opmerkingen te maken.&lt;br /&gt;Vloeken en schelden versta ik in vele talen.Ook in het Russisch klinken ze me bekend.&lt;br /&gt;Dan blaast er één zijn walgelijke wodka adem in het gezicht. De andere geeft mij een duw. Ik voel mij bedreigd.&lt;br /&gt;Richt het geweer op hen en roep: “Stoy!” {Halt}.Tot mijn verwondering druipen ze af.&lt;br /&gt;Ik schrijf het toe aan de macht van het teken op de rode band om mijn arm.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Diezelfde nacht word ik nog een paar keer bedreigd. Nu richt ik ogenblikkelijk het geweer. &lt;br /&gt;Een soldaat probeert met mij te praten. Ik denk dat hij het gevoel krijgt tegen een dove te praten. &lt;br /&gt;Hij verdwijnt. Als het begint te dagen ben ik steenkoud en hongerig.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De soldaat die mij towaris {kameraad} noemt komt mij halen.  Hij neemt me mee naar een grote schuur. &lt;br /&gt;Langs de wanden liggen balen geperst stro. Ze zijn als een soort bedbanken in gebruik. Onder de vreemdste bedekkingen liggen en soldaten op te slapen. Gordijnen. Lappen stof. &lt;br /&gt;Waarschijnlijk zo voor de ramen van de huizen vandaan gehaald.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Midden in de schuur staat een grote wasketel te dampen. &lt;br /&gt;In een kring eromheen een tiental soldaten. &lt;br /&gt;Een speelt de keukenprinses. Hij deelt de schalen uit. Vult ze met &lt;br /&gt;een dikke, heerlijk ruikende groenteschoep. Er drijft veel vlees in. &lt;br /&gt;Ik denk aan mijn paard. Best mogelijk dat, wat ik nu eet, gisteren met&lt;br /&gt;mij reisde in deze beangstigende wereld. De soep is op. &lt;br /&gt;Ik word bij de officier     gebracht. Moet mijn geweer inleveren.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;“Du bist frei! “ :   krijg ik te horen. Ik moet me klaar houden om met &lt;br /&gt;een grote groep burgers en soldaten naar Breslau te vertrekken. &lt;br /&gt;Word ingeschreven in een boek.  Mijn rode armband moet ik inleveren.&lt;br /&gt;Ik krijg een kaart waarop in het Russisch mijn naam en domicilie staat. &lt;br /&gt;Het is mijn Ausweiss. [legitimatie] &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik ga terug naar de strobalen. Zoek er een paar die vrij zijn. De gordijnen van een eerdere slaper liggen er nog op. Niemand let op mij. “Zal ik weggaan?” Dan overweeg ik dat het onder deze omstandigheden het veiligst is in het hol van de leeuw. Hier kunnen de moordcommando’s van de terugtrekkende Duitsers mij niet overvallen. &lt;br /&gt;Dit is een vooruitgeschoven tankeenheid. Plus een eenheid infanteriesoldaten. Rondom het dorp staan wachtposten. De panzerwagens staan in een halve cirkel om de boerderij. &lt;br /&gt;De mannen die ik binnen zie zijn bijna de hele sterkte. Nu er geen keus is lijkt het mij &lt;br /&gt;het beste om te gaan slapen. Ik trek de groene gordijnen over mij heen. &lt;br /&gt;Al gauw word ik warmer. Het behaaglijke gevoel, dat het geurende stro bij mij oproept, &lt;br /&gt;doet mij denken aan mijn kinderjaren. Thuis.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En dan is eindelijk  de reis terug naar Holland begonnen.&lt;br /&gt;Een lange rij gesloten goederenwagens  getrokken door een stoomlocomotief brengt ons &lt;br /&gt;met horten en stoten oostwaarts. Dwars door Polen, de Bukowina, Rusland naar Odessa. &lt;br /&gt;Vaak is er oponthoud. We worden een aantal weken in een complex in Czernowitz, &lt;br /&gt;later ergens in een sanatorium in het dorpje Lustdorf bij Odessa ondergebracht.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op de vierde mei 1945 varen we met het &lt;br /&gt;schip Monowai de haven uit richting Marseille.&lt;br /&gt;We zijn er feestelijk onthaald.&lt;br /&gt;De dag na aankomst staat er een trein klaar.&lt;br /&gt;Eindelijk een gewone passagierstrein. In Roosendaal &lt;br /&gt;worden we verdeeld. Legerauto`s brengen ons naar &lt;br /&gt;Waalwijk en omliggende plaatsen. &lt;br /&gt;Naar Noordholland mogen we nog niet.  &lt;br /&gt;In Waalwijk ben ik een poosje gastvrij opgevangen &lt;br /&gt;door een echtpaar dat op de St-Chrispijnstraat woonde.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De 8ste Mei 1945 hebben Duitsland en zijn Europese bondgenoten zich dan wel overgegeven.&lt;br /&gt;Japan doet dat pas op de 15 augustus 1945.&lt;br /&gt;---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;Op 14 juni 1945 , mijn 21ste verjaardag, zit ik in de trein. Onderweg naar Amsterdam.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bij aankomst op het Centraalstation neem ik de tram naar het Haarlemmermeer -station. &lt;br /&gt;Daar vandaan het stoomtreintje naar Aalsmeer. Daar besluit ik impulsief, &lt;br /&gt;bij een oom en tante in het dorp te vragen om onderdak.  Dat blijkt geen probleem. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nu na de bevrijding. Op deze 14de juni 1945.Toen ik op 1 juli 1943 vroeg om bij hen te mogen onder duiken, &lt;br /&gt;durfden ze het niet aan. Mijn oom en tante in Leimuiden wel. Zij gaven mij de gelegendheid om bij hen &lt;br /&gt;onder te duiken. Er was in de bezetting uiteraard een groot gevaar aan verbonden, om onderduikers te herbergen. &lt;br /&gt;Maar het is al avond als ik er aankom en naar Leimuiden is een heel eind lopen. Ik heb er toch een dubbeld &lt;br /&gt;gevoel bij. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;.Uiteindelijk kwam ik dan toch weer in zaandam.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Om geld te verdienen had ik een handeltje in gladiolen . &lt;br /&gt;Op een gehuurde bakfiets trapte ik naar Heiloo. &lt;br /&gt;Daar kon je er net zoveel voor een schijntje kopen &lt;br /&gt;als je maar wilde.Tussen door werkte ik op wat kermissen.  &lt;br /&gt;Knapte  tuinen van particulieren op.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Eind juni 1945 ben ik dus weer ( thuis ) gekomen.&lt;br /&gt;Overal in de Zaan waren bevrijdingsfeesten. Gewoon op straten en pleinen.&lt;br /&gt;Als in een roes vervlogen die dagen. Ieder feest dat ik behappen kon vierde ik mee.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na de kapitulatie van Japan werd er op de Burcht in Zaandam de hele dag en de hele nacht gefeest.&lt;br /&gt;Tegen middernacht stroomde het van de regen. Alle dansers doken in portieken. &lt;br /&gt;Hopende dat het droger zou worden. Maar ik was door het dolle heen. Wilde alleen maar dansen ! &lt;br /&gt;Ging alle schuilenden langs. Dansen ?  Na een aantal vergeefse pogingen liet een meisje zich verleiden. &lt;br /&gt;Samen dansten we in de neerstortende regen op het verlaten plein. De muziek schalde gewoon door.&lt;br /&gt;In die nacht van de 16de op 17de augustus 1945 ontstond de liefde tussen mij en haar.&lt;br /&gt;Aarzelend nog. Een pril begin. Zij was pas 18 geworden. &lt;br /&gt;Toen die nacht eindigde bracht ik haar naar het huis waar zij woonde.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Inmiddels ben ik er achter dat meisjes zich niet zo maar laten verleiden om met een jongen mee te gaan.&lt;br /&gt;Ze had mij al eerder gezien. Terwijl ik gladiolen stond te verkopen op straat. Ze waagde het met mij. &lt;br /&gt;Vandaag terwijl ik dit schrijf,  vroeg in het voorjaar &lt;br /&gt;is er nog slechts 1 dag te gaan tot onze 60 jarige huwelijkverjaardag op 9 maart.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De tijd verstreek.  We kregen 4 kinderen. 12 kleinkinderen.&lt;br /&gt;Ergens tussen - kinderjaren en trouwen  - woedde een oorlog.&lt;br /&gt;-------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;Mijn verhaal bestaat uit herinneringen.&lt;br /&gt;Wat naar boven komt drijven noem ik flarden of ontsnapping.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het huisje waar het allemaal begon stond tot 1992 nog op de dijk. Die zomer werd het gesloopt. &lt;br /&gt;Toevallig kwam ik er langs. Ik stopte om een paar stappen op de bodem van het keldertje te doen. &lt;br /&gt;Voor mijn oog verscheen het beeld van Keulse potten, gevuld met sperciebonen, rode kool en dergelijke, &lt;br /&gt;waarop een doek, een plankje, een stuk basalt, om de wintervoorraad  onder het zoute water te houden. &lt;br /&gt;Iets neemt je mee naar je kinderjaren.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Lang daarvoor werd het meer leeggemalen. Mijn grootouders kwamen vanachter de grote rivieren &lt;br /&gt;om de polderdijken te maken. Mijn vader is in de polder geboren. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik behoorde tot de derde  generatie dijkbewoners. Een kind kent geen zorgen (als het goed is).&lt;br /&gt;Tot de dag dat ik naar school moest leefde ik als een gelukkig mensenkind.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik ga een stap terug in de tijd. in 1939 verhuisden mijn ouders.  Wij hadden een vrachtscheepje type "   Westlander     ".                                                                                         &lt;br /&gt;Ons hele hebben en houden werd ingeladen. We zeilden er mee naar &lt;br /&gt;de Zaan.Mijn moeder had een huis gehuurd . In de fabrieken was werk &lt;br /&gt;en een toekomst voor de kinderen. Het waren volop de crisisjaren. &lt;br /&gt;In de polder was schraalhans keukenmeester. &lt;br /&gt;Zo kwam ik, tegen mijn zin, in een elkaar snel opvolgende reeks fabrieken. &lt;br /&gt;Noem maar op. Albert Heijn, Hille, Verkade, Pieter Schoen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Toen de legers van Hitler op de 10de Mei 1940 ons land binnen trokken &lt;br /&gt;was ik 15 jaar.  9 maanden later, ik was inmiddels 16 en aan het werk in &lt;br /&gt;de verffabriek van Pieter Schoen, brak als protest tegen &lt;br /&gt;de joden vervolging, de Februaristaking uit. {25 en 26 Februari }. &lt;br /&gt;Ik staakte het werk, zoals iedereen en liep de fabriekspoort uit.&lt;br /&gt;-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;Na die vreemde dagen in februari 1941 zwierf ik dus wat rond. &lt;br /&gt;Op het arbeidsbureau hing die affice, met de mededeling dat er een opleiding als binnenschipper was. &lt;br /&gt;Om in aanmerking te komen moest je jonger dan 18 jaar zijn. Zo kwam ik In Maart `41 terecht in dat schippersinternaat.&lt;br /&gt;Tot eind December 1941 heb ik daar een mooie tijd meegemaakt. &lt;br /&gt;De school bemidddelde voor een baan.  Dat werd bij Piet Sjoerdsma. Hij had en tjalk van 86 ton. &lt;br /&gt;Een echte zeiltjalk. Zo` n Groningertjalk.. Op de naamplank stond * Johanna  * Sneek . &lt;br /&gt;Ik vond het een prachtig schip. Toen ik met mijn plunjezak op &lt;br /&gt;mijn schouder in Zwolle aan de Diezekade arriveerde zag ik hem &lt;br /&gt;meteen. Hij lag derde breedte. Buitenop. Tegen de wal lag een aak. &lt;br /&gt;Daarnaast een steilsteven. &lt;br /&gt;Ik ging  aan boord en maakte meteen kennis met de man die &lt;br /&gt;ongeveer een half jaar mijn schipper zou zijn. Hij was een jaar of 40.&lt;br /&gt;Het leek me geen beroerde vent. Hij stelde me meteen voor aan &lt;br /&gt;de buurman. "Mijn nieuwe stuurman": zei hij. &lt;br /&gt;Het klonk oprecht. Ik voelde mij gestreeld. Over een stuurwiel &lt;br /&gt;beschikte  het schip uiteraard niet.  Het was een gewone&lt;br /&gt;&gt;draaioverboord&lt; Een helmstok of helmhout dus. &lt;br /&gt;De volgende dag waren we aan de reis en vertrokken leeg &lt;br /&gt;naar Smilde. Om aardappelen te gaan laden voor Middenmeer in &lt;br /&gt;de Wieringermeerpolder. Eerst maakten we nog vast bij de *Oude Veenhoop *   in de Smilde.&lt;br /&gt;Een beetje bij de mensen, want onze laadsteiger op het Oranjekanaal &lt;br /&gt;lag nogal in de rimboe.En het begon te vriezen. Achteraf bleek dat verstandig.&lt;br /&gt;We raakten de eerste dag ingevroren. Drie maanden lang. Tot 28 maart 1942 toe.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voor mij was het een leuke tijd. Voor mijn schipper niet. Hij verdiende geen stuiver.&lt;br /&gt;Er lagen nogal wat schepen ingevroren daar. Ik was bevriend met Henk Tingen. Die was bij zijn oom aan boord. &lt;br /&gt;We deden niet veel anders dan. Zeilen drogen, houthakken, achter de meiden aanzitten en schaatsen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Eindelijk kwam de Lente. We laadden op het Oranjekanaal de aardappelen &lt;br /&gt;en  vertrokken naar Middenmeer.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De schipper van een motorsteilsteven sleepte ons door het brokkelend ijs &lt;br /&gt;naar Meppel. Vandaar zijn we gaan zeilen.  Nadat we in Amsterdam door &lt;br /&gt;de Willemsluizen geschut waren was alles in de wind.&lt;br /&gt;Toen bleek dat zeilen heel betrekkelijk is. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vandaar heb ik het schip getrokken tot Middenmeer.  Ik zal nog eens &lt;br /&gt;uitrekenen hoeveel kilometer dat is. Toch wel 65. Jagen noemen ze het. &lt;br /&gt;Nou het tempo is hoogstens 4 km per uur. Dat doet je niet aan jagen denken. &lt;br /&gt;Een smoordiep geladen tjalk is niet vooruit te branden. In Groningen noemen ze het  ^trekken^. &lt;br /&gt;Dat klopt beter. In Hoorn had mijn schipper een kennisjewaar hij zo` beetje werk van maakte. &lt;br /&gt;Geloof het of niet. Ze heette Bontekoe. Of ze nog familie was van die met * De scheepsjongens van Bontekoe * ?  &lt;br /&gt;Wie het weet mag het zeggen.  Het resulteerde er in dat hij mij, toen we in Rotterdam lagen, &lt;br /&gt;vertelde :"Ik ga trouwen. Je zult iets anders moeten zoeken ".&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Daar stond ik dan. In een grote stad als een kat in een vreemd pakhuis.  Hij adviseerde mij nog om te gaan solliciteren &lt;br /&gt;bij de Nederrijnse Scheepvaart Maatschappij.  Dat was op de Coolsingel. &lt;br /&gt;Had ik dat maar nooit gedaan. Ik werd meteen aangenomen Daar is mij, het kunstje geflikt. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;  W.T.A.G.&lt;br /&gt;Ik kreeg geld voor een ticket  plus nog iets voor onkosten onderweg. In het Roergebied, &lt;br /&gt;in Duisburg was in het Tausendfensterhaus een kantoor van de Nederrijnse Scheepvaart.&lt;br /&gt;Daar moest ik vragen. Ze vertelden mij dat  mijn schip in Dordmund lag. &lt;br /&gt;Omdat ik toch ergens slapen moest gaven zij mij een adres waar ik kon overnachten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De volgende dag nam ik de trein naar Dordmund. Ik kreeg te horen waar mijn schip nog in reparatie was. &lt;br /&gt;In Bodenwerder aan de Weser. Tijdelijk kon ik op de WTAG 28. &lt;br /&gt;Zo kwam ik er achter dat de Nederrijnse een dochteronderneming was van de Westfälische Transport A.G. &lt;br /&gt;Een duitse rederij dus ! Ik accepteerde de tussenoplossing. Te meer daar de schipper van de  WTAG 28 &lt;br /&gt;een Ost-Fries bleek te zijn. De taal die ze spreken lijkt meer op Gronings dan op duits. &lt;br /&gt;De eerste weken dacht ik nog :" Ik zal blij zijn als ik op dat Hollandse schip ben ". Daarna kreeg ik door dat er iets niet klopte. Maar voor je zover bent dat je er conclusies uit kunt trekken, ben je wel een poosje verder. &lt;br /&gt;Als je 18 bent leer je wel snel, Maar toch alleen maar als je er met je neus opgedrukt wordt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een schip is een eiland. Hard werken. Lange dagen. Weinig tijd om aan de wal te gaan.  Een bekende kreet is &lt;br /&gt;* Je bent jong en je wilt wat *.  Het was echt niet alle dagen wroeten. Het was best ook wel eens leuk.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vooral toen de ellendeling die mijn " eerste man " was, werd opgeroepen en naar het front moest. Ik nam zijn plaats als "eerste matroos ". Een Hollandse schipperszoon , die bij zijn vader op een kempenaar voer, &lt;br /&gt;wilde daar weg. Hij kwam bij mij aan boord  als " tweede ". We kookten samen ons potje. &lt;br /&gt;Deden samen de was. En nadat ik Koos, die niet zwemmen kon, in 5 lessen de kunst had bijgebracht, &lt;br /&gt;zwommen we als het maar even kon, buitenboord.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De WTAG 28 kon 928 ton laden. Het was een sleepschip. Een zogenaamde Dordmunder.&lt;br /&gt;De ankers moesten nog met een handlier boven water gebracht worden. Met 4 ankers was dat wel eens zweten. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar ik was jong. &lt;br /&gt;In dat voorjaar van 1943 ben ik nog een keer thuis geweest. Het drong toen nog niet tot mij door dat dat helemaal niet kon. Een verloren oorlog, ja. Maar je wilt leven. En het avontuur trekt. Je moet eten.  Je leeft op een schip. Geen vrije radio. Zeker niet aan boord. Daar had je helemaal geen radio. De kranten schrijven alleen dingen die &lt;br /&gt;de moffen willen horen. Bovendien krijg je maar heel af en toe een krant te pakken. &lt;br /&gt;Ook weet je niet waar je heen moet als je het verdomd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Stilaan drong het tot mij door dat de duitsers een grenzeloze, wrede, oorlog voerden. &lt;br /&gt;Dat zij onschuldige mensen martelden ! Vermoordden ! Dat zij onschuldigen in de veroverde gebieden uit hun dorpen versleepten. Hen ondervoedt, slecht gekleed, slavenarbeid lieten verrichten.&lt;br /&gt;Hen alle bewegingsvrijheid ontnamen. Opsloten in werkkampen of concentratiekampen.Beestachtig vermoordden !&lt;br /&gt;Ik zag uitgehongerde, gevangen Russische soldaten. Hun behandeling die iedere beschrijving tart. &lt;br /&gt;Bij sommige laadplaatsen in  het Roergebied, lukte het een enkeling soms, om even aan de aandacht van de bewaking te ontsnappen. Zo lukte het mij eens, zo`n ongelukkige wat eten, het was stamppot, te geven. &lt;br /&gt;Die kiepte ik vlug in de soldatenmuts die mij ondersteboven werd voorgehouden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Water dat in de ruimen terecht kwam, hetzij door lekkage of regen moest trouwens met handpompen gelenst worden. &lt;br /&gt;Veel lading werd met open ruimen vervoerd. Dus pompen was vaak een dagtaak.&lt;br /&gt;We vervoerden erts vanuit de zeehavens. Erts naar- en kolen- vanaf het Roergebied.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;                                                                  Engelsen bombardeerden, fabrieken, &lt;br /&gt;                                                                  havens, steden beschoten met &lt;br /&gt;                                                                  jachtvliegtuigen &lt;br /&gt;                                                                                 de varende schepen.&lt;br /&gt;                                                                 &lt;br /&gt;Dat heeft menig varende het leven gekost.&lt;br /&gt;           &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tanja&lt;br /&gt;                                                                   &lt;br /&gt;Op een avond kwam zij aan boord.  ( In Dattlen ) Ze was vanuit de Ukraine&lt;br /&gt;naar Duitsland versleept.Met andere meisjes, die net als zij 16 a 17 jaar waren, &lt;br /&gt;moest ze zwaar werk doen. Lege kolenwagons naar de loswal duwen. Met een schop de, &lt;br /&gt;door de  de kraan gemorste  kolen er inscheppen. Daarna moesten de wagons met spierkracht &lt;br /&gt;van de meisjes,weer terug geduwd worden. Ze kregen weinig te eten en woonden in  bewaakte &lt;br /&gt;barakken, die achter de kolenoverslagplaats op een met prikkeldraad omheind terrein stonden.&lt;br /&gt;In gebroken duits vertelde ze mij wat de moffen in haar dorp gedaan hadden. Waar zij woonde, &lt;br /&gt;hadden zij de`maskers laten vallen. Moordend en brandend er binnen getrokken.&lt;br /&gt;De bevolking die misschien nog nuttig was om de Duitse economie &lt;br /&gt;]in stand te houden, werd weggevoerd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ze lachtte tegen mij toen ik een meerdraad vastmaakte aan een ring op de kade. &lt;br /&gt;Met 6 andere meisjes, was ze daar bezig, met de door de kolengrijper gemorste inhoud,  &lt;br /&gt;op platte spoorwagens te scheppen. De duitse voorman hield een werkpauze. &lt;br /&gt;De meisjes konden even uitrusten. &lt;br /&gt;Ze zaten op een richel en leunden vermoeid tegen een loods. Toen de zoete lucht van &lt;br /&gt;droogkokende aardappels in mijn neus drong, maakte ik dat ik bij mijn fornuis kwam, om mijn middagmaal te redden. &lt;br /&gt;Toen ik even later door een patrijspoort naar buiten keek, zag ik haar aan de waterkant staan. &lt;br /&gt;Ze keek indringend naar binnen. Ik ging aan dek en vroeg : " Wass willst Du ". &lt;br /&gt;"Ich habe hunger " : zei ze.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het smoeselige jurkje dat zij aan had leek meer op een jute zak.&lt;br /&gt;Haar blote benen verdwenen in hoge schoenen die minstens 2 maten &lt;br /&gt;te groot waren.Een aandoenlijk, bleek gezichtje, van waaruit holle blauwe ogen &lt;br /&gt;mij aanstaarden. Haar hele verschijning verraste mij : "Ich hole Dir was ".&lt;br /&gt;Ik smeerde een paar sneden brood. Deed er margarine en jam ( marmelade ) op.&lt;br /&gt;Terwijl ze het aanpakte zei ze : " Heute abend komm ich zu Dir. Gut ? " . &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;s` Avonds, toen we op korte afstand van de wal voor anker lagen, stond ze er. &lt;br /&gt;Met de roeiboot haalde ik haar aan boord. Ze vertelde, &lt;br /&gt;in gebroken duits, over een smal pad tussen de loodsen. &lt;br /&gt;Daardoor was het mogelijk, ongemerkt, van de barak,  &lt;br /&gt;waar ze gevangen werden gehouden, naar de waterkant te komen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nadat we de koffie met koek op hadden begon ze zich uit te kleden.&lt;br /&gt;Ik dacht eerst nog dat ze wilde gaan zwemmen. &lt;br /&gt;Wat zeker tot de mogelijkheden hoorde. &lt;br /&gt;Het was nog volop zomer ! Maar ze kwam naakt op mijn knieèn zitten.&lt;br /&gt;Toen ik haar duidelijk maakte, dat er niet voor het eten betaald hoefde te worden, &lt;br /&gt;begon ze te huilen. Dat mijn : "Ziehe Dich an " ( kleed je aan ) , &lt;br /&gt;haar vernedering aan het licht bracht, drong niet tot mij door.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik lijk altijd wel pannekoeken te moeten bakken in kritieke situaties.&lt;br /&gt;Zo ook toen. We bakten ze samen. Het werd bloedheet in de roef. Wat wil je. &lt;br /&gt;Met een kolenfornuis. Midden in zomer.&lt;br /&gt;Omdat het zaterdagavond was en we pas `s maandags moesten varen, &lt;br /&gt;bleef ze tot zondagavond.Toen ik haar naar de wal bracht en meeliep tot de barak, &lt;br /&gt;kon ze zonder problemen naar binnen glippen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ze was nog geen 17.Op een dag waren de duitsers gekomen. &lt;br /&gt;De meisjes en jonge vrouwen werden apart weggevoerd. De mannen dood geschoten.&lt;br /&gt;Waar haar moeder gebleven was wist ze niet.&lt;br /&gt;Het was een half jaar geleden. In de winter van 1942 op 1943. Ze heeft geprobeerd uit te leggen wat haar overkomen was.&lt;br /&gt;Zij leerde mij russische woorden en zinnen. Ze was lief. &lt;br /&gt;Op een bijzondere manier. Toen ik een maand later in diezelfde haven laden moest, was ze er niet meer. &lt;br /&gt;Nu liepen andere meisjes en vrouwen dat werk te doen.&lt;br /&gt;Het onbestaanbare sprookje, voor mij dan toch, was afgelopen. Ik heb haar nooit weer gezien.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Om terug te komen op die eerste julidag 1943.&lt;br /&gt;Ik ben dus  in Zwolle uit de trein gestapt. Eerst dacht ik er nog over om op een bank te blijven slapen.&lt;br /&gt;De trein ging niet verder. Er is echter het onzichtbaar gevaar. De moffen kunnen de  trein doorzoeken.&lt;br /&gt;En hoe moet ik dan verklaren dat ik in Zwolle ben en niet in Zaandam. Daar moest ik volgens het schema zijn. &lt;br /&gt;Er is iets mis gegaan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik wilde in Groningen onderduiken. De moffen zijn erg wantrouwig geworden. Dat de Hollanders trouwe vazallen &lt;br /&gt;zullen zijn hebben Hitler en zijn trawanten wel niet meer geloofd. Er zijn er teveel die niet in duitsland willen werken. &lt;br /&gt;Nu, in de zomer van 1943, zet hun propagandamachine alles in het werk, &lt;br /&gt;om argelozen voor hun karretje te spannen. Nu is bijna iedere duitser op de een of andere manier soldaat.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zelfs het station van Groningen is er van vergeven. Dat ik daar ondanks dat uitstapte had een andere reden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar nu loop ik in Zwolle op een onverlicht stationsplein. De straten lijken uitgestorven. &lt;br /&gt;Bij het verlaten van het plein probeer ik de omgeving in mij op te nemen. Ik weet niet waarheen te gaan. &lt;br /&gt;Mijn aarzelende gang moet de aandacht getrokken hebben. &lt;br /&gt;De schaduw die zich van een boom losmaakt blijkt een man te zijn.&lt;br /&gt;"Goeden avond " ; klinkt zijn stem wat hees. Het is een oudere man. "Ook goeienavond "; antwoord ik.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;"Zoek je een hotel ". Mijn argwaan vermindert.&lt;br /&gt;"Nou nee, maar de trein gaar niet verder. Ik moet naar Amsterdam ". &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;"Ben je onderduiker ". Ik besluit de man te vertrouwen.&lt;br /&gt;"Nee, ik vaar op een vrachtschip in Duitsland. Ik heb een paar vrije dagen ".&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;"Wil je onderduiken " . Hij spreekt op fluistertoon. " Willen, ja, willen wel ". &lt;br /&gt;Onwillekeurig begin ik zelf ook zachter te praten ofschoon er op het verlaten pleintje niemand te zien is.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;"Vannacht kan ik je wel aan een slaapplaats helpen. Morgen zien we wel weer. &lt;br /&gt;Stap een beetje door. Dat valt minder op ": laat hij er op volgen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik schat mijn redder in de nood tegen de 50. Er gaat iets vertouwenwekkends van hem uit.&lt;br /&gt;Zonder te praten lopen we door de verduisterde straten van Zwolle.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ineens stopt hij, opent een deur en zegt; "Kom maar achter mij aan ". Een klein gangetje. &lt;br /&gt;In de keuken het schijnsel van een kaars.  De woonkamer gelig verlicht door een grote, hangende petroleum lamp.&lt;br /&gt;Aan de tafel een tengere vrouw met een vriendelijk gezicht.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;"Ik heb een gast meegenomen van het station ".&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;"Pak een stoel "; zegt ze ; "Ik zal wat eten voor je klaar maken. je zult wel trek hebben ".&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;"Doe je jas maar uit " ; zegt de man, "Ik moet nog even weg ".&lt;br /&gt;Als hij weg is doe ik een stapel boterhammmen alle eer aan. Dan vraagt ze : "Hoe is het daar ".&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik vertel haar zonder schroom over de beschietingen. De bombardementen. Mijn angsten.&lt;br /&gt;Ik vaar op een groot schip als knecht. Matroos, noemen ze dat daar. Eerst nog met een andere matroos. &lt;br /&gt;Dat was een Duitser. Echt een rot vent. Op een dag heeft hij mij het vooronder in geslagen. &lt;br /&gt;Omdat ik niet ondedanig genoeg was. Hij was sterker dan ik. Wat moet je dan. &lt;br /&gt;Later hebben ze hem naar het Oostfront gestuurd. Als soldaat. Volgens mij was het een bandiet.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nu vaar ik samen met een Hollandse jongen. Die is aan boord gebleven. Terwijl ik dit vertel, bedenk ik, dat wildvreemde mensen een levensgroot risico nemen, om een onbekende te helpen onderduiken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;`k Ga door en vertel dat we eens in de buurt van Bergeshòvede lagen om te overnachten.&lt;br /&gt;Dat is een dorpje op de spitsing van het Mittelland-kanaal en het Dortmund-Eemskanaal.&lt;br /&gt;Door de schuinaflopende oever moest je, om aan de wal te komen de roeiboot gebruiken.&lt;br /&gt;Op het schip achter ons voer een jongen die ik kende. Hij woonde met zijn vrouw en drie kinderen op het voorschip. &lt;br /&gt;Daar waren onderdeks 2 slaapkamers en aan dek een roefje. Het was te leven. Hij was een Groninger. &lt;br /&gt;Uit, zoals ze dat in Groningerland zeggen, *de stad*! Ik was er `s  avonds aan boord. Voor wat gezelligheid.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Die nacht. Zoals zo vaak. Klonk van ergens over land een sirene. Luchtalarm ! Viegtuigen in aantocht. Ik ben uit bed gegaan. Niet dat het veiliger is. Maar bombardements-vliegtuigen boven je hoofd is altijd een angstig gehoor.&lt;br /&gt;Ik had al vaker bombardementen meegemaakt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ineens werd het geluid sterker. De hele omgeving werd verlicht door een lichtkogel. &lt;br /&gt;Hij daalde langzaam aan een parachute. De hele omgeving was verlicht. &lt;br /&gt;Daarna vielen de bommen. Ons schip werd van de meerdraden losgerukt. &lt;br /&gt;Er was een bom op de kanaalbodem terecht gekomen. &lt;br /&gt;Waarschijnlijk met de bedoeling om de dijken te vernielen en zo het kanaal onbruikbaar te maken. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een bom heeft dat schip getroffen. &lt;br /&gt;Het is er niet eens erg diep.Het roefje kwam maar net onder water.&lt;br /&gt;Het was toevallig een dieper stukje van het kanaal. Anders was er misschien niets gebeurd.&lt;br /&gt;De bom is in het middelste laadruim gevallen.  De roefdeur klemde, of het slot wilde niet open. &lt;br /&gt;Ze zijn alle 5 verdronken. We hadden die avond over onderduiken gepraat. &lt;br /&gt;"Ga naar mijn ouders" ; zei hij en gaf het adres. "Doe ze de groeten als je er ooit komt ".&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vanmorgen ben ik op het station van Groningen uit de trein gestapt.  Om te vertellen wat hun zoon, &lt;br /&gt;schoondochter en 3 kleinkinderen overkomen was. Om te vragen of zij mij aan een onderduikadres konden helpen.&lt;br /&gt;Maar ik durfde de stad niet in. Het station was vergeven van de Duitse millitairen.&lt;br /&gt;Even later ben ik dan maar weer op de trein gestapt.&lt;br /&gt;........................................................................................................&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;"Toen ik hier het station verliet ontmoette ik uw man " Ze komt naar mij toe en legt haar hand op mijn hoofd.&lt;br /&gt;"Ik zal even een kop koffie voor je maken en wijzen waar je slapen kunt.&lt;br /&gt;Ik denk dat het morgen vroeg dag zal zijn "; zegt ze.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik heb de naam van de vrouw en de man, die mij in Zwolle in staat stelden om onder te duiken, nooit geweten &lt;br /&gt;en weet het nog niet. Hetzelfde geldt voor de chauffeur die mij de volgende morgen naar een boerderij bracht. &lt;br /&gt;Bij alles wat gezegd of gedaan werd was iedereen op zijn hoede. Hoe had ik kunnen vertellen dat er nog een &lt;br /&gt;hoogst dringende reden was, waarom ik in ieder geval zo snel mogelijk moest onderduiken. &lt;br /&gt;Die geen uitstel kon verdragen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In Munster. Voor de sluis.&lt;br /&gt;Daar hadden ze me te pakken genomen. &lt;br /&gt;Zeg maar, belazerd. We lagen te wachten op de volgende schutting. &lt;br /&gt;Er kwam een boot van de wasserschutz-polizei langszij.&lt;br /&gt;Ik ben er doodgewoon ingestonken. &lt;br /&gt;Eerst dacht ik dat ik erbij gelapt was.&lt;br /&gt;Wegens het bij een boer ruilen van kolen tegen aardappelen. &lt;br /&gt;Dat het verraden werk was.&lt;br /&gt;Dat " ruilen " vond regelmatig plaats. &lt;br /&gt;Je moest je wel de beren sjouwen om de transaktie te doen. &lt;br /&gt;Maar alleen zo had je voldoende te bikken. &lt;br /&gt;Aardappelen, worst, boter !&lt;br /&gt;Maar ze waren met smoesjes gekomen. &lt;br /&gt;Zo in de trant van; "Zou je niet liever in Holland zijn ".&lt;br /&gt;Na pascontrole ; " Zaandam, dat ligt toch dicht bij Amsterdam ".&lt;br /&gt;Ze gingen door met te vertellen dat er gebrek aan schippers was op de boten van de havenpolitie in Amsterdam. &lt;br /&gt;Wij kunnen wel een plaats op zo`n boot regelen. Toevallig hebben wij de sollicitatie formulieren bij ons op de boot.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dit was voor mij de kans waarop ik gewacht had. Waar ik in moest duiken ! Zo dacht ik. &lt;br /&gt;"Nico, laten we het samen doen ; stelde ik mijn maat voor. Maar die voelde er niet veel voor.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zijn neef ging binnenkort trouwen met een soort nichtje van hem, ergens in een dorpje aan &lt;br /&gt;de Rijn in Duitsland. Daar wilde hij graag heen. Het werd een groots feest.&lt;br /&gt;Ik weet nog dat hij een brief van zijn neef kreeg. &lt;br /&gt;"Ik ben blij dat ik blij ben, daar ben ik blij om " ; schreef hij ondermeer.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik hoefde alleen maar een paar formulieren ( gesteld in het Duits )  te ondertekenen.&lt;br /&gt;Ze zouden mij wel helpen met invullen. 3 x een handtekening. Dat was alles.&lt;br /&gt;Op het bovenste formulier stond duidelijk, Amsterdam ! De andere 2 staken er ietsje onderuit.&lt;br /&gt;14 dagen later was die brief gekomen. &lt;br /&gt;Toevallig had ik hem zelf, uit het postvak voor schippers bij het rederij-kantoor &lt;br /&gt;van de W.T.A.G. in Emden opgehaald. Gelijk met een brief van Hilde. Een vriendinnetje. &lt;br /&gt;Maar die ene brief. Daarop stond; * Stellungsbefehl *.&lt;br /&gt;Ik moest mij bij eerste gelegenheid * stellen * in Hamburg.&lt;br /&gt;Omdat ik als * vrijwilliger *  gemeld stond voor de *  Germaanse SS *.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Toen pas is er bij mij een lichtje gaan branden. &lt;br /&gt;Dat heeft de wasserschuts-polizei in Munster mij geflikt. &lt;br /&gt;Een geluk nog dat ik `s morgens die inkopen moest doen in Emden. &lt;br /&gt;Nu had ik tenminste een plan kunnen maken.&lt;br /&gt;Terug aan boord vertelde ik mijn schipper niets over die gevaarlijke brief.&lt;br /&gt;Ik vroeg hoeveel vakantiedagen op kon nemen, die ik nog te goed had.&lt;br /&gt;"Was willst Du dan. Nach Holland "?  Dat was zijn wedervraag.&lt;br /&gt;Hij voelde er niet voor. Er waren al zoveel jongens niet terug gekomen.&lt;br /&gt;Bovendien zou hij zelf in moeilijkheden komen als ik niet terug kwam.&lt;br /&gt;Er was een grote kans dat hij dan zelf in een concentratiekamp zou belanden.&lt;br /&gt;Maar hij liet zich overtuigen nadat ik hem op alle mogelijke manieren had bezworen &lt;br /&gt;terug te zullen komen. Zie wat ik allemaal aan boord achterlaat.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;3 wollen dekens. 1 koffer met kleren. 10 pakjes schag. 1 liter jenever.&lt;br /&gt;Het waren allemaal waardevolle ruilmiddelen om aan extra eten te komen.&lt;br /&gt;Gelukkig drong het niet tot hem door dat ik niet rookte.&lt;br /&gt;Dat het verlies van de schag mij verder niets betekende.&lt;br /&gt;Hij heeft mij zelfs een briefje voor het kantoor meegegeven.&lt;br /&gt;Het was maar een hulpkantoortje. in Emden.&lt;br /&gt;Ze hebben er een verlofbriefje voor mij getypt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na het nodige geloop om stempels, bij de politie, bij het distributiekantoor, bij het arbeidsbureau, &lt;br /&gt;kreeg ik de de ausweiss die nodig was op het station een kaartje te kunnen kopen. Ik kon er mee naar Holland. &lt;br /&gt;Langs een vastgelegde route. &lt;br /&gt;Op vastgelegde dagen voor heen en de terugreis.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De volgende ochtend stapte ik in Emden in de trein met de bedoeling om in de stad Groningen uit te stappen. &lt;br /&gt;Wat ik ook werkelijk deed. maar het station was vergeven van de moffen. Dus stapte ik weer in. &lt;br /&gt;Het lot zorgde er voor, dat ik, een paar uur later al, achteraf tot mijn geluk, strandde in Zwolle.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De volgende morgen wekte de vrouw mij. Tijdens het ontbijt vertelt de man dat ergens in Zwolle &lt;br /&gt;een gasgestookte vrachtauto klaar voor vertrek staat. Hij heeft geregeld dat ik mee kan rijden naar &lt;br /&gt;De Hulst aan de Dedemsvaart. &lt;br /&gt;Daar kan ik onderduiken bij een turfhandelaar.&lt;br /&gt;" Hoe lang ben ik onderweg " ; vraag ik."Dat hangt er van af. Het is ongeveer 20 km. &lt;br /&gt;Als er voldoende gas uit de vergasser komt, ongeveer een half uur.&lt;br /&gt;Het scheelt nog wel eens. Hij maakt houtgas onder het rijden. &lt;br /&gt;Het ene hout gast beter dan het andere "&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik kan me na al die jaren de details niet meer herinneren. &lt;br /&gt;Wel de spontane ontvangst in De Hulst.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De auto stopt voor een boerderij. De schauffeur gaat er naar binnen. &lt;br /&gt;Ik moet in de cabine wachten. Als hij terug komt zegt hij ; " Ga er maar heen. &lt;br /&gt;Het is etenstijd. Er is op je gerekend. Zelf kan ik niet blijven ".&lt;br /&gt;Na een korte groet rijdt hij weg.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bij het naar binnen gaan trek ik mijn klompen uit. &lt;br /&gt;Wat mij direct opvalt is de met wit zand bestrooide vloer. &lt;br /&gt;In de zandvormen herken ik bloempatronen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;4 volwassen kerels tussen de 30 en 40 jaar komen gelijk na mij binnen. &lt;br /&gt;Ze hebben geen boodschap aan de patronen in het zand. Ze schuiven er gewoon met hun klompen doorheen.&lt;br /&gt;De boerin die bij de tafel staat is kennelijk de moeder van deze mannen.&lt;br /&gt;Ze maakt geen enkele opmerking over de beschadiging van haar kunstwerk.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;" Hou je klompen maar aan hoor. Pak een stoel. Dan kun je meteen mee eten. Je bent precies op tijd".&lt;br /&gt;Ze zet een pan met dampende aardappels op de kale houten tafel. Een pan gevuld met vlees en jus staat er al. &lt;br /&gt;Borden zie ik niet. Wel vorken en lepels. Ze wacht tot de mannen zitten en spreekt staande een kort gebed.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;"Beginnen jullie alvast maar ". Ze verdwijnt naar de keuken.&lt;br /&gt;Het blijkt dat je met de vork een aardappel uit de pan moet prikken en die dopen in de juspan.&lt;br /&gt;Ook met een groot stuk vlees gaat het zo. Eigenlijk best praktisch, denk ik. Het scheelt in de afwas.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De moeder komt terug met een grote pan. Tot aan de rand gevuld. Het is dikke gortepap. Er drijven klonten in. &lt;br /&gt;Het eten gaat op dezelfde manier. Met een lepel direct uit de pan. De klonten blijken uit gedroogde appeltjes,  &lt;br /&gt;die in meelballen met inhoud omgetoverd zijn, te bestaan. Best lekker. &lt;br /&gt;Als het eten gedaan is zegt  degene die kennelijk de oudste is ; " Loop je even mee " . &lt;br /&gt;Ik volg hem over het erf. Onder het lopen verteld hij dat hij een paviljoentjalkje van 60 ton heeft.&lt;br /&gt;Het ligt als hij niets te doen heeft bij zijn moeder voor de deur. &lt;br /&gt;Hij verdient zijn brood met de turfhandel. &lt;br /&gt;Via de plank die de schuine wallekant met het zeiltjalkje overbrugt&lt;br /&gt;gaan we aan boord van het scheepje. "Kom er maar op. &lt;br /&gt;Ik zal het je laten zien " .Eenmaal in het achteronder geeft hij uitleg wat de bedoeling is.&lt;br /&gt;"Ik weet niet of het je verteld is, maar ik ben Jan Klein en vrijgezel. Jij bent onderduiker. Dat weet ik. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Jouw hulp kan ik goed gebruiken. Alleen, er is een moeilijkheid. &lt;br /&gt;Ik heb veel klanten in Ommen. Daar breng ik scheepsladingen turf aan de man.  &lt;br /&gt;Een paar bakkerijen en nogal wat burgers komen daar hun bestellingen &lt;br /&gt;aan de kade ophalen.  Maar in Ommen barst het van de moffen. &lt;br /&gt;Er is een ausweiss voor je in de maak bij de ondergrondse. &lt;br /&gt;Toch denk ik dat het veiliger is als je daar zoveel mogelijk aan boord blijft".&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Daar kan ik inkomen. Hij loopt terug naar de boerderij. &lt;br /&gt;Ik breng mijn koffer naar het vooronder. &lt;br /&gt;Op een kanaal kun je alleen maar zeilen als de wind van achteren inkomt. &lt;br /&gt;Laveren is er niet bij. Gelukkig heeft hij een opduwer Een bolkopvlet van  5 meter.&lt;br /&gt;Ik kijk naar de motor die er in staaat.  Het is een zogenaamde T Ford.&lt;br /&gt;Een benzinemotor. De accu is leeg. &lt;br /&gt;Hij laat zich gemakkelijk aanslingeren. &lt;br /&gt;Zo` n opduwer is altijd nog vele malen beter als jagen. &lt;br /&gt;Ik herinner mij de tjalk van Piet Sjoerdsma nog al te goed. Lopen met een schip &lt;br /&gt;achter mijn kont is bepaald geen liefhebberij.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik ben blij dat ik bij deze mensen terecht kan.  &lt;br /&gt;Voor een volslagen vreemde stellen zij zich in de waagschaal. &lt;br /&gt;De Duitsers nemen, als ze je te pakken krijgen, ook diegene gevangen &lt;br /&gt;die onderduikers helpt of verbergt. Als het in hun kraam te pas komt &lt;br /&gt;worden ze als represaille door de moffen doodgeschoten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De volgende dag zijn we onderweg naar het Amsterdamse Veld. &lt;br /&gt;Dat is een turfgebied in de buurt van Emmen in de provincie Drente. &lt;br /&gt;Er is bijna geen wind. De opduwer komt goed van pas. Laat in de avond &lt;br /&gt;maken we  vast bij een grote hoop turf. Een * Dagwerk *. Zo noemt mijn schipper het. Het is een bepaalde hoeveelheid turf .&lt;br /&gt;                                                               ( Een dagwerk is ongeveer 10.000 turven )&lt;br /&gt;We liggen in een van de vele smalle &lt;br /&gt;zijkanaaltjes die aftakken van het hoofdkanaal.* Wijken * worden ze genoemd. &lt;br /&gt;Net voorbij het dorp Erica.We zijn 10 sluizen opgeschut. &lt;br /&gt;Om er te komen voeren we door de Dedemsvaart, Lutterhoofdwijk, het Stieltjeskanaal en de Verlengde Hoogeveensevaart. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De Duitse grens is dichtbij.&lt;br /&gt;De volgende morgen is er al vroeg een ploegje jonge vrouwen bij het schip. &lt;br /&gt;Ze nemen de platte kruiwagens die  bij de turfhoop staan en beginnen het schip te beladen. &lt;br /&gt;Een stel is aan boord bezig om te zorgen dat er ook turf onder het mastdek komt.&lt;br /&gt;Later zetten ze een mooi muurtje om de in het ruim gestorte turf.                                                    &lt;br /&gt;In de pauze `s  die ze zo af en toe inlassen gaat Jan Klein rond met de jeneverfles.&lt;br /&gt;Volgens hem wordt er geen turf geladen als hij in de pauze`s de fles niet rond laat gaan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het is er echt de rimboe. Een en al verlatenheid, hei en struikgewas&lt;br /&gt;Met een hoog opgeladen deklast varen we dezelfde weg terug.&lt;br /&gt;Tot het dorp Dedemsvaart. Daar gaan we bakboord uit, het Ommerkanaal in. &lt;br /&gt;Als we aan de loswal in het stadje Ommen vastmaken, staat er al &lt;br /&gt;een boerenkar klaar.We beginnen direct met het afleveren van de &lt;br /&gt;eerste bestelling.Het is voor een bakker. Er zijn 2 man bij de kar.&lt;br /&gt;We sjouwen net zo lang manden turf tot de voerman zegt dat het genoeg is. &lt;br /&gt;Het aantal manden is nauwkeurig bij gehouden. De turf wordt per mand verkocht.&lt;br /&gt;De volgende dag komen er mensen met een kruiwagen turf  halen. &lt;br /&gt;Gelukkig hebben we niet alle turf zelf moeten lossen. &lt;br /&gt;Met een paar afnemers is de afspraak gemaakt dat ze zelf de turf uit het ruim halen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik loop het stadje eens in. Het krioelt er inderdaad van de moffen. Ik ga dan ook weer vlug aan boord. &lt;br /&gt;Houd Ommen voor gezien. Zo doen we een aantal reizen. Door de week wonen we samen aan boord. &lt;br /&gt;In het weekend gaat mijn schipper vaak naar zijn ouders in De Hulst.&lt;br /&gt;Op de een of andere manier kom ik door de dagen heen. Ik lees veel.Versier af en toe een meisje. &lt;br /&gt;Nogal plotseling loopt het uit de klauwen. We liggen aan het einde van een wijk in het Amsterdamse veld.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het is de laatste dag van Februari. Het kan ook de eerste dag van Maart geweest zijn.&lt;br /&gt;Het is weekend. M`n schipper is voor een paar dagen naar huis. Het is `s avonds aarde-donker in het veen. &lt;br /&gt;Ik heb een aardig meisje ontmoet. Ze woont in het enige huis in de hele omgeving. &lt;br /&gt;Het staat aan het einde van de wijk. Hoogstens 300 meter bij onze ligplaats vandaan.  &lt;br /&gt;Het is een kruising tussen een boerderij en een winkel. Aan de buitenkant is een emaille reclamebord bevestigd.&lt;br /&gt;American Petrol Compagnie. Iets van die aard staat er op. Als ik een paar liter voor onze lamp haal, helpt ze mij.&lt;br /&gt;Na wat gepraat te hebben zeg ik : &lt;br /&gt;" Kunnen we vanavond niet iets leuks gaan doen. Alleen aan boord is ook maar vervelend .&lt;br /&gt;Het is wel aarde-donker, maar ik heb een knijpkat ". Ze weet niet wat dat is. Ik vertel dat het een zaklamp is. &lt;br /&gt;Met een ingebouwde dynamo. Door telkens te knijpen draait de dynamo. Dan brandt er een lampje.&lt;br /&gt;"Ik wil wel " ;  zegt ze. "Maar ik mag `s avonds niet weg. Kom jij maar hier naar toe ".&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik vertel haar dat ik onderduiker ben en het eigenlijk wel link vind zo dichtbij de Duitse grens. Je weet maar nooit. &lt;br /&gt;M`n schipper heeft mij gewaarschuwt zo veel mogelijk aan boord te blijven. Een huis is gevaarlijker &lt;br /&gt;dan zo`n scheepje dat in het donker aan een jaagpad, dat in feite niet eens zo mag heten, afgemeerd ligt.&lt;br /&gt;"Ik kom je wel halen "; probeer ik.&lt;br /&gt;Maar ze durft niet. Ik spreek met haar af dat ik om half 8 achterom kom. &lt;br /&gt;In het pikkedonker, er is geen maan, als ik aan de achterdeur kom, staat ze buiten al op mij te wachten. &lt;br /&gt;Ze neemt mij mee naar binnen. We komen in de deel.&lt;br /&gt;Bij de achterdeur, aan de binnenkant hangt een stormlantaarn.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dat is ook meteen de enige verlichting. Net genoeg om nergens over te struikelen&lt;br /&gt;Half verscholen achter een schot staat een oude, met stof beklede bank. &lt;br /&gt;Waarschijnlijk nog niet zo lang geleden scharrelde er een varken in het stro daar achter.&lt;br /&gt;Ik ruik een mix van vers stro en droge stront.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;"Is er niemand thuis "; vraag ik.  "Ja, 2 zusters van mij, maar die zul je niet zien, die hebben al een vrijer ".&lt;br /&gt;We gaan op de bank zitten. Praten wat over niets en niemendal. Beginnen elkaar aaan te halen.&lt;br /&gt;We fluisteren meer dan we praten. Toch voel ik mij niet op mijn gemak. &lt;br /&gt;Ik hoor het geluid van een motorfiets naderbij komen. Hoor hem stoppen. Hoor luide, Duitse stemmen.&lt;br /&gt;"Ik ben erbij "; gaat er door mij heen, als de deur opengegooid wordt. &lt;br /&gt;Er komen 2 mannen in het uniform  van de Duitse Feldgendarmerie binnen. &lt;br /&gt;Herken ze aan de glinsterende, metalen plaat die als versiering op hun borst hangt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar ze lopen straal, zonder iets te zien langs ons heen. Doen een deur open. &lt;br /&gt;Even schijnt er wat licht over de deel. Dan gaat de deur dicht. &lt;br /&gt;Mijn hart gaat razend snel te keer.&lt;br /&gt;" Ik dacht dat ik hier veilig was. Heb je over mij gepraat ", vraag ik.&lt;br /&gt;Ze doet het af met " Nee, dat zijn de vrijers van mijn zusters ".&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik haal diep adem. Probeer te denken. Het meisje is wel lief. Maar mijn vrijheid is &lt;br /&gt;mij nog liever. Wat als ze zodadelijk terug komen. Als die zusters vertellen &lt;br /&gt;dat hun zusje op de deel zit te scharrelen met een onderduiker.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ze zullen toch ook niet op hun gemak zitten. Ze kunnen hier op de hei makkelijk &lt;br /&gt;om zeep gebracht worden. Wie zegt hen dat ik een onderduiker ben. Bedacht op eigen veiligheid . &lt;br /&gt;Ik kan ook een bedreiging voor hen zijn.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik besluit het zekere voor het onzekere te nemen. Ondanks haar tegenwerpingen neem ik afscheid van haar &lt;br /&gt;en zeg dat ik morgenavond weer terug kom. Niet dat ik dat van plan ben. Ik ga haastig weer aan boord.&lt;br /&gt;Zoek in het voor en achteronder mijn spullen bij elkaar. Daarna verlaat ik het schip.&lt;br /&gt;In het aardedonker loop ik het jaagpad langs tot voor in de wijk. &lt;br /&gt;In de uitsparing van een dagwerk-turf breng ik huiverend de nacht door.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik besluit het risico te nemen. Tenslotte heb ik een ausweiss. Ik ga naar Aalsmeer. Hoe ? &lt;br /&gt;Dat zal ik wel zien.&lt;br /&gt;---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;" Waarom. Dat vraag ik mijzelf steeds af -  om het uit mij vandaan te schrijven -&lt;br /&gt;de rede is niet bij machte - om het onder woorden te brengen -&lt;br /&gt;tijdens stem geven van het denken verbreken - niet te contoleren emotie`s de verbinding -&lt;br /&gt;omdat ik badend in mijn zweet nachtmerrie`s doorleefde –&lt;br /&gt;omdat het beeldend denken mij langs de afgrond voerde -&lt;br /&gt;omdat ik langs de afgrond moest - zodat de kaarten - ieder op hun plaats terecht zouden komen -&lt;br /&gt;niet dat het dan weg is - maar ik weet waar het is - op een veilige plek verborgen -&lt;br /&gt;alleen ik heb de sleutel - voor het geval - als ik het nodig heb - het is immers een belangrijk stuk van mijzelf " &lt;br /&gt;-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;Ik ben gewoon met bus, trein, bus, in Aalsmeer gekomen. Kreeg onderweg geen enkele controle. &lt;br /&gt;Mijn familie daar durfde het niet aan om mij onderdak te bieden. &lt;br /&gt;Via Kudelstaart liep ik naar Leimuiden. Daar woonde in een klein huisje ome Leen en tante Trijn . &lt;br /&gt;Het was meteen goed. Zij ruimden op de zolder, waar zij zelf ook sliepen, een hoekje voor mij in.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De ondergrondse in Leimuiden zorgde voor een nieuwe ausweiss.  Vals uiteraard. &lt;br /&gt;Ze zorgden voor levensmiddelenbonnen. Zonder bonnen kon je geen eten kopen.&lt;br /&gt;Ik vond werk bij een bloemkweker aan de  Heerenweg.&lt;br /&gt;Vanwege een razzia in Leimuiden vluchtte ik naar Aalsmeer.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Daar kwam ik Karel Fer tegen Hij nam me mee naar zijn ouders. &lt;br /&gt;Zij woonden in het huis dat pal aan de bloemenveiling grensde. &lt;br /&gt;Nu is daar de TV studio van Joop van der Ende gevestigd. &lt;br /&gt;Zoals al gezegd. Het was gevaarlijk een onderduiker in huis te nemen.&lt;br /&gt;Maar na een pleidooi van Karel en zijn zus gaven zij mij onderdak.&lt;br /&gt;---------------------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;De 10de Juni 1944 werd ik dus gevangen genomen door landwachters.&lt;br /&gt;----------------------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;Vanuit  Amersfoort werden tussen September 1943 en Augustus 1944 in totaal 11.968  " contractbrekers "in Duitsland * &lt;br /&gt;te werk gesteld * . Volgens bevindingen van B.A.Sijes in zijn boek *  De Arbeidsinzet *.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wie niet naar het werk in Duitsland terugkeerde werd als  contractbreker beschouwd. Waar zij werden &lt;br /&gt;* gevonden *  werden zij gevangen genomen en naar  een Arbeits Erziehungs Lager in Duitsland overgebracht.&lt;br /&gt;Het waren in feite concentratiekampen onder beheer van de Gestapo en bewaakt door SS ers.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De Gestapo in Munster meldt in Mei 1943 : " gemiddeld 300 contractbrekers per maand " . &lt;br /&gt;Volgens de chef van de { Sipo + SD } Kaltenbrunner, in een brief { mei 1944 }  &lt;br /&gt;aan Rauter, die de hoogste SS baasin Nederland was &lt;br /&gt;waren--Die arbeits-bedingungen fur die insassen van A.E.Lager in algemeinen harter wie in ein Koncentrationslager....................&lt;br /&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&gt;&lt;br /&gt;Niets is bedriegelijker als de herinnering. Daarvan ben ik mij bewust. &lt;br /&gt;Vaak duik ik in mijn notities om het tijdstip en het tijdsbeeld te vormen.&lt;br /&gt;Ik kan het mij niet herinneren, dat ze het gezegd heeft, maar lees dan bijvoorbeeld in een schrift uit 1962 .&lt;br /&gt;19 jaar was ik. Had dus een behoorlijke spijsvertering. Moeder Fer zei tegen mij :&lt;br /&gt;" Je moet maar niet gaan zwemmen, want dan ga je teveel eten ".   { Eten was schaars }.&lt;br /&gt;Ik ging natuurlijk toch zwemmen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Even een gedichtje dat ontstond als herinnering aan die nachten toen &lt;br /&gt;ik * land over zand * op de vlucht was in het vijandige duitse land. Kaarten had ik niet. &lt;br /&gt;Bovendien moest ik mij verschuilen voor iedere bewoner van dat land.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De nachtelijke hemel - waaraan de Kleine Beer – &lt;br /&gt;oproept het ver verleden en brengt het heden weer – &lt;br /&gt;doet mij eventjes vertoeven - stilstaan in de tijd – &lt;br /&gt;niet meer te vluchten hoeven - ik voel mij nog steeds bevrijd&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;`s Nachts liep ik op de Poolster. De staartster van de Kleine Beer.&lt;br /&gt;Je kunt hem vinden, door afstand tussen de 2 buitenste sterren, van &lt;br /&gt;de steelpan die door Grote Beer gevormd wordt, 5 x, denkbeeldig, &lt;br /&gt;met zichzelf te verlengen.  Daar is de Poolster. * Polaris *&lt;br /&gt;----------------------------------------------------------&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na een verblijf van 14 dagen zijn we dus met 286 man op mars gegaan naar het station van Amersfoort.&lt;br /&gt;Daar stond de trein die ons naar Leipzig zou brengen. Uiteraard onder bewaking. &lt;br /&gt;Het leek aanvankelijk op een heel gewone passagierstrein.  Maar de ramen konden niet open. De deuren zaten op slot. &lt;br /&gt;Aan het einde en begin van iedere wagon bevonden zich de gewapende bewakers.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Half februari 1945 liep ik zonder vrienden maar verlost van mijn &lt;br /&gt;vijanden, over de besneeuwde wegen van Schlesiën. Duitsland &lt;br /&gt;Ergens in de driehoek Brieg, Breslau, Oels. Uiteindelijk kwam ik terecht in Oels.&lt;br /&gt;Nu ligt dat in Polen en heet het Olesnica.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik trof er honderden bevrijdde mensen aan. Ze bivakkeerden in de verlaten woningen van het stadje. &lt;br /&gt;Het was een chaotische ongeorganiseerde verzameling mensen. Hoe kon het ook anders. &lt;br /&gt;Het was volop oorlog.We zaten 25 km achter een frontlijn die nog in beweging was.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De dorpen waar ik door trok voordat ik in Oels arriveerde waren leeg. &lt;br /&gt;Verlaten door de oorspronkelijke bewoners. Hier en daar was een groot huis of gebouw &lt;br /&gt;ingericht als veldhospitaal voor Russische frontsoldaten. Als ik een huis binnen ging om naar eten te zoeken werd ik &lt;br /&gt;dikwijls geconfronteerd met dode lichamen. Op een keer waren het er zeker 25. Ze lagen keurig uitgestrekt onder een laken.&lt;br /&gt;Hoelang mijn verblijf in Oels duurde heeft zich aan mijn herinnering ontrokken. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In Oels staat een kasteel van de Duitse keizer Wilhelm. Daar ben ik op een dag eens een kijkje gaan nemen. &lt;br /&gt;Ik kwam terecht in een opslagkamer vol met kinderspeelgoed. Keizerlijk speelgoed. Dat kon je wel zien. &lt;br /&gt;Een en al onbetaalbaar. Van een grote babypop met pijpenkrullen nam ik de kop mee.&lt;br /&gt;Plus een koffertje dat gevuld was met het luxe onder- en bovengoed van die pop&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op een dag zijn we lopend, onder Russische begeleiding, met een grote groep op weg &lt;br /&gt;gegaan naar Breslau. Een goederentrein waarvan de wagens heel provisorisch geschikt &lt;br /&gt;waren gemaakt om mensen te vervoeren stond klaar. Daarmee zijn we naar Rusland &lt;br /&gt;vertrokken. Er waren geen stoelen of banken.Wel een soort tussendek aan weerskanten &lt;br /&gt;van de schuifdeuren. Hierdoor ontstonden er 2 lagen. Dat gaf meer ruimte. &lt;br /&gt;Er lag stro in. Om op te slapen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als de trein stopte werd er op vrij regelmatige tijden eten verstrekt. Er hing een &lt;br /&gt;keukenwagen aan de trein. &lt;br /&gt;Honger heb ik niet gehad tijdens de reis, die wel niet leek te willen eindigen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik sleepte 2 grote koffers met mij mee waarvan de ene vol met handdoeken en bankbiljetten. &lt;br /&gt;Amerikaanse dollars en Duitse Marken. In een dorp waar ik doorheen trok was een ingestort bankgebouw. &lt;br /&gt;Ik ging ernaar binnen en kon zo de kluis in. Met een flink aantal bundels kwam ik eruit. Een vermogen. &lt;br /&gt;Daar heb ik Czernowice en Odessa op de zwarte markt nog veel plezier van gehad. &lt;br /&gt;Alhoewel. &lt;br /&gt;Die Duitse Marken. Daar had ik niet veel vertrouwen in.&lt;br /&gt;De meeste heb ik dan ook gebruikt om mijn kont mee af te vegen. &lt;br /&gt;Papier was lang niet altijd voorhanden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat zou ik over die treinreis nog meer kunnen vertellen. &lt;br /&gt;In de dorpjes waar we onderweg oponthoud hadden kwamen vrouwen en kinderen &lt;br /&gt;van alles aanbieden. Kopen of ruilen. Op een dag ruilde ik in zo’n plaatsje mijn poppenkop + kleertjes&lt;br /&gt;voor 50 gekookte eieren. De volgende dag had ik pijn in mijn buik. Voelde ik mij beroerd. &lt;br /&gt;Achteraf niet te verwonderen. Ik had 25 eieren opgegeten.Aan de trein hingen ook platte wagens. &lt;br /&gt;Op een ervan lag een Duitse Stuka. Een sturzkampflugzeug. Dat was een duikbommenwerper.&lt;br /&gt;De vleugels waren er af. Die ene keer in mijn leven onderweg in een vliegtuig was &lt;br /&gt;een onvergetelijke sensatie. Vanachter de plexiglazen koepel kon ik &lt;br /&gt;hoog en droog het landschap overzien.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Gedurende die treinreis van Breslau naar Czernowice heb ik &lt;br /&gt;al mijn dagen door gebracht in de cockpit. De nachten sliep &lt;br /&gt;ik net als alle anderen in een wagon. In het stro op de houten &lt;br /&gt;vloer. Ik moest wel iedere keer opnieuw een plaatsje afdwingen . &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik had al gauw door dat een wagon met vrouwen een grotere kans gaf. &lt;br /&gt;De moeilijkheid was de oudere vrouwen te omzeilen. De moeders! Die waakten als leeuwen.&lt;br /&gt;De dochters waren dus vriendelijker voor mij. Verstaan deed ik ze niet.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Soms kwam ik terecht bij Roemeense jodinnen die uit het concentratiekamp Auswitz bevrijd waren. &lt;br /&gt;Sommige afschuwelijk verminkt. Slachtoffers van een medisch experiment. &lt;br /&gt;Die hun handen niet meer konden gebruiken. Ze zaten vastgegroeid in hun borsten.&lt;br /&gt;Ze hadden hun gestreepte pak nog aan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Onder iedere omstandigheid blijken moeders te vechten voor de eerbaarheid van hun dochters. &lt;br /&gt;Nu, van mij hadden ze niets te duchten. Ik was nog steeds bezig te overleven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Uiteindelijk kwamen we in de laatste week van maart 1945 in Roemenië aan.&lt;br /&gt;In de Boekowina. Czernowice. Om precies te zijn. Het was onze voorlopige bestemming.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een week of vier heb ik daar doorgebracht. We werden in een soort kazerne ondergebracht. &lt;br /&gt;Maar ik was daar de volgende dag al weg. Met zo velen op een hoop leven kon ik niet. &lt;br /&gt;Ik ben de stad ingegaan. Daarvoor moest ik de Russische soldaat die bij de poort op wacht stond omzeilen. &lt;br /&gt;Het was ons niet toegestaan het terrein te verlaten. In vluchten was ik inmiddels een specialist. &lt;br /&gt;Het kostte me weinig moeite.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In het centrum van de stad maakte ik een praatje met een, moeizaam Duits sprekende, vrouw. &lt;br /&gt;Ze zag dat ik met twee grote koffers liep te zeulen. Na wat praten bood ze me logies aan bij haar thuis. &lt;br /&gt;Ze woonde in een straat in het centrum. Dichtbij dus. Als ik me goed herinner was het adres Desatimai 9. &lt;br /&gt;Geld had ik genoeg. Ik betaalde haar vijf Amerikaanse dollar per dag.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In Czernowice. Daar maakte ik kennis met Waldi Ceritjan.&lt;br /&gt;Ze kwam uit Wladiwostok. Ze was gewond geraakt tijdens gevechten tegen &lt;br /&gt;de Duitsers, met het partizanenregiment waar ze in zat. Nu deed ze lichte dienst. &lt;br /&gt;Mijn kennis van het Russisch is summier. Ze stond in uniform, met een geweer over &lt;br /&gt;haar schouder op wacht voor een groot gebouw in het centrum van de stad.&lt;br /&gt;Om het kwartier liep ze er een rondje omheen. Ik zat, vanaf een bankje in het parkje &lt;br /&gt;er recht tegenover, het allemaal aan te kijken. Toen ze afgelost werd en schuin de &lt;br /&gt;straat over stak riep ik: “Paninka, idi suda” {meisje, kom eens hier]. Ze liep recht op &lt;br /&gt;mij toe. Ze was blond en slank. Het geweer had ze aan de aflossing overgedragen. &lt;br /&gt;Ze had een berenmuts op, halve laarzen aan, haar tuniek bestond uit een lange &lt;br /&gt;groene rok waarover ze een ruim vallende lange blouse droeg. Uiteraard ook groen. &lt;br /&gt;Een brede riem om haar middel completeerde het geheel.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Toen ze voor me stond vroeg ze wat ik wilde. Uiteraard in het Russisch.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;“Met je praten. Een sigaretje roken”. We spraken in gebroken Duits en Russisch. &lt;br /&gt;Met handen en voeten pratend kwamen we er uit. &lt;br /&gt;Ik stelde voor samen een wandeling te gaan maken. Ze gaf te kennen niet met buitenlanders om te mogen gaan. &lt;br /&gt;Als ze gezien werd en verlinkt bij haar commandant kon het problemen voor haar geven. &lt;br /&gt;Tijdens ons gesprek bleef ze staan. Zo leek het een toevallig ontmoeting. Wat het ook was. &lt;br /&gt;Ze liet duidelijk merken het wel spannend te vinden. Ik schatte haar 20. Ze was 19 jaar. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Toen ik haar de volgende dag opwachtte kwam ze na de wisseling van de wacht direct op mij af. &lt;br /&gt;Zonder te stoppen gaf ze te kennen met haar mee te lopen.&lt;br /&gt;Toen we uit het zich van de wacht die haar afgelost had waren vroeg ze waar ik woonde.&lt;br /&gt;“In Holland”: zei ik.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar ze was rechtstreekser dan ik verwachte." Of ik een kamer had ", bedoelde ze.&lt;br /&gt;Wat zal ik er over vertellen. Een jongen en een meisje. &lt;br /&gt;De ene uit Holland. De andere uit Siberië. De ene bevrijdt. De andere bevrijdster. &lt;br /&gt;De ene met het gevoel van iedereen verlaten te zijn. &lt;br /&gt;De ander jarenlang in een partizenregiment. Vechten achter de frontlijn.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We gaven elkaar een verwilderde warmte. Praten ging steeds beter maar daardoor ook &lt;br /&gt;ingewikkelder. Ik wilde eens met haar mee als ze ging dansen. Er was een dancing voor &lt;br /&gt;Russische militairen in de stad. Het was ergens op een bovenverdieping. &lt;br /&gt;Eerst wilde ze niet dat ik meeging. Daarna nam ze een uniform voor me mee.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vermomd als Russisch soldaat ging ik naar boven. Zij was er al en danste. &lt;br /&gt;Na een paar rondes wilde ik ook wel eens met haar dansen. Dus tikte ik af. &lt;br /&gt;De soldaat was het er niet mee eens. Ik ook niet. In de woordenwisseling die ontstond viel ik door de mand. &lt;br /&gt;Zoals ik al zei, mijn Russisch is summier. Ik werd door een paar man de trap afgedonderd. &lt;br /&gt;Ik heb nog een litteken aan mijn rechterbeen. De trap was nogal steil en hoog. &lt;br /&gt;Ze had toch gezegd, vertelde ze me de volgende dag, dat ik stommetje moest spelen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een ander woest conflict ontstond toen ik baldadig een biljet van 100 Roebel &lt;br /&gt;doormidden scheurde. Ze vloekte me alle kanten heen. Er was geen land met haar te bezeilen. &lt;br /&gt;Ik snapte het hele spektakel niet. Toen haar woede bekoelde vroeg ik waarom ze &lt;br /&gt;zo kwaad was. Het bleek dat ze eruit had begrepen dat ik lak aan Rusland had. &lt;br /&gt;Daarom het biljet verscheurde. Er stond een portret van Lenin op. &lt;br /&gt;Ze had gevochten voor haar land. Haar man was gesneuveld in de strijd. &lt;br /&gt;Haar vrienden opgehangen. Ze vertelde over haar gestolen dromen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nog onverwacht was het voorbij. Van een Hollander, die ik op de zwarte markt trof, hoorde &lt;br /&gt;ik dat er een paar dagen na Pasen een trein met Hollanders naar Odessa zou vertrekken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Van Waldi heb ik afscheid genomen. Ze hoopte dat ik veilig in Holland terugkwam. &lt;br /&gt;Ik wenste haar een veilige terugkeer naar Wladiwostock. Maar ze vertelde er nooit weer heen te zullen gaan. &lt;br /&gt;Haar familie kwam oorspronkelijk uit Astrachan. Waar de Wolga in de Kaspische zee stroomt. &lt;br /&gt;Daar wilde ze heen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik meldde me daar waar ik de eerste dag binnenkwam. Niemand had mij gemist. &lt;br /&gt;Met 7 á 800 Hollanders vertrokken we in de laatste week van april 1945 per trein naar Odessa.&lt;br /&gt;-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Odessa&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Toen ik op die tweede pinksterdag van de 4e mei 1945  Odessa verliet bezat ik bijna niets meer.  &lt;br /&gt;In ieder geval geen Amerikaanse dollars.&lt;br /&gt;----------------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;In 1960 deed ik een poging om de aankomst onder woorden te vangen. &lt;br /&gt;Ik neem woordelijk over:&lt;br /&gt;----------------------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;April 1945&lt;br /&gt;Van Csernowits in Roemenië aangekomen in Odessa Ukraine.&lt;br /&gt;Aankomst in Odessa per provisorisch voor vervoer van mensen ingerichte goederentrein. &lt;br /&gt;Eerst gesorteerd en gelijk daarna verhoord door een Russisch militaire verhoorcommissie. &lt;br /&gt;SS’ers die zich tussen de aangekomenen bevinden worden gevangen genomen en &lt;br /&gt;naar de geruchten verluiden op transport gesteld naar Siberië. &lt;br /&gt;Alleen het woord al bezorgt mij een soort genoegdoening. Nu zij eens aan de andere kant van het prikkeldraad. &lt;br /&gt;Daarna ontluist en gevoed.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De overigen, waaronder ik, krijgen een in het Engels gestelde kaart met het opschrift *Displaced Person* . &lt;br /&gt;Dat is nu mijn pas. De volgende dag verder getransporteerd {te voet} naar een dorpje  ( Lustdorf )&lt;br /&gt;aan de Zwarte Zee dicht bij Odessa.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een serie gebouwen, eigenlijk een sanatorium, is ons nieuwe onderkomen. Een grote, hoge zaal, waarin &lt;br /&gt;halverhoogte, de hele zaal omzomen Een soort tussendek is aangebracht &lt;br /&gt;{zoals een balkon in een theater] met een vloerbreedte van zeg maar drie meter. &lt;br /&gt;Er zijn geen bedden of kooien. Er is op die manier wel veel ligruimte. &lt;br /&gt;Zodat er voor diegenen die op de vloer liggen langs kam worden gelopen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik vind een plaatsje op het einde van het tussendek. &lt;br /&gt;Eenmaal geïnstalleerd heb ik uitzicht op de hoofdingang.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tussen de nieuw aankomenden zie ik een meisje de trap aan het &lt;br /&gt;begin van de ligvloer opkomen. Ik volg haar met mijn ogen en zie &lt;br /&gt;dat ze halverwege in een opening, tussen de daar liggende &lt;br /&gt;of zittende mensen, plaatsneemt. &lt;br /&gt;Mijn honger doet het tafreel vergeten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als ik later mijn plekje opzoek is zij nog op dezelfde plaats. Maar nu zit zij met haar rug tegen de muur.&lt;br /&gt;Ik kijk vanaf mijn plek naar haar en tussen het luide gepraat, tussen de anderen door, &lt;br /&gt;val ik in de enorme zuigkracht van de leegte die uit haar ogen staart. &lt;br /&gt;Langzaam sta ik op, loop voor de voeten langs, bij de opening naar binnen. &lt;br /&gt;Ik ga voor haar op mijn knieën zitten. &lt;br /&gt;Kijk in haar donkere ogen en herken de afgrond die voor haar opdoemt. &lt;br /&gt;“Heb je honger”: vraag ik. Ze blijft staren. Zegt niets.&lt;br /&gt;“Ik zal wat voor je halen”. Ze kijkt naar mij en zegt niets.“Wacht maar, ik ben zo terug”.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Uit mijn veroverde voorraad maiskoeken neem ik er twee. Ga naar haar toe. &lt;br /&gt;Weer vlak voor haar op mijn knieën. De honger. Dat scherpe zwaard, verbreekt de ban. &lt;br /&gt;Ze neemt een koek van mij aan en begint langzaam te kauwen. &lt;br /&gt;Ik bleef haar aankijken en vraag: “Hoe heet je?”.  -- “Stella”: zegt ze.&lt;br /&gt;“Ben je met deze mensen?”. Ik wijs om mij heen. Ze antwoordt niet.&lt;br /&gt;“Met wie ben je?”. Zonder dat ze iets zegt weet ik het antwoord. Niemand!!!!!&lt;br /&gt;Ik ben 20 jaar. Wat me overkomt is zo ongelofelijk, dat ik haar toestand als vanzelfsprekend ervaar. &lt;br /&gt;“Ga je mee? Dan gaan we eens rondkijken”.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na een poosje schudt ze van “nee”.&lt;br /&gt;Ik maak een gebaar van: zelf weten, sta op, ga de trap af. Naar buiten.&lt;br /&gt;-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;In 1943 kwam Stella in Auswitz terecht.&lt;br /&gt;In 1945 toen zij 16 jaar was werd ze bevrijdt door het Russische leger.&lt;br /&gt;Ze had Auschwitz overleefd. Ze kwam terug in Amsterdam, trouwde er.&lt;br /&gt;De geboorte van haar eerste kindje overleefde zij niet.&lt;br /&gt;19 jaar werd ze.&lt;br /&gt;------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;Ik wordt droevig als ik er aan denk hoe het verder ing. &lt;br /&gt;Zal ik er mee stoppen en de flarden &lt;br /&gt;de flarden laten. Alles zit opgeborgen. De kaarten zijn gelezen. &lt;br /&gt;Waarom de gaten er tussen in opvullen. &lt;br /&gt;Voor mijn kleinkinderen, houd ik mijzelf voor. &lt;br /&gt;Ik beleef er geen plezier aan.&lt;br /&gt;Het nut ervan verdwijnt uit mijn gezichtsveld.&lt;br /&gt;Het is de waarheid. En welke waarheid dan?&lt;br /&gt;Om het uit mij vandaan te schrijven. Het verdriet.&lt;br /&gt;Nog met geen miljoen woorden, zinnen, bijzinnen, is dat mogelijk.&lt;br /&gt;-----------------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;Over Stella.&lt;br /&gt;Haar tante had een café op de Zeedijk. Terug in Holland ben ik gaan varen.&lt;br /&gt;Ik heb haar nog een aantal keren gesproken.  De laatste keer op het Waterlooplein. &lt;br /&gt;In gedachten nog niet het kamp levend zei ze: “Wat worden je haren alweer lekker lang”.&lt;br /&gt;Als ik in Amsterdam kwam informeerde ik bij die tante hoe het met Stella ging.&lt;br /&gt;Tot die keer. &lt;br /&gt;“Weet je het niet? Stella is bij de geboorte  van haar kindje gestorven”.&lt;br /&gt;Ik ben er nooit meer heengegaan. &lt;br /&gt;-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;Wat valt er nog over Odessa te vertellen. We kregen genoeg te eten. &lt;br /&gt;Het bestond uit, afwisselend, maisbrood, maispap, maissoep.  &lt;br /&gt;In Oels (Duitsland) woog ik 90 pond. In Odessa 140 pond. &lt;br /&gt;Officieel mochten we het terrein niet verlaten. Bij de poort stond een soldaat op wacht.&lt;br /&gt;Een van de gebouwen op ons terrein was in gebruik bij een militaire missie van de geallieerden. &lt;br /&gt;Dat waren Zuid-Afrikanen. Het had met de levering van legerauto’s aan de Russen te maken. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik raakte al gauw in gesprek en versierde bij hen een uniform. &lt;br /&gt;Daarmee kon ik vrij het terrein af. Met een van hen heb ik jaren geschreven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We zaten in een vissersdorpje. Eigenlijk een gehucht vlak aan de Zwarte Zee.&lt;br /&gt;Ik ben een aantal keren de zee opgegaan met zo’n visserman.&lt;br /&gt;Zijn boot was maar klein. Misschien 6 meter. Hij roeide en zette fuiken in ondiep water. &lt;br /&gt;Het water was glashelder. Je keek zo op de bodem. Soms zag je een grote rog onder de boot doorzwemmen. &lt;br /&gt;Het leek wel een sprookje.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voor hem en zijn vrouw was het leven zeker geen sprookje. &lt;br /&gt;Ze spraken een soort Duits. De vrouw onthaalde mij gastvrij. Tijdens de gesprekken die we hadden kwam &lt;br /&gt;haar verdriet en bitterheid naar buiten. Drie zonen waren gesneuveld.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Is er dan niets moois te vertellen. Toch wel. &lt;br /&gt;Op het hectaren grote terrein was een openlucht/ arena. Een soort open bos. &lt;br /&gt;Op het podium werd een voorstelling gegeven door het ballet van Odessa. Schitterend mooi. &lt;br /&gt;Normaal traden ze op in het wereldberoemde operagebouw van Odessa. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Later in de nacht, toen het podium leeg was en de kampvuren brandden was daar die stem. &lt;br /&gt;Tussen de vuren stond een man. Hij zong een lied. Een vrij mens! In het Nederlands!.&lt;br /&gt;Tot op de dag van vandaag herinner ik mij de ontroering.&lt;br /&gt;Na de oorlog hoorde ik het lied nooit meer. Een stukje herinner ik mij nog.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Blauwe boot breng mij terug naar Holland want daar wacht een lief meisje op mij &lt;br /&gt;Blauwe boot breng mij terug naar Holland – en de hemel op aarde is mij &lt;br /&gt;want in dit land ben ik zo ver en zo alleen – zo lief als zij is er niet een*&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op een dag is het zo ver. &lt;br /&gt;Het troepentransportschip “MONOWAI” zal ons, &lt;br /&gt;in totaal 1000 Hollanders meenemen. Bovendien &lt;br /&gt;nog200 Fransen. Mijn hele bezit bestaat inmiddels &lt;br /&gt;uit een halve handdoek.  Terwijl nog al wat anderen &lt;br /&gt;metzware koffers de lange weg naar de haven van &lt;br /&gt;Odessa gaan, loop ik, met gemengde gevoelens, &lt;br /&gt;ook daarvan bevrijd, in de optocht mee. &lt;br /&gt;Ik heb geen vijanden. Geen doel &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;S’Avonds. &lt;br /&gt;Op 21 mei varen we de haven van Odessa uit. De volgende dat komen we door de Bosporus. &lt;br /&gt;Op de rede van Istanboel gaan we voor anker. Er komt een grote sleepboot langszij. &lt;br /&gt;Bovenop de stuurhut is rondom een hekwerk. Daartussen staat de kapitein in de open lucht. &lt;br /&gt;Als een soort dansende derwish. Zo komt hij op mij over. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een figuur uit duizend en een nacht. Helemaal gehuld in een witte jurk. Met een witte tulband om zijn zeerovershoofd.  &lt;br /&gt;Een baard van een halve meter maakt het compleet.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het uitzicht over de stad, waarvan een deel in Europa en een deel in Azië ligt, is prachtig. &lt;br /&gt;Jongetjes duiken uit roeibootjes alles na wat overboord gegooid wordt. Het is een spel. &lt;br /&gt;Vanaf het schip regent het munten. Het water is doorschijnend blauw. &lt;br /&gt;De minaretten boven de moskeen. De heuvels waarop de stad gebouwd is. &lt;br /&gt;Het intensieve verkeer van veerboten. Zeilende vrachtscheepjes. Vissersschepen. &lt;br /&gt;Het is een bont Oosters geheel. Ik kan het nu ruim 60 jaar later, bijna fotografisch oproepen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De sleepboot heeft de Nederlandse consul aan boord gebracht. &lt;br /&gt;Hij vertelt dat bijna heel Holland onder water staat. Hij beweert dat er ook bijltjesdag gehouden is.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mij maakt het niets uit.  Mijn overlevingstocht is teneinde. &lt;br /&gt;Ik ben onderweg zonder koers. Zonder dat ik denken moet. Leeg.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De volgende dag varen we weer.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De zee van Marmora. De straat der Dardenellen. &lt;br /&gt;De Egeische zee.&lt;br /&gt;Het is een zee vol rotsen en onbewoonde eilandjes. Kreta. Italië. &lt;br /&gt;Na de straat van Messina de als een eilandje in zee staande vuurspugende berg Stromboli.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We varen tussen de eilanden Corsica en Sardinië door. Op 27 mei arriveren we in de haven van Marseille. &lt;br /&gt;We drijven langs een kade. Een orkest speelt, staande op de havenmuur, &lt;br /&gt;de Marseillaise. Vervolgens het Wilhelmus. Het bezorgt mij rillingen.&lt;br /&gt;De muzikanten eindigen voor de bemanning van de *Monowai*  met *God Safe de King*.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als we het schip verlaten worden we in autobussen geladen en naar een grote hal gebracht. &lt;br /&gt;Direct bij het binnenkomen moeten we langs een aantal Françaises in verpleegstersuniform. &lt;br /&gt;Ze zijn van het Rode Kruis. Iedereen moet zijn broek losmaken en krijgt voorlangs en op nog &lt;br /&gt;een aantal andere plaatsen een behandeling met een soort flitsspuit. Het is duidelijk dat hier luizen &lt;br /&gt;bestreden worden met DDT. Nog wat vragen hier en daar. Dan zijn we vrij om te gaan waar we willen. &lt;br /&gt;We krijgen een Rode Kruis pakket en 100 Franc.&lt;br /&gt;------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;Deze keer mag ik het pakket houden.  Ik herinner me dat we toen ik nog maar een maand in Espenhain gevangenzat, &lt;br /&gt;bezoek kregen van een delegatie van het Rode Kruis. Iedereen kreeg een pakket. &lt;br /&gt;10 minuten nadat de delegatie vertrok kwamen de knuppelaars en moesten we &lt;br /&gt;het pakket weer inleveren. Gelukkig had ik er als iets van op. Anderen waren minder gelukkig en moesten het gesloten &lt;br /&gt;weer afgeven. We hebben er natuurlijk nooit iets van teruggezien.&lt;br /&gt;--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik ga Marseille in om voor die 100 Franc een souvenir te kopen. Het bedrag is te gering. &lt;br /&gt;Dat zit er dus niet in. We worden verwend door de Fransen. Volop eten en drinken.&lt;br /&gt;De volgende dag is er een trein voor ons. We vertrekken vroeg. Twee dagen daarna komen we in Tilburg aan. &lt;br /&gt;Daar wordt ons verteld dat we nog niet naar Holland kunnen. &lt;br /&gt;Alleen zij die beneden de grote rivieren wonen kunnen naar huis. Particulieren bieden een gastvrij onderdak. &lt;br /&gt;Legerwagens brengen ons in een groep naar Waalwijk. &lt;br /&gt;Bij het gemeentehuis maak ik kennis met een Brabants echtpaar met twee kinderen dat mij in huis neemt. &lt;br /&gt;------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Precies op de dag dat ik 21 word, 14 juni, zit ik in de trein naar Amsterdam.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik ben mij er van bewust dat al het voorgaande een chaotisch verslag is. &lt;br /&gt;Maar slechts zo kan ik dit neerschrijven.  Misschien dat ik nog eens een poging doe om het gronologisch &lt;br /&gt;te herschrijven. Met 2 vingers typend  is de snelheid om opnieuw te beginnen aan de korte kant.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De jaren beginnen te tellen. Nu in mijn 85ste levensjaar. Nu de tijd mij steeds meer inhaalt. &lt;br /&gt;Nu dit manuscript bijna af is.  Nu het alleen nog maar op mijn pc staat. &lt;br /&gt;Nu moet ik ook nog een besluit nemen om het te publiceren. Ja of nee. Waarop. Waarmee. &lt;br /&gt;Op mijn website ? In A4 ? Een boekje in eigen beheer ? Alles staat in microsoft Word. &lt;br /&gt;Ik kan er dus nog alle kanten mee op. Een optie is om het gewoon als eenWordbestand naar mijn kinderen &lt;br /&gt;te mailen. Met als voorwaarde  doe er verder niets mee. Wacht daarmee tot als ik er niet meer zal zijn.&lt;br /&gt;Ik twijfel.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bij de rode pijl ben ik&lt;br /&gt;door de Russen bevrijd&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Gevangen genomen – &lt;br /&gt;ver van je land ;&lt;br /&gt;Je wereld in vlammen – &lt;br /&gt;je wereld in brand&lt;br /&gt;Niets heeft er nog waarde – &lt;br /&gt;alles is stuk – &lt;br /&gt;Weg is je vrijheid – &lt;br /&gt;weg je geluk&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;gevangen genomen – &lt;br /&gt;gesorteerd – op transport –&lt;br /&gt;gejaagd – geslagen –&lt;br /&gt;je haren gekort – &lt;br /&gt;gemerkt – genummerd –&lt;br /&gt;geen bezittingen meer&lt;br /&gt;bewaakt vanaf torens – &lt;br /&gt;met groot licht en geweer&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;knagende honger – &lt;br /&gt;de wanhoop ten prooi&lt;br /&gt;vertwijfeld zoeken – &lt;br /&gt;als een dier – &lt;br /&gt;in zijn kooi                                                                         &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;zwaar lichamelijk werk – &lt;br /&gt;geen enkel plezier&lt;br /&gt;je haat dan zo’n vijand –&lt;br /&gt;denkt waarom ben ik hier&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;je kunt dan niet willen – &lt;br /&gt;een van hen te zijn&lt;br /&gt;geen macht van de wereld – &lt;br /&gt;krijgt je zo klein&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;ontsnapt uit het kamp –&lt;br /&gt;trek je door de nacht&lt;br /&gt;vervuld van de angst –&lt;br /&gt;op de jagers bedacht&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;geen mens is te vertrouwen –&lt;br /&gt;je leeft op de rand – &lt;br /&gt;van vrij of geketend&lt;br /&gt;tot aan het moment – &lt;br /&gt;dat je weer wordt gevangen &lt;br /&gt;…..........................................een gevangene weer bent&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++&lt;br /&gt;Er zijn veel overwegingen wat het leven is. Je begint met een droom. Een fantasie.&lt;br /&gt;De eerste fantasie die ik mij bewust herinner (zo rond mijn 11e), is een wensdroom die mijn toekomst zou vullen. &lt;br /&gt;Zeilend met een vrachtscheepje, varend langs rietkragen en wilde bloemen. &lt;br /&gt;Onder bewolkt blauwe luchten. Zittend aan ’t roer. Naast mij een meisje. &lt;br /&gt;Samen in een wonderlijke harmonie. Onderweg in een verbazingwekkende wereld. &lt;br /&gt;Ik had geen idee over de praktische kant.De droom werkelijkheid te laten worden {Geld verdienen}.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik leefde als een gelukkig mensenkind.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het scheepje van mijn dromen was identiek aan de Westlander, (laadvermogen 27 ton) &lt;br /&gt;die mijn vader in de dertiger jaren van de vorige eeuw bezat.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik denk dat het gene wat in je kinderenjaren het meest tot je verbeelding spreekt de basis vormt. &lt;br /&gt;De basis die je bewust of onbewust tot keuzes doet maken,&lt;br /&gt;waardoor dromen tot werkelijkheid komen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De maakbaarheid van je leven ligt verankerd in je mogelijkheden. &lt;br /&gt;Die op hun beurt weer afhankelijk zijn van genetische informatie die aan je doorgegeven is &lt;br /&gt;door voorouders en van ervaringen in je kinderjaren.&lt;br /&gt;{al met al geen alibi om te denken, als dat zo is, dan zie ik het wel}.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De keuzes die (met vallen en opstaan) je leven vorm en inhoud geven, zijn nog altijd de jouwe. &lt;br /&gt;Wat je echt wilt, zal vroeger of later, op de een of andere manier werkelijkheid worden. &lt;br /&gt;Alleen al om dat, al wat je doet, door de droom beïnvloed word.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;  &lt;br /&gt;Die Lage an den Fronten am 6. Februar 1945&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Die Truppen der 1. Ukrainischen Front setzten die Offensive fort und überquerten den Fluss Oder südöstlich von Breslau. Das Übersetzen war mit immensen Schwierigkeiten verbunden. Die Deutschen hatten am linken Ufer starke Verteidigungspunkte eingerichtet und dort im Voraus starke Kräfte konzentriert. Die Oder ist an dieser Stelle 150 Meter breit. Der Fluss ist nicht zugefroren, lediglich an den Ufern sind kleine Eisränder. Sowjetische Vortrupps setzten über den Fluss über und nahmen mehrere kleine Brückenköpfe ein. Unter den heroischen Anstrengungen der sowjetischen Pioniere und dem wütenden Feuer des Feindes konnten Pontons aufgebaut werden. Die Hauptkräfte unserer Infanterie, Panzereinheiten und Artillerie setzten zu den Brückenköpfen über, die von den Vortrupps gehalten wurden. Danach stießen die sowjetischen Abteilungen von Norden und Süden gegen die Stadt Olau vor und nahmen sie ein.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Andere Abteilungen erweiterten den Brückenkopf nordwestlich von Oppeln. Die Langzeitverteidigungslinie der Deutschen am Westufer der Oder wurden durchbrochen. Unsere Truppen rückten schnell vor und vereinigten sich südwestlich der Stadt Brieg. Auf diese Weise wurde die deutsche Garnison in Brieg eingekreist. Unsere Abteilungen gingen zum Sturm über und nahmen nach erbitterten Straßenkämpfen die Stadt und Festung Brieg ein.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2777166059782646815-6947059053569554340?l=ontsnapping19401945.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://ontsnapping19401945.blogspot.com/feeds/6947059053569554340/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://ontsnapping19401945.blogspot.com/2011/09/overleven-1940-1945_01.html#comment-form' title='1 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2777166059782646815/posts/default/6947059053569554340'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2777166059782646815/posts/default/6947059053569554340'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://ontsnapping19401945.blogspot.com/2011/09/overleven-1940-1945_01.html' title='overleven 1940  1945'/><author><name>het leven is: als een zeilend schip dat de haven nadert. De schipper zorgt ervoor om niet aan lagerwal te verzeilen. Kantje boord zoals altijd</name><uri>http://www.blogger.com/profile/08904856895038240820</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='27' height='32' src='http://1.bp.blogspot.com/-5IOPZLoQ_7Q/TjhmNUKZx1I/AAAAAAAAAOY/MCkoPs7_KoA/s220/amerikadokkleinx.tif'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://4.bp.blogspot.com/-ZDz8FjyRrf4/TmAMsIyNv_I/AAAAAAAAAZA/39YyxqmMec0/s72-c/ontsnapping.jpg' height='72' width='72'/><thr:total>1</thr:total></entry></feed>
